Beroep tegen bestemmingsplan met loop- en fietsbrug ongegrond
ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 9 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Warten - Oer de Barten" vastgesteld. Het plan maakt (onder andere) de bouw van 32 woningen mogelijk ten noordwesten van het dorp Warten. De nieuwe woningen worden met de bestaande bebouwing verbonden door de weg Oer de Barten te verlengen en door een loop- en fietsbrug te maken tussen de [locatie 1] en [locatie 2]. [appellanten sub 1] wonen op het perceel [locatie 2] in Warten, direct ten oosten van het plangebied. [appellant sub 2] woont op het perceel [locatie 3] in Warten, ook direct ten oosten van het plangebied. Zij hebben geen bezwaar tegen de woningbouw, maar kunnen zich niet verenigen met de (locatie en vorm van de) beoogde loop- en fietsbrug.
Kern van de zaak
Omwonenden in Warten verzetten zich niet tegen de geplande bouw van 32 woningen, maar bestrijden de locatie en vorm van een beoogde loop- en fietsbrug die het nieuwe woongebied met de bestaande bebouwing verbindt. Zij stapten naar de Raad van State na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad.
Beslissing van de rechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart de beroepen ongegrond. De doorslaggevende reden is dat de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan beleidsruimte heeft en de betrokken belangen heeft afgewogen; de beroepsgronden gaven geen aanleiding om te oordelen dat de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn ten opzichte van de te dienen doelen.
Impactscore
LaagHet betreft een enkelvoudige-kamerutspraak die het gevestigde toetsingskader toepast zonder nieuwe rechtsvragen te beantwoorden; de feitelijke reikwijdte is beperkt tot een specifiek lokaal bestemmingsplan.
Belangrijkste punten
- 1Op deze procedure is het oude recht (Wro) van toepassing, omdat het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd (overgangsrecht Omgevingswet).
- 2Appellanten hebben geen bezwaar tegen de woningbouw zelf, maar uitsluitend tegen de locatie en vormgeving van de geplande loop- en fietsbrug.
- 3De Afdeling toetst niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht.
- 4De gemeenteraad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van bestemmingen en de afweging van betrokken belangen.
- 5Er worden geen proceskosten vergoed.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt het vaste toetsingskader onder de Wro: de rechter toetst marginaal en respecteert de beleidsruimte van de gemeenteraad bij ruimtelijke afwegingen. Het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet wordt correct toegepast op plannen waarvan het ontwerp vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.
Praktische impact
De loop- en fietsbrug kan worden aangelegd zoals in het bestemmingsplan voorzien; de bezwaren van de direct omwonenden zijn definitief van tafel. De woningbouwontwikkeling van 32 woningen ten noordwesten van Warten kan daarmee ongehinderd worden voortgezet.
Onderwerp-impact
Voor woningbouwprojecten in de overgangsfase van de Omgevingswet bevestigt deze uitspraak dat het oude planologische stelsel (Wro) volledig van toepassing blijft zolang het ontwerpplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, ook bij beroepsprocedures die na die datum worden gevoerd.
Samenvatting
In deze zaak hebben twee groepen omwonenden van het dorp Warten (gemeente Leeuwarden) beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen het bestemmingsplan dat de bouw van 32 woningen ten noordwesten van het dorp mogelijk maakt. De appellanten verzetten zich niet tegen de woningbouw als zodanig, maar kunnen zich niet vinden in de locatie en de vorm van een geplande loop- en fietsbrug die de nieuwe woonwijk via de [locatie 1] verbindt met [locatie 2], waar zij direct naast wonen. Een eerste processuele vraag betrof het toepasselijke recht: omdat het ontwerpbestemmingsplan op 21 december 2023 ter inzage is gelegd, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, blijft op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht van toepassing – waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) – totdat het plan onherroepelijk is. Inhoudelijk toetst de Afdeling aan het vaste kader: de gemeenteraad heeft beleidsruimte bij de vaststelling van bestemmingen en de afweging van betrokken belangen, en de Afdeling beoordeelt slechts of het besluit in overeenstemming is met het recht, waarbij aan de orde kan komen of de nadelige gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de te dienen doelen. De Afdeling oordeelt dat de beroepsgronden – waaronder klachten over de communicatie door de gemeente – niet slagen. De beroepen worden ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten vergoed. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en heeft geen bijzondere precedentwerking, maar illustreert wel de consistente toepassing van het overgangsrecht van de Omgevingswet in lopende planologische procedures.