JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1224Hoog62/100

Hoge Raad: leveringsakte prevaleert niet over koopovereenkomst als verkoper

ECLI:NL:HR:2026:1224, Hoge Raad, 10-07-2026, 23/02777

Hoge RaadUitspraak: 10 juli 2026Publicatie: 9 juli 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:23/02777
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Goederenrecht
Verbintenissenrecht
Vastgoed
Koop
Leveringsakte
Koopovereenkomst
Dwingend Bewijs
Artikel 157 Rv
Vastgoedtransactie

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Contractenrecht. Vraag of echtgenoot van eigenaar/verkoper van woning ook partij is bij koopovereenkomst; passeren bewijsaanbod. Beoordeling gebreken aan woning.

Kern van de zaak

Een man (de man) en een vrouw (de vrouw) verkochten onroerend goed. In de koopovereenkomst stond de man als medeverkoper vermeld, maar in de leveringsakte gaf hij slechts toestemming als echtgenoot. Kopers (verweerders) betwistten dat de man gebonden was als verkoper uit de koopovereenkomst.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel: de leveringsakte levert geen dwingend bewijs op ten gunste van de man als verkoper, omdat hij daarin niet als partij is aangewezen. De doorslaggevende reden is dat dwingend bewijs op grond van art. 157 lid 2 Rv alleen geldt ten behoeve van de wederpartij zoals aangewezen in de akte.

62van 100

Impactscore

Hoog

De Hoge Raad geeft een principiële verduidelijking van de grenzen van dwingend bewijskracht van akten onder art. 157 lid 2 Rv, relevant voor de vastgoedpraktijk en notariële praktijk breed.

Belangrijkste punten

  • 1Art. 157 lid 2 Rv: een akte levert alleen dwingend bewijs op ten behoeve van de wederpartij die in de akte als zodanig is aangewezen.
  • 2De leveringsakte vermeldt de man slechts als echtgenoot die toestemming verleent, niet als medeverkoper.
  • 3Het enkele feit dat de kandidaat-notaris op de afwijking heeft gewezen en verweerders geen bezwaar maakten, brengt niet mee dat partijen beoogden de koopovereenkomst te wijzigen.
  • 4De koopovereenkomst blijft bindend: de man is als verkoper aan zijn verplichtingen gehouden.
  • 5De inhoud en strekking van art. 157 Rv en eisen van rechtsverkeer begrenzen de reikwijdte van dwingend bewijs tot de akte-partijen.

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad verduidelijkt de reikwijdte van art. 157 lid 2 Rv: dwingend bewijskracht van een akte strekt zich niet uit tot personen die daarin niet als partij zijn aangewezen, ook niet als zij de akte hebben medeondertekend in een andere hoedanigheid.

Praktische impact

Voor de betrokkenen betekent dit dat de man als medeverkoper gebonden blijft aan de verplichtingen uit de koopovereenkomst, ongeacht de formulering in de nadien opgemaakte leveringsakte.

Onderwerp-impact

Bij vastgoedtransacties dienen koopovereenkomst en leveringsakte zorgvuldig op elkaar te worden afgestemd; een afwijkende formulering in de leveringsakte wijzigt de partijstelling uit de koopovereenkomst niet automatisch.

Samenvatting

In deze zaak stond centraal de vraag of een leveringsakte de partijstelling uit een eerder gesloten koopovereenkomst kon doorkruisen. In de koopovereenkomst was de man als medeverkoper aangemerkt. In de later opgemaakte leveringsakte werd hij echter niet als medeverkoper vermeld, maar slechts als echtgenoot die toestemming verleent voor de verkoop door zijn vrouw. De kandidaat-notaris had verweerders gewezen op dit verschil, maar zij maakten daartegen geen bezwaar. Eisers betoogden in cassatie dat de leveringsakte als authentieke akte dwingend bewijs oplevert en dat die akte boven de koopovereenkomst zou moeten prevaleren. De Hoge Raad verwerpt dit betoog. Onder verwijzing naar art. 157 lid 2 Rv overweegt de Hoge Raad dat een akte slechts dwingend bewijs oplevert ten behoeve van de wederpartij, te weten degene die in de akte als zodanig is aangewezen of degene te wiens behoeve de ondertekenaar zich blijkens de tekst heeft verbonden. Omdat de leveringsakte de man niet aanwijst als partij of medeverkoper maar slechts als echtgenoot die toestemming verleent, kan hij de dwingendbewijskracht van die akte niet inroepen om zijn hoedanigheid als verkoper uit de koopovereenkomst te ontkrachten. Het hof had bovendien vastgesteld dat uit de omstandigheid dat verweerders geen bezwaar maakten na de melding van de notaris, niet volgt dat partijen beoogden de koopovereenkomst te wijzigen of te verduidelijken in die zin dat de man geen eigen verplichtingen draagt. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. De uitspraak heeft richtinggevende betekenis voor de notariële en vastgoedpraktijk: koopovereenkomst en leveringsakte moeten onderling consistent zijn, en een afwijkende omschrijving van de hoedanigheid van een ondertekenaar in de leveringsakte volstaat niet om de uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen te wijzigen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 10 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1229Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1229, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02210

Hoge Raad10 jul 2026Aansprakelijkheid
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1238Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1238, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01530

Hoge Raad10 jul 2026Dienstverlening
8/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1241Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1241, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/02614

Hoge Raad10 jul 2026Dienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1240Hoog
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1240, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01531

Hoge Raad10 jul 2026VastgoedAansprakelijkheid
72/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen