JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5170Middel35/100

Toeslagenouder krijgt hogere aanvullende compensatie na herbeoordeling

ECLI:NL:RVS:2026:5170, Raad van State, 02-09-2026, 202502744/1/A2

Raad van StateUitspraak: 2 september 2026Publicatie: 2 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202502744/1/A2
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Socialezekerheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
Aansprakelijkheid
Toeslagenaffaire
Causaal Verband
Kinderopvangtoeslag
Compensatie
Commissie Werkelijke Schade

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 22 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen de hoogte van de aanvullende werkelijke schadevergoeding van [appellant] vastgesteld op € 4.223,00. [appellant] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Op 31 januari 2020 heeft zij een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2012 en 2013 is sprake geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft daarom bij besluit van 12 oktober 2021 het definitieve compensatiebedrag op € 27.181,00 vastgesteld, waarvan € 6.000,00 is toegekend voor geleden immateriële schade. Volgens [appellant] is de werkelijke schade die zij heeft geleden hoger dan het definitieve compensatiebedrag. Zij heeft daarom een verzoek ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) om aanvullende compensatie voor de werkelijk geleden schade.

Kern van de zaak

Een gedupeerde ouder uit de toeslagenaffaire ontving een compensatiebedrag van €27.181, maar betwistte dat dit haar werkelijke schade dekte. Via de Commissie Werkelijke Schade verzocht zij aanvullende vergoeding voor diverse schadeposten, waaronder reiskosten, inkomensschade, studiekosten en fysiotherapiekosten.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep tegen de beslissing over de aanvullende compensatie; hangende het beroep heeft de Dienst Toeslagen het compensatiebedrag meermaals herzien en verhoogd op basis van een nieuw schadekader. De uitspraak betreft de toepassing van het herziene schadekader van de CWS per 1 juli 2024 op de situatie van appellant.

35van 100

Impactscore

Middel

De zaak betreft een individuele toepassing van het CWS-schadekader in de toeslagenaffaire, een maatschappelijk relevant dossier, maar de uitkomst is casuïstisch van aard. De uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve juridische impact niet volledig kan worden beoordeeld.

Belangrijkste punten

  • 1Appellant is gedupeerde ouder toeslagenaffaire; institutionele vooringenomenheid Dienst Toeslagen erkend over jaren 2012-2013
  • 2Aanvullende compensatie via Commissie Werkelijke Schade (CWS) meerdere malen herzien en verhoogd: van €4.223 naar €7.253
  • 3Diverse schadeposten (reiskosten, inkomensschade, studiekosten, fysiotherapie, juridische bijstand) afgewezen wegens onvoldoende causaal verband
  • 4Nieuw schadekader CWS per 1 juli 2024 is hangende het beroep toegepast via nader besluit van 22 januari 2025
  • 5De uitspraak is deels afgebroken; de uiteindelijke beslissing van de Raad van State is uit de beschikbare tekst niet volledig af te leiden

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak illustreert de wijze waarop de CWS-systematiek en het schadekader doorwerken in bestuursrechtelijke procedures en hoe herziening van beleid hangende beroep kan leiden tot nadere besluiten. Onzekerheid bestaat over de definitieve rechtsoordelen van de Raad van State, nu de uitspraakstekst onvolledig is.

Praktische impact

Voor gedupeerde ouders betekent dit dat aanvullende schadeposten buiten de vaste vergoedingen slechts worden vergoed als het causaal verband met de toeslagterugvordering voldoende is onderbouwd, wat in de praktijk een hoge bewijsdrempel vormt.

Onderwerp-impact

De zaak benadrukt de voortdurende complexiteit van de toeslagenaffaire-afwikkeling en de rol van het evoluerende CWS-schadekader bij het vaststellen van werkelijke schade voor individuele gedupeerden.

Samenvatting

Deze zaak betreft een gedupeerde ouder uit de toeslagenaffaire die bij de Raad van State in hoger beroep is gegaan over de hoogte van haar aanvullende compensatie. De Dienst Toeslagen had eerder erkend dat bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 sprake was van institutionele vooringenomenheid, waarvoor een compensatiebedrag van €27.181 werd vastgesteld, inclusief €6.000 voor immateriële schade. Omdat appellant van mening was dat haar werkelijke schade hoger lag, wendde zij zich tot de Commissie Werkelijke Schade (CWS) voor aanvullende vergoeding. De CWS adviseerde aanvankelijk een aanvullende vergoeding van €4.223 voor immateriële schade, maar wees diverse andere schadeposten af wegens onvoldoende causaal verband met de toeslagterugvorderingen. Het gaat daarbij om reiskosten, inkomensschade, studiekosten door studievertraging, fysiotherapiekosten en kosten voor juridische bijstand. De Dienst Toeslagen volgde dit advies, maar verhoogde na bezwaar het bedrag tot €7.223. Hangende het beroep bij de rechtbank publiceerde de CWS op 1 juli 2024 een herzien schadekader, op basis waarvan de Dienst Toeslagen bij nader besluit van 22 januari 2025 een nieuwe berekening maakte. De juridische kern van de zaak draait om de vraag welke schadeposten voor aanvullende vergoeding in aanmerking komen en of het causaal verband tussen de geleden schade en het overheidsoptreden voldoende is aangetoond. De beschikbare uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State en de volledige motivering niet kunnen worden weergegeven. De zaak is illustratief voor de bredere problematiek rondom de afwikkeling van de toeslagenaffaire en de hoge bewijsdrempel die gedupeerden ondervinden bij het verhalen van indirecte schadeposten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 2 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied