JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag28/100

Beroepstermijn niet verschoonbaar overschreden ondanks ongedateerd besluit

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 31 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202203505/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Handhaving
Beroepstermijn
Niet Ontvankelijk
Verschoonbare Termijnoverschrijding
Digitale Communicatie
Bekendmaking

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 15 november 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam het verzoek van [appellant] om verwijdering van een brief van 6 november 2015 op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), afgewezen. [appellant] heeft op 31 augustus 2019 aan de burgemeester verzocht om een aan hem geadresseerde brief te verwijderen uit een rechtbankdossier in een procedure tussen de burgemeester en [appellant]. De burgemeester heeft dit verzoek afgewezen. [appellant] is het daar niet mee eens. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] niet tijdig een beroepschrift heeft ingediend. De rechtbank heeft overwogen dat het besluit op bezwaar per e-mail, een communicatiewijze die is verzocht door [appellant] omdat hij geen vaste woon- en verblijfplaats heeft, op 9 april 2020 op juiste wijze aan [appellant] bekend is gemaakt.

Kern van de zaak

Een burger verzocht de burgemeester van Amsterdam een brief uit een rechtbankdossier te verwijderen. Na afwijzing van zijn bezwaar ontving hij het besluit op bezwaar per e-mail op 9 april 2020, maar diende zijn beroepschrift pas op 28 mei 2020 in, zes dagen te laat. Hij stelde dat het ontbreken van een datum op het besluit de termijnoverschrijding verschoonbaar maakte.

Beslissing van de rechter

De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Doorslaggevend is dat de e-mail van 9 april 2020 met het bijgevoegde besluit voldoende duidelijk de aanvang van de beroepstermijn kenbaar maakte, ongeacht het ontbreken van een datum op het besluit zelf.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen vaste jurisprudentie over beroepstermijnen en bekendmaking en introduceert geen nieuwe rechtsregels; de betekenis is vooral bevestigend en feitelijk van aard.

Belangrijkste punten

  • 1Het besluit op bezwaar werd op 9 april 2020 per e-mail bekendgemaakt op verzoek van appellant (geen vaste woon- en verblijfplaats), wat als rechtsgeldige bekendmaking geldt.
  • 2Het ontbreken van een datum op het besluit doet niet af aan de geldigheid van de bekendmaking, nu de e-mail zelf de verzendingsdatum bevatte.
  • 3Het opnieuw verzenden van het besluit op 17 april 2020 met datumstempel geldt niet als een nieuw besluit in de zin van de Awb en doet de beroepstermijn niet opnieuw aanvangen.
  • 4De beroepstermijn van zes weken liep af op 22 mei 2020; het beroepschrift van 28 mei 2020 was zes dagen te laat.
  • 5De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar: appellant en zijn gemachtigde hadden uit de e-mail en het besluit kunnen en moeten afleiden wanneer de termijn verstreek.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bekendmaking per e-mail van een besluit op bezwaar rechtsgeldig is en de beroepstermijn doet aanvangen, ook indien het bijgevoegde besluit zelf ongedateerd is. Het enkele feit dat het bestuursorgaan later een gedateerde versie toestuurt, creëert geen nieuwe termijn.

Praktische impact

Burgers en hun gemachtigden dienen bij ontvangst van een besluit op bezwaar per e-mail onmiddellijk de beroepstermijn te berekenen vanaf de datum van de e-mail, ongeacht of het besluit zelf een datum vermeldt. Een herstelversie van het besluit biedt geen uitweg bij dreigend termijnverzuim.

Onderwerp-impact

Voor de verhouding tussen burger en overheid benadrukt deze uitspraak het belang van strikte termijnbewaking bij digitale communicatie, ook in gevallen waarin de overheid fouten maakt in de opmaak van besluiten.

Samenvatting

In deze zaak verzocht een burger de burgemeester van Amsterdam een brief uit een rechtbankdossier te verwijderen. Na afwijzing van zijn verzoek en na een bezwaarprocedure ontving hij het besluit op bezwaar op 9 april 2020 per e-mail — een communicatiewijze die hij zelf had verzocht vanwege het ontbreken van een vaste woon- en verblijfplaats. Het bijgevoegde besluit op bezwaar was echter niet voorzien van een datum. Op 17 april 2020 stuurde de gemeente het besluit opnieuw toe, ditmaal met een datumstempel. Appellant meende dat de beroepstermijn pas vanaf die datum begon te lopen en diende op 28 mei 2020 een beroepschrift in. De rechtbank verklaarde dit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en oordeelde dat de termijn was aangevangen op 9 april 2020. De centrale rechtsvraag in hoger beroep was of de termijnoverschrijding verschoonbaar was, gelet op het feit dat het besluit aanvankelijk geen datum droeg. De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De bekendmaking per e-mail van 9 april 2020 was rechtsgeldig: de e-mail bevatte zelf een datum en verwees naar het bijgevoegde besluit, dat bovendien een duidelijke rechtsmiddelenclausule bevatte met vermelding van de zesweekse beroepstermijn. Op grond hiervan had het voor appellant en zijn gemachtigde voldoende duidelijk kunnen en moeten zijn dat de beroepstermijn op 22 mei 2020 zou verstrijken. Het toezenden van een gedateerde versie op 17 april 2020 betrof geen nieuw besluit in de zin van de Awb en deed de termijn niet opnieuw aanvangen. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar. De uitspraak onderstreept dat digitale bekendmaking van besluiten rechtsgeldig is en dat burgers en hun gemachtigden de termijnbewaking niet kunnen baseren op formele gebreken in de opmaak van het besluit wanneer de aanvangsdatum anderszins voldoende kenbaar was.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5339, Raad van State, 09-09-2026, 202500974/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidVergunningen
18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied