JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2679Laag30/100

Dexia aansprakelijk wegens onvergunde advisering door cliëntenremisier

ECLI:NL:GHDHA:2026:2679, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.360.134/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 1 september 2026Publicatie: 20 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.360.134/01

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap

Kern van de zaak

Een afnemer van effectenleaseovereenkomsten vordert schadevergoeding van Dexia. De cliëntenremisier Top Investments trad op als financieel adviseur zonder de vereiste vergunning. Dexia stelde dat zij niets meer verschuldigd was en voerde eigen schuld van de afnemer aan.

Beslissing van de rechter

Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter waarbij Dexia aansprakelijk wordt gehouden voor onrechtmatig handelen. Doorslaggevend is dat Top Investments als onvergunde cliëntenremisier/adviseur optrad en Dexia daarvan op de hoogte was of had moeten zijn, waardoor het beroep op eigen schuld van de afnemer faalt.

30van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen de reeds uitgewerkte en stabiele Dexia-jurisprudentie en introduceert geen nieuw recht; de impact is beperkt tot bevestiging van bestaande regels in een individuele zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Dexia handelt onrechtmatig als een cliëntenremisier zonder vergunning als financieel adviseur optreedt én Dexia dit wist of behoorde te weten.
  • 2Daadwerkelijke subjectieve bekendheid van Dexia met de specifieke advisering is niet vereist; objectieve wetenschap volstaat.
  • 3Top Investments was betrokken als cliëntenremisier zonder adviesvergunning bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomsten.
  • 4Bij geconstateerd onrechtmatig handelen van Dexia eist de billijkheid in beginsel dat de volledige vergoedingsplicht in stand blijft; een eigen-schuldberoep slaagt niet.
  • 5Dexia's grieven in hoger beroep worden verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat Dexia bij onvergunde advisering door een cliëntenremisier volledig schadeplichtig is zonder dat de afnemer eigen schuld wordt tegengeworpen. Dit sluit aan bij de bestaande Dexia-jurisprudentie over de Wet toezicht effectenverkeer.

Praktische impact

Afnemers van Dexia-effectenleaseproducten die via een onvergunde tussenpersoon zijn benaderd, kunnen rekenen op volledige schadevergoeding. Dexia's verweer dat zij niets meer verschuldigd is, wordt afgewezen.

Onderwerp-impact

Voor de financiële dienstverlening onderstreept dit arrest dat aanbieders van beleggingsproducten verantwoordelijkheid dragen voor de vergunningstatus van hun distributienetwerk en zich niet kunnen vrijwaren door te wijzen op het gedrag van de afnemer.

Samenvatting

In deze hoger beroepszaak bij het Gerechtshof Den Haag staat de aansprakelijkheid van Dexia als aanbieder van effectenleaseovereenkomsten centraal. De afnemer, geïntimeerde, had eerder bij de kantonrechter met succes gevorderd dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en zijn schade diende te vergoeden. Dexia stelde in hoger beroep dat zij niets meer verschuldigd was en voerde grieven aan tegen het vonnis van de kantonrechter. Het hof stelt het juridisch kader vast aan de hand van de vereisten voor onrechtmatig handelen door Dexia: er moet sprake zijn geweest van (a) een cliëntenremisier die tevens als financieel adviseur optrad zonder de benodigde vergunning, en (b) Dexia moet hiervan op de hoogte zijn geweest of hebben behoren te zijn. Daadwerkelijke, subjectieve wetenschap bij Dexia over de specifieke advisering aan de individuele afnemer is daarvoor niet vereist; objectieve wetenschap volstaat. Vastgesteld is dat Top Investments als cliëntenremisier betrokken was bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomsten en niet beschikte over een vergunning om financieel advies te geven. Het hof beoordeelt of aan beide vereisten is voldaan. Indien dat het geval is, geldt tevens dat een beroep van Dexia op eigen schuld van de afnemer niet opgaat: de billijkheid eist in beginsel dat de volledige vergoedingsplicht van Dexia in stand blijft, ongeacht de inhoud van het advies of een eventueel eigen inzicht van de afnemer. Het hof verwerpt de grieven van Dexia, bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt Dexia in de proceskosten in hoger beroep. De uitspraak bevestigt de vaste rechtspraak in Dexia-zaken en biedt geen nieuwe rechtsontwikkeling, maar is voor de betrokken afnemer van directe financiële betekenis.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5170Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:5170, Raad van State, 02-09-2026, 202502744/1/A2

Raad van State2 sep 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2678Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2678, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.360.275/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2680Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Verbintenissenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2680, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.361.799/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2492Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2492, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.314.267/01 en 200.320.485/01

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied