Dexia-effectenlease vernietigd ondanks verjaringsberoep echtgenote
ECLI:NL:GHAMS:2026:2386, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.332.752/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht.”
Kern van de zaak
Een afnemer sloot effectenleaseovereenkomsten met Dexia zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote. De echtgenote riep de vernietigbaarheid in op grond van artikel 1:89 BW. Dexia verweerde zich met een beroep op verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het oordeel van de kantonrechter dat de effectenleaseovereenkomsten zijn vernietigd en Dexia een vergoeding verschuldigd is. Doorslaggevend is het oordeel dat de rechtsvordering tot vernietiging door de echtgenote niet is verjaard, waarbij de verjaringstermijn van drie jaar op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW bepalend is.
Impactscore
LaagDe uitspraak past in een reeks van gelijksoortige Dexia-zaken en past bestaande jurisprudentie toe zonder nieuwe rechtsregels te formuleren; de tekst is bovendien onvolledig, waardoor de volledige motivering niet beoordeeld kan worden.
Belangrijkste punten
- 1Effectenleaseovereenkomsten kwalificeren als koop op afbetaling (huurkoop) ex artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW, waarvoor toestemming van de echtgenote vereist is.
- 2Bij ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenote is de overeenkomst vernietigbaar op grond van artikel 1:89 lid 1 BW.
- 3De verjaringstermijn voor de rechtsvordering tot vernietiging bedraagt drie jaar (artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW).
- 4Afnemer en echtgenote hadden tijdig een opt-out verklaring uitgebracht, waardoor de WCAM-overeenkomst (verbindend verklaard in 2007) hen niet bindt.
- 5Het verjaringsverweer van Dexia werd verworpen; de kantonrechterbeslissing inclusief vergoeding en wettelijke rente werd in hoger beroep in stand gelaten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de vaste lijn dat effectenleaseovereenkomsten als huurkoop kwalificeren en dat de drietermijn van artikel 3:52 BW bepalend is voor verjaring van de vernietigingsactie door de echtgenote. Dit sluit aan bij eerdere Dexia-jurisprudentie, maar heeft beperkte zelfstandige precedentwaarde nu de tekst onvolledig is.
Praktische impact
Dexia dient het betaalde bedrag inclusief wettelijke rente en proceskosten terug te betalen aan afnemer. Echtgenoten van effectenlease-afnemers die tijdig een opt-out uitbrachten en de vernietigingsbrief stuurden, kunnen bij niet-verjaring nog succesvol aanspraak maken op terugbetaling.
Onderwerp-impact
Voor de financiële dienstverlening bevestigt deze uitspraak dat aanbieders van beleggingsproducten structureel rekening moeten houden met de toestemmingsvereisten van artikel 1:88 BW en dat een beroep op verjaring in Dexia-zaken niet altijd slaagt.
Samenvatting
In deze zaak staat centraal of de echtgenote van een afnemer van Dexia-effectenleaseovereenkomsten haar vernietigingsbevoegdheid op grond van artikel 1:89 BW tijdig heeft ingeroepen, of dat de rechtsvordering daartoe was verjaard. De afnemer had meerdere effectenleaseovereenkomsten gesloten met Dexia, zonder dat zijn echtgenote daarvoor schriftelijke toestemming had gegeven, zoals vereist door artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder d BW. Afnemer en echtgenote hadden eerder tijdig een opt-out verklaring uitgebracht ten aanzien van de door het Gerechtshof Amsterdam in 2007 verbindend verklaarde WCAM-overeenkomst, zodat zij niet door die collectieve schikking gebonden zijn. De echtgenote stuurde vervolgens een vernietigingsbrief aan Dexia. Dexia verweerde zich in hoger beroep onder meer met het standpunt dat de rechtsvordering tot vernietiging was verjaard. Het hof stelt vast dat de effectenleaseovereenkomsten moeten worden gekwalificeerd als overeenkomsten van koop op afbetaling (huurkoop) in de zin van artikel 1:88 BW, zodat de echtgenote in beginsel het recht heeft de overeenkomsten te vernietigen. De toepasselijke verjaringstermijn bedraagt op grond van artikel 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW drie jaar, te rekenen vanaf een in de volledige uitspraak nader te omschrijven moment. Het hof verwerpt het verjaringsverweer van Dexia en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, die voor recht had verklaard dat de effectenleaseovereenkomsten zijn vernietigd en Dexia had veroordeeld tot betaling van het verschuldigde bedrag, de wettelijke rente en de proceskosten. De uitspraak bevestigt de vaste lijn in Dexia-jurisprudentie en biedt echtgenoten die tijdig hebben gehandeld een effectief rechtsmiddel tegen effectenleaseproducten die zonder hun toestemming zijn afgesloten. Omdat de beschikbare tekst onvolledig is, is enige onzekerheid over de volledige motivering gepast.