Raad van State beoordeelt omgevingsvergunning B&B met parkeerplekken
ECLI:NL:RVS:2026:5363, Raad van State, 09-09-2026, 202504077/1/R1
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 12 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een "Bed & Breakfast" (B&B) aan de [locatie] in Ohé en Laak. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor een B&B met daarbij in totaal vijf parkeerplekken op eigen terrein. De B&B bestaat uit drie slaapkamers met maximaal zes slaapplekken. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Ohé en Laak." De B&B bevindt zich op gronden met onder meer de bestemming "Wonen." Omdat ter plaatse van de woning geen aanduiding ‘bed & breakfast’ in het bestemmingsplan is opgenomen, is de B&B in strijd met het bestemmingsplan. Verder is parkeren in de voortuin niet toegestaan op de locatie. [appellante] woont twee huizen bij [partij] vandaan. De achtertuin van [appellante] grenst voor het achterste gedeelte aan de achtertuin van [partij]. [appellante] is het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning en voert aan dat de rechtbank haar onvoldoende tegemoet is gekomen.
Kern van de zaak
Een college van burgemeester en wethouders verleende een omgevingsvergunning voor een bed & breakfast met vijf parkeerplekken op eigen terrein in Ohé en Laak. De B&B was in strijd met het bestemmingsplan omdat geen aanduiding 'bed & breakfast' gold en parkeren in de voortuin niet was toegestaan. Omwonenden of andere belanghebbenden gingen in beroep tegen dit besluit.
Beslissing van de rechter
De uitspraaktekst is onvolledig en breekt af voordat de beslissing van de Raad van State volledig is weergegeven; op basis van de beschikbare tekst kan de einduitkomst niet met zekerheid worden vastgesteld. Wel is duidelijk dat de Raad van State de zaak inhoudelijk behandelt onder het oude recht (Wabo), nu de aanvraag dateert van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische omgevingsrechtelijke zaak over een individuele B&B-vergunning zonder aanwijzingen voor richtinggevende rechtsontwikkeling; de incomplete tekst maakt een hogere inschatting onverantwoord.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat de aanvraag is ingediend op 8 november 2022, blijft de Wabo (oud recht) van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2De B&B (drie slaapkamers, zes slaapplekken) is in strijd met het bestemmingsplan 'Ohé en Laak' wegens ontbreken van de aanduiding 'bed & breakfast'.
- 3Parkeren in de voortuin was eveneens in strijd met het bestemmingsplan.
- 4Het college verleende de vergunning via een buitenplanse afwijking (artikel 2.12, lid 1, onder a, 2° Wabo jo. artikel 4 lid 9 Bijlage II Bor) en een binnenplanse afwijking voor het parkeren.
- 5De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat het besluit gebreken vertoonde (de tekst breekt hier af, waardoor de precieze gebreken onduidelijk blijven).
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en illustreert hoe buitenplanse en binnenplanse afwijkingsprocedures onder de Wabo worden beoordeeld bij strijdig gebruik. De volledige rechtsgevolgen zijn onzeker door de incomplete tekst.
Praktische impact
Voor de exploitant van de B&B is onduidelijk of de vergunning in stand blijft; voor omwonenden en andere belanghebbenden is de uitkomst van het hoger beroep bij de Raad van State bepalend voor de toelaatbaarheid van de B&B en de parkeerdruk in de voortuin.
Onderwerp-impact
De zaak raakt de praktijk van short-stay verhuur en B&B-exploitatie in woonbestemmingen, waarbij strijdigheid met het bestemmingsplan via afwijkingsprocedures moet worden overbrugd, een veelvoorkomend en maatschappelijk relevant vraagstuk.
Samenvatting
Deze zaak bij de Raad van State betreft een hoger beroep tegen de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders voor een bed & breakfast in Ohé en Laak. De B&B bestaat uit drie slaapkamers met maximaal zes slaapplekken en beschikt over vijf parkeerplaatsen op eigen terrein, waaronder in de voortuin. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan 'Ohé en Laak' met de bestemming 'Wonen', maar een aanduiding voor bed & breakfast ontbreekt, waardoor het gebruik planologisch strijdig is. Ook het parkeren in de voortuin is niet rechtstreeks toegestaan. Het college verleende de vergunning in eerste instantie via een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, maar paste in het besluit op bezwaar van 18 september 2023 de grondslag aan: de B&B werd alsnog vergund via een buitenplanse afwijking op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, 2° Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Het gebruik van de voortuin als parkeerruimte werd vergund via een binnenplanse afwijking. De centrale procedurele vraag is welk recht van toepassing is. De Raad van State stelt vast dat de aanvraag is ingediend op 8 november 2022, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Op grond van het overgangsrecht (artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet) blijft de Wabo van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het besluit gebreken vertoonde, maar de uitspraaktekst is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van de Raad van State en de volledige motivering niet kunnen worden vastgesteld. De analyse is daardoor met enige onzekerheid omgeven.