Dexia aansprakelijk wegens onvergunde advisering effectenlease
ECLI:NL:GHDHA:2026:2678, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.360.275/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap
Kern van de zaak
Geïntimeerden sloten effectenleaseovereenkomsten af via cliëntenremisier Visie op Rendement, die zonder vergunning als financieel adviseur optrad. Zij vorderen schadevergoeding van Dexia wegens onrechtmatig handelen. Dexia stelt incidenteel een tegenvordering in en betwist aansprakelijkheid.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter: Dexia heeft onrechtmatig gehandeld doordat een cliëntenremisier zonder vergunning adviseerde en Dexia dit wist of behoorde te weten. Het beroep van Dexia op eigen schuld van de afnemer slaagt niet, omdat de billijkheid eist dat de volledige vergoedingsplicht van Dexia in stand blijft.
Impactscore
LaagDe uitspraak past volledig binnen de bestaande Dexia-jurisprudentie en stelt geen nieuwe rechtsregels. Het is een toepassing van vaste rechtspraak op een individueel geval door een gerechtshof, met beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Dexia handelt onrechtmatig indien een cliëntenremisier zonder vergunning als financieel adviseur optrad én Dexia dit wist of behoorde te weten.
- 2Daadwerkelijke subjectieve bekendheid van Dexia is niet vereist; objectieve wetenschap volstaat.
- 3Vast staat dat Visie op Rendement als cliëntenremisier betrokken was en geen vergunning had om te adviseren.
- 4Bij bewezen onrechtmatig handelen slaagt een beroep op eigen schuld van de afnemer in beginsel niet; de billijkheid eist volledige instandhouding van de vergoedingsplicht.
- 5De schade is door de kantonrechter begroot op € 17.424,00; Dexia's tegenvordering van € 1.405,43 wordt afgewezen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn in de Dexia-jurisprudentie: objectieve wetenschap bij de aanbieder over onvergunde advisering door een cliëntenremisier leidt tot volledige aansprakelijkheid, zonder mogelijkheid tot vermindering via eigen schuld. Dit beperkt de ruimte voor Dexia om in vergelijkbare zaken verweer te voeren.
Praktische impact
Geïntimeerden ontvangen een schadevergoeding van € 17.424,00 en Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Dexia's tegenvordering wordt afgewezen.
Onderwerp-impact
Voor consumenten die via niet-vergunde tussenpersonen effectenleaseproducten van Dexia afnamen, bevestigt deze uitspraak dat zij aanspraak kunnen maken op volledige schadevergoeding, ongeacht eigen kennis of inzicht in het product.
Samenvatting
In deze zaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de aansprakelijkheid van Dexia als aanbieder van effectenleaseovereenkomsten centraal. Geïntimeerden sloten deze overeenkomsten af na tussenkomst van cliëntenremisier Visie op Rendement, die hen heeft geadviseerd zonder daarvoor over de vereiste vergunning te beschikken. Geïntimeerden vorderen schadevergoeding op grond van onrechtmatig handelen; Dexia stelt een tegenvordering in en beroept zich onder meer op eigen schuld van de afnemers. Het hof hanteert het juridisch kader dat Dexia onrechtmatig handelt indien (a) een cliëntenremisier tevens als financieel adviseur is opgetreden zonder vergunning, én (b) Dexia hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn. Daadwerkelijke, subjectieve bekendheid is niet vereist; objectieve wetenschap volstaat. Het hof stelt vast dat aan beide vereisten is voldaan: Visie op Rendement trad op als niet-vergunde adviseur en Dexia wist dit of behoorde dit te weten. Op grond hiervan wordt Dexia aansprakelijk geacht voor de door geïntimeerden geleden schade, begroot op € 17.424,00. Het beroep van Dexia op eigen schuld van de afnemers wordt verworpen: de billijkheid eist in een dergelijk geval dat de volledige vergoedingsplicht van Dexia in stand blijft, ongeacht de inhoud van het advies of een eventueel eigen inzicht van de afnemer in het product. De tegenvordering van Dexia van € 1.405,43 wordt afgewezen en Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. De uitspraak is een bevestiging van de vaste Dexia-jurisprudentie en heeft beperkte zelfstandige precedentwerking, maar is voor de betrokken partijen financieel relevant.