Hof wijst ontruimingsvordering kwetsbare huurder af na belangenafweging
ECLI:NL:GHAMS:2026:2312, Gerechtshof Amsterdam, 28-07-2026, 200.358.414
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Huurrecht woonruimte. Hof vernietigt ontruimingsvonnis vanwege overwegend belang huurder bij behoud woonruimte.
Kern van de zaak
Woonzorg vorderde ontruiming van de woning van een bejaarde, kwetsbare huurder die al 21 jaar in de betreffende woning woont. De kantonrechter wees de ontruimingsvordering in kort geding toe. De huurder ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn belang bij behoud van de woning zwaarder moet wegen, mede gelet op artikel 8 EVRM.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van Woonzorg volledig af. De doorslaggevende reden is de belangenafweging: het belang van de kwetsbare, bejaarde huurder bij behoud van zijn woning weegt, mede gelet op artikel 8 EVRM, zwaarder dan het belang van Woonzorg bij ontruiming.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past binnen de bestaande rechtslijn rondom terughoudendheid bij ontruimingen in kort geding en de toepassing van artikel 8 EVRM, maar is feitelijk van aard en stelt geen nieuwe rechtsregels. De impact is met name relevant voor vergelijkbare individuele gevallen.
Belangrijkste punten
- 1In kort geding geldt een hoge drempel voor ontruiming: er moet met grote mate van waarschijnlijkheid worden verwacht dat de bodemrechter ontruiming zal bevelen.
- 2Artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van de woning) speelt een zwaarwegende rol bij de belangenafweging in ontruimingszaken.
- 3De kwetsbare positie van de huurder (hoge leeftijd, slechte gezondheid, 21 jaar huurder, geen familie in Nederland) was doorslaggevend in de belangenafweging.
- 4Beoordeling in hoger beroep vindt plaats naar de situatie ten tijde van de behandeling in hoger beroep, niet ten tijde van het vonnis in eerste aanleg.
- 5Woonzorg wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties, inclusief nakosten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat rechters in kort geding bij ontruimingsvorderingen grote terughoudendheid moeten betrachten en dat artikel 8 EVRM een materiële rol speelt bij de afweging van belangen van kwetsbare huurders. Dit onderstreept dat de persoonlijke omstandigheden van de huurder zwaar meewegen.
Praktische impact
De huurder mag vooralsnog in zijn woning blijven wonen en hoeft niet te ontruimen. Woonzorg kan nog wel een bodemprocedure starten, maar zal daarin rekening moeten houden met de zwaarwegende persoonlijke omstandigheden van de huurder.
Onderwerp-impact
Voor verhuurders in de sociale huursector benadrukt deze uitspraak dat ontruiming in kort geding van kwetsbare, langdurige huurders via de rechter bijzonder moeilijk te bewerkstelligen is wanneer geen sprake is van een overduidelijk geval.
Samenvatting
In deze zaak vorderde Woonzorg in kort geding de ontruiming van de woning van een bejaarde, kwetsbare huurder die al 21 jaar in dezelfde woning woonde. De kantonrechter wees de ontruimingsvordering toe, maar de huurder tekende hoger beroep aan. Voor het Gerechtshof Amsterdam voerde hij aan dat zijn persoonlijke omstandigheden – zijn hoge leeftijd, kwetsbare gezondheid, het ontbreken van familie in Nederland en zijn langdurige huurrelatie – in combinatie met het door artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van de woning, zwaarder dienden te wegen dan het belang van Woonzorg bij ontruiming. Het hof stelde voorop dat in kort geding terughoudendheid moet worden betracht bij ontruimingsvorderingen vanwege het ingrijpende karakter daarvan. Toewijzing is slechts mogelijk als met grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de bodemrechter de ontruiming zal bevelen én als van de verhuurder niet gevergd kan worden de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten. Het hof beoordeelde de zaak naar de situatie ten tijde van de behandeling in hoger beroep. Na een zelfstandige belangenafweging, waarbij het hof acht sloeg op alle persoonlijke omstandigheden van de huurder en de waarborgen van artikel 8 EVRM, concludeerde het hof dat het belang van de huurder bij behoud van zijn woning zwaarder weegt dan het belang van Woonzorg bij ontruiming. Niet kon worden vastgesteld dat met grote mate van waarschijnlijkheid een bodemrechter de ontruiming zou bevelen. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van Woonzorg volledig af. Woonzorg werd tevens veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. De huurder mag in zijn woning blijven, hoewel Woonzorg de mogelijkheid behoudt een bodemprocedure te starten.