Huurder opnieuw veroordeeld tot ontruiming na nieuwe huurachterstand
ECLI:NL:RBAMS:2026:8576, Rechtbank Amsterdam, 19-08-2026, 12140464 CV EXPL 26-3785
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Mondeling vonnis, ontbinding huurovereenkomst en ontruiming gehuurde toegewezen vanwege herhaalde wanprestatie, terme de graçe afgewezen. Bedingen huurovereenkomst ambtshalve getoetst; alleen (splitsbaar) beding dat ziet op buitengerechtelijke kosten en proceskosten oneerlijk, waarbij de proceskosten wel zijn toegewezen in afwachtig van beantwoording prejudiciele vraag.
Kern van de zaak
Verhuurder stapt opnieuw naar de rechter omdat huurder, die in november 2025 al een voorwaardelijke ontruiming had voorkomen door achterstallige huur te betalen, direct daarna een nieuwe huurachterstand liet ontstaan en na het eerdere vonnis geen enkele maand huur meer betaalde.
Beslissing van de rechter
De kantonrechter wijst de ontbinding en ontruiming toe; doorslaggevend is dat de huurder na het eerdere voorwaardelijke vonnis van november 2025 structureel in gebreke is gebleven, geen enkele maand huur heeft betaald ondanks toezeggingen, en ter zitting niet aannemelijk heeft kunnen maken hoe hij de nieuwe achterstand zal inlopen.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke, sterk casusgerelateerde kantonrechtszaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is in lijn met vaste rechtspraak over huurontbinding bij recidive.
Belangrijkste punten
- 1Huurovereenkomst bestaat sinds 23 november 2017; eerdere voorwaardelijke veroordeling tot ontruiming op 11 november 2025.
- 2Huurder heeft vorige achterstand (buiten de gegeven termijn) voldaan en ontruiming daarmee voorkomen, maar heeft daarna geen enkele maand huur meer betaald.
- 3Na het vonnis van november 2025 is een geheel nieuwe huurachterstand ontstaan die tot de zittingsdatum uitsluitend is opgelopen.
- 4Huurder kon ter zitting niet voldoende uitleggen hoe hij de nieuwe achterstand zou inlopen, ondanks eerdere toezeggingen.
- 5De kantonrechter doet mondeling uitspraak en wijst ontbinding en ontruiming toe.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een huurder die na een voorwaardelijke ontruimingsveroordeling direct een nieuwe achterstand laat ontstaan, nauwelijks ruimte krijgt voor een tweede herstelkans; recidive in betalingsverzuim weegt zwaar bij de belangenafweging ex art. 6:265 BW.
Praktische impact
De huurder zal de woning moeten ontruimen; verhuurders worden bevestigd in de lijn dat een eerdere 'coulance'-maatregel niet herhaald hoeft te worden wanneer de huurder onmiddellijk opnieuw in verzuim geraakt.
Onderwerp-impact
In de huurmarkt onderstreept deze uitspraak dat rechters bij een tweede reeks wanprestaties minder snel een extra hersteltermijn gunnen, wat de positie van verhuurders bij aanhoudende betalingsproblemen versterkt.
Samenvatting
Tussen een particuliere verhuurder en zijn huurder bestaat sinds 23 november 2017 een huurovereenkomst voor een woning in Amsterdam. Bij vonnis van 11 november 2025 had de kantonrechter de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming al voorwaardelijk toegewezen vanwege een opgelopen huurachterstand. De huurder wist ontruiming destijds te voorkomen door de achterstand – weliswaar buiten de gestelde termijn – alsnog te voldoen. Onmiddellijk na dat vonnis liet hij echter opnieuw een huurachterstand ontstaan. Tot de datum van de mondelinge behandeling op 19 augustus 2026 betaalde hij geen enkele maand huur meer, ondanks uitdrukkelijke toezeggingen dat hij dat wel zou doen. Ter zitting kon hij evenmin aannemelijk maken op welke wijze hij de nieuwe, inmiddels verder opgelopen achterstand zou inlopen. De rechtsvraag is of deze nieuwe huurachterstand, in combinatie met de voorgeschiedenis, voldoende grond oplevert voor definitieve ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Kantonrechter mr. L. van Berkum beantwoordt die vraag bevestigend en wijst de vorderingen toe. Doorslaggevend is dat de huurder de bij het eerdere vonnis geboden herstelmogelijkheid in feite heeft benut om het oordeel tijdelijk af te wenden, maar daarna volstrekt geen betalingsgedrag heeft getoond dat op herstel duidt. De combinatie van recidive, het volledig uitblijven van huurbetaling over een aanzienlijke periode en het ontbreken van een geloofwaardig betalingsplan laat geen ruimte voor een verdere afweging ten gunste van de huurder. De uitspraak volgt de bestendige lijn in de rechtspraak dat een huurder die na een voorwaardelijke veroordeling onmiddellijk opnieuw wanprestatie pleegt, geen recht heeft op een tweede herstelkans.