JurispRadar
ECLI:NL:RVS:2026:5354Laag18/100

Huisnummerwijziging van 5 naar 5A rechtmatig bevonden

ECLI:NL:RVS:2026:5354, Raad van State, 09-09-2026, 202406781/1/A3

Raad van StateUitspraak: 9 september 2026Publicatie: 9 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:202406781/1/A3
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht
Overheid
Vergunningen
Brp
Huisnummering
Basisregistratie
Wbag
Nummeraanduiding

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo het nummer van het appartement waar [appellant] woont veranderd van 5 in 5A. Bij besluit van 20 juli 2023 heeft het college [appellant] ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo. Op grond van een verleende omgevingsvergunning op 2 augustus 2022 zijn wijzigingen aangebracht aan de gebouwen die voorheen het adres [straatnaam 2] 66, 68 en [straatnaam 1] 1, 3 en 5 hadden. Er is een café met meerdere bovenwoningen omgebouwd tot een appartementencomplex. Op grond van deze wijzigingen ontstonden nieuwe verblijfsobjecten in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Naar aanleiding daarvan heeft het college de bestaande nummering ingetrokken en aan deze nieuwe objecten nieuwe huisnummers toegekend. Hierbij is het oude huisnummer van het appartement waar [appellant] woont, nummer 5, ingetrokken en is het nieuwe nummer 5A toegekend. Op 20 juli 2023 heeft het college [appellant] in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [straatnaam 1] 5A in Venlo.

Kern van de zaak

Een bewoner van een appartement in Venlo verzet zich tegen de wijziging van zijn huisnummer van [straatnaam 1] 5 naar 5A. Na verbouwing van een café met bovenwoningen tot appartementencomplex kende het college nieuwe huisnummers toe op grond van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. De bewoner ging in bezwaar, beroep en vervolgens in hoger beroep bij de Raad van State.

Beslissing van de rechter

De Raad van State behandelt het hoger beroep van appellant tegen het oordeel van de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de huisnummering te wijzigen met als enig doel een logische nummering te realiseren, en dat de wijziging geen onevenredige negatieve gevolgen voor appellant had. De uitspraak is op basis van de beschikbare tekst niet volledig weergegeven, waardoor de eindbeslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld.

18van 100

Impactscore

Laag

De zaak betreft een individueel administratief geschil over een huisnummerwijziging zonder bredere precedentwerking; de rechtsvraag is weinig complex en de uitkomst is in lijn met bestaande bevoegdheidsleer onder de Wbag.

Belangrijkste punten

  • 1Na omgevingsvergunning en verbouwing tot appartementencomplex ontstonden nieuwe verblijfsobjecten in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (Wbag).
  • 2Het college was bevoegd de bestaande nummering in te trekken en nieuwe huisnummers toe te kennen aan de nieuwe verblijfsobjecten.
  • 3Het enige doel van de nummerwijziging was het realiseren van een logische nummering, wat een rechtmatig motief is.
  • 4De rechtbank oordeelde dat de huisnummerwijziging geen onevenredige negatieve gevolgen voor de bewoner met zich meebracht.
  • 5De inschrijving in de basisregistratie personen op het nieuwe adres (5A) bleef in stand nu de nummering zelf in stand bleef.

Impactanalyse

Juridische impact

De zaak bevestigt dat gemeenten op grond van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen bevoegd zijn huisnummers in te trekken en opnieuw toe te kennen na fysieke wijzigingen van gebouwen, mits dit strekt tot een logische nummering en geen onevenredige gevolgen heeft. De uitkomst van het hoger beroep is op basis van de beschikbare tekst onzeker.

Praktische impact

Bewoners die door verbouwingen of herindelingen van gebouwen een nieuw huisnummer krijgen toegewezen, hebben beperkte mogelijkheden om dit administratief aan te vechten als de wijziging logisch is en geen onevenredige schade veroorzaakt. De automatische doorwerking naar de basisregistratie personen illustreert de afhankelijkheid van de BRP van de BAG-nummering.

Onderwerp-impact

Voor de praktijk van de basisregistraties (BAG en BRP) bevestigt deze zaak de beleidsruimte van gemeenten bij nummertoekenning na verbouwingen, waarbij individuele belangen van bewoners ondergeschikt kunnen zijn aan het doel van een logisch nummeringssysteem.

Samenvatting

Deze zaak draait om de vraag of het college van de gemeente Venlo bevoegd was het huisnummer van het appartement van appellant te wijzigen van [straatnaam 1] 5 naar 5A, na de verbouwing van een café met bovenwoningen tot een appartementencomplex. Op grond van een in 2022 verleende omgevingsvergunning werden nieuwe verblijfsobjecten gecreëerd in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (Wbag). Het college trok de bestaande huisnummers in en kende nieuwe toe, waarna appellant op het adres [straatnaam 1] 5A werd ingeschreven in de basisregistratie personen. Appellant maakte bezwaar en stelde vervolgens beroep en hoger beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Zij overwoog dat het college op grond van de Wbag bevoegd is nummers in te trekken en opnieuw toe te kennen, dat de bevoegdheid uitsluitend is aangewend om een logische nummering te realiseren, en dat de wijziging geen onevenredige negatieve gevolgen voor appellant heeft. Omdat de nummering zelf in stand bleef, bleef ook de inschrijving in de BRP in stand. Appellant tekende hoger beroep aan bij de Raad van State, die de zaak op 12 augustus 2026 op zitting behandelde. De beschikbare tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de weergegeven overwegingen lijkt de centrale juridische vraag te zijn of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de nummerwijziging rechtmatig was. De zaak illustreert de verhouding tussen de BAG-nummering en de BRP-inschrijving, en de beperkte mogelijkheden voor bewoners om administratieve herindelingen van huisnummers succesvol aan te vechten wanneer deze een legitiem doel dienen en niet onevenredig bezwarend zijn.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 9 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5363, Raad van State, 09-09-2026, 202504077/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
22/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5326Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5326, Raad van State, 09-09-2026, 202505339/1/R3

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5361Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5361, Raad van State, 09-09-2026, 202503177/1/R1

Raad van State9 sep 2026VastgoedVergunningen
18/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5123Laag
Bestuursrecht
Bestuursprocesrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5123, Raad van State, 09-09-2026, 202203505/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied