JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel32/100

Gerechtsdeurwaarder deels vrijgepleit bij ontruiming bedrijfspand

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 8 september 2026Publicatie: 26 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.365.144
Huurrecht
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
Ontruiming
Huurachterstand
Gerechtsdeurwaarder
Executie
Tuchtrecht

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Klacht tegen gerechtsdeurwaarder. Ontruiming bedrijfspand op basis van de grosse van een kg-vonnis. Onderzoeksplicht gerechtsdeurwaarder. Verouderd vonnis? Retentierecht. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

Kern van de zaak

Klaagster (huurder bedrijfspand) klaagt over een gerechtsdeurwaarder die ondanks betalingen een ontruiming doorzette. De kamer had de klacht deels gegrond verklaard en een berisping plus geldboete opgelegd. De gerechtsdeurwaarder ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst het hoger beroep van de gerechtsdeurwaarder ten aanzien van klachtonderdeel a (onrechtmatige executie) toe: de ontruiming was niet afhankelijk gesteld van een bestaande huurachterstand en vond rechtmatig plaats op grond van de grosse van het vonnis. De doorslaggevende reden is dat het vonnis van de kantonrechter de ontruimingsveroordeling niet conditioneerde aan het voortbestaan van een huurachterstand.

32van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is feitelijk van aard en bevestigt bestaand recht omtrent executie van onvoorwaardelijke vonnissen, maar heeft praktische betekenis voor huurders en deurwaarders in ontruimingszaken.

Belangrijkste punten

  • 1De ontruimingsveroordeling in het vonnis was niet afhankelijk gesteld van een nog bestaande huurachterstand, zodat de betalingen door klaagster de executie niet konden blokkeren.
  • 2De gerechtsdeurwaarder heeft de ontruiming gebaseerd op de grosse van het vonnis, hetgeen rechtmatig was.
  • 3Een abusievelijke vermelding in de aanzegging (ontbinding huurovereenkomst) maakt niet dat op een onjuiste grond is ontruimd.
  • 4De kamer had klachtonderdelen a, b en c gegrond verklaard en een berisping plus geldboete van € 500,- opgelegd; het hof herziet althans klachtonderdeel a.
  • 5Klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard in de uitbreiding van haar oorspronkelijke klacht in hoger beroep.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt dat een gerechtsdeurwaarder bij executie van een onvoorwaardelijk ontruimingsvonnis niet gehouden is betalingen van de geëxecuteerde af te wachten, tenzij het vonnis zelf die voorwaarde stelt. Een foutieve vermelding in de aanzegging tast de rechtmatigheid van de executie niet aan.

Praktische impact

Huurders die een ontruimingsvonnis willen tegenhouden door betaling van huurachterstand, moeten tijdig een executiegeschil starten; betalingen alleen zijn onvoldoende als het vonnis geen betalingsvoorbehoud bevat.

Onderwerp-impact

Voor vastgoed- en huurrechtpraktijk bevestigt dit arrest dat gerechtsdeurwaarders bij onvoorwaardelijke ontruimingsvonnissen groot gewicht mogen toekennen aan de executoriale titel, ook als huurders stellen te hebben betaald.

Samenvatting

In deze tuchtzaak klaagde een huurder van een bedrijfspand over een gerechtsdeurwaarder die in februari 2025 een ontruiming had doorgezet, ondanks betalingen die de huurder had verricht en waarover de deurwaarder vooraf was geïnformeerd. De kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam had de klacht deels gegrond verklaard (onderdelen a, b en c) en de deurwaarder een berisping en een geldboete van € 500,- opgelegd. De deurwaarder stelde in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam dat de kamer ten onrechte had geoordeeld dat klaagster erop mocht vertrouwen dat er geen ontruiming zou plaatsvinden vanwege haar betalingen. Het hof stelt de gerechtsdeurwaarder in het gelijk ten aanzien van klachtonderdeel a. Uit het vonnis van de kantonrechter blijkt dat de veroordeling tot ontruiming van het bedrijfspand niet afhankelijk was gesteld van het voortbestaan van een huurachterstand. De ontruiming vond plaats op basis van de grosse van dat vonnis, dat zowel in de betekening van oktober 2024 als in de aanzegging van februari 2025 was vermeld. Het feit dat de aanzegging abusievelijk vermeldde dat de huurovereenkomst bij vonnis zou zijn ontbonden, doet aan de rechtmatigheid van de executie niet af, nu dit de grond voor ontruiming niet aantastte. Daarnaast wordt klaagster niet-ontvankelijk verklaard in de uitbreiding van haar oorspronkelijke klacht, omdat een klachtuitbreiding in hoger beroep procesrechtelijk niet is toegelaten. De uitspraak bevestigt het principe dat een gerechtsdeurwaarder bij een onvoorwaardelijk ontruimingsvonnis mag executeren zonder rekening te houden met nadien verrichte betalingen, tenzij het vonnis expliciet een betalingsvoorbehoud bevat. Huurders die executie willen voorkomen dienen tijdig een kort geding of executiegeschil te starten.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
32van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Huurrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2415Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2415, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.348.904

Gerechtshof Amsterdam25 aug 2026VastgoedEnergie
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2648Middel
Bestuursrecht
Huurrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2648, Gerechtshof Den Haag, 25-08-2026, 200.356.602/01

Gerechtshof Den Haag25 aug 2026ArbeidsrelatiesHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:8576Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:RBAMS:2026:8576, Rechtbank Amsterdam, 19-08-2026, 12140464 CV EXPL 26-3785

Rechtbank Amsterdam19 aug 2026AansprakelijkheidVastgoed
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2312Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2312, Gerechtshof Amsterdam, 28-07-2026, 200.358.414

Gerechtshof Amsterdam28 jul 2026ZorgAansprakelijkheid
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied