Gerechtsdeurwaarder deels vrijgepleit bij ontruiming bedrijfspand
ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Klacht tegen gerechtsdeurwaarder. Ontruiming bedrijfspand op basis van de grosse van een kg-vonnis. Onderzoeksplicht gerechtsdeurwaarder. Verouderd vonnis? Retentierecht. Klacht op alle onderdelen ongegrond.
Kern van de zaak
Klaagster (huurder bedrijfspand) klaagt over een gerechtsdeurwaarder die ondanks betalingen een ontruiming doorzette. De kamer had de klacht deels gegrond verklaard en een berisping plus geldboete opgelegd. De gerechtsdeurwaarder ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het hoger beroep van de gerechtsdeurwaarder ten aanzien van klachtonderdeel a (onrechtmatige executie) toe: de ontruiming was niet afhankelijk gesteld van een bestaande huurachterstand en vond rechtmatig plaats op grond van de grosse van het vonnis. De doorslaggevende reden is dat het vonnis van de kantonrechter de ontruimingsveroordeling niet conditioneerde aan het voortbestaan van een huurachterstand.
Impactscore
MiddelDe uitspraak is feitelijk van aard en bevestigt bestaand recht omtrent executie van onvoorwaardelijke vonnissen, maar heeft praktische betekenis voor huurders en deurwaarders in ontruimingszaken.
Belangrijkste punten
- 1De ontruimingsveroordeling in het vonnis was niet afhankelijk gesteld van een nog bestaande huurachterstand, zodat de betalingen door klaagster de executie niet konden blokkeren.
- 2De gerechtsdeurwaarder heeft de ontruiming gebaseerd op de grosse van het vonnis, hetgeen rechtmatig was.
- 3Een abusievelijke vermelding in de aanzegging (ontbinding huurovereenkomst) maakt niet dat op een onjuiste grond is ontruimd.
- 4De kamer had klachtonderdelen a, b en c gegrond verklaard en een berisping plus geldboete van € 500,- opgelegd; het hof herziet althans klachtonderdeel a.
- 5Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in de uitbreiding van haar oorspronkelijke klacht in hoger beroep.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt dat een gerechtsdeurwaarder bij executie van een onvoorwaardelijk ontruimingsvonnis niet gehouden is betalingen van de geëxecuteerde af te wachten, tenzij het vonnis zelf die voorwaarde stelt. Een foutieve vermelding in de aanzegging tast de rechtmatigheid van de executie niet aan.
Praktische impact
Huurders die een ontruimingsvonnis willen tegenhouden door betaling van huurachterstand, moeten tijdig een executiegeschil starten; betalingen alleen zijn onvoldoende als het vonnis geen betalingsvoorbehoud bevat.
Onderwerp-impact
Voor vastgoed- en huurrechtpraktijk bevestigt dit arrest dat gerechtsdeurwaarders bij onvoorwaardelijke ontruimingsvonnissen groot gewicht mogen toekennen aan de executoriale titel, ook als huurders stellen te hebben betaald.
Samenvatting
In deze tuchtzaak klaagde een huurder van een bedrijfspand over een gerechtsdeurwaarder die in februari 2025 een ontruiming had doorgezet, ondanks betalingen die de huurder had verricht en waarover de deurwaarder vooraf was geïnformeerd. De kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam had de klacht deels gegrond verklaard (onderdelen a, b en c) en de deurwaarder een berisping en een geldboete van € 500,- opgelegd. De deurwaarder stelde in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam dat de kamer ten onrechte had geoordeeld dat klaagster erop mocht vertrouwen dat er geen ontruiming zou plaatsvinden vanwege haar betalingen. Het hof stelt de gerechtsdeurwaarder in het gelijk ten aanzien van klachtonderdeel a. Uit het vonnis van de kantonrechter blijkt dat de veroordeling tot ontruiming van het bedrijfspand niet afhankelijk was gesteld van het voortbestaan van een huurachterstand. De ontruiming vond plaats op basis van de grosse van dat vonnis, dat zowel in de betekening van oktober 2024 als in de aanzegging van februari 2025 was vermeld. Het feit dat de aanzegging abusievelijk vermeldde dat de huurovereenkomst bij vonnis zou zijn ontbonden, doet aan de rechtmatigheid van de executie niet af, nu dit de grond voor ontruiming niet aantastte. Daarnaast wordt klaagster niet-ontvankelijk verklaard in de uitbreiding van haar oorspronkelijke klacht, omdat een klachtuitbreiding in hoger beroep procesrechtelijk niet is toegelaten. De uitspraak bevestigt het principe dat een gerechtsdeurwaarder bij een onvoorwaardelijk ontruimingsvonnis mag executeren zonder rekening te houden met nadien verrichte betalingen, tenzij het vonnis expliciet een betalingsvoorbehoud bevat. Huurders die executie willen voorkomen dienen tijdig een kort geding of executiegeschil te starten.