JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2314Laag22/100

Conservatoir beslag op onroerend goed geweigerd wegens ontbreken verduisteringsvrees

ECLI:NL:GHAMS:2026:2314, Gerechtshof Amsterdam, 18-08-2026, 200.372.314

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 18 augustus 2026Publicatie: 20 augustus 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.372.314
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Aansprakelijkheid
Vastgoed
Bouw
Hoger Beroep
Conservatoir Beslag
Verbouwing
Verduisteringsvrees
Beslagverlof

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Artikel 711 jo. 725 Rv. Verzoek tot conservatoir beslag op onroerende zaken, hoger beroep. Geen gegronde vrees voor verduistering.

Kern van de zaak

Aannemer [appellant] werd door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld tot betaling van ruim €208.000 aan huiseigenaren wegens gebrekkige verbouwing in 2017. Na voldoening van dit vonnis stelde hij hoger beroep in en verzocht conservatoir beslag op twee onroerende zaken van de wederpartij, als zekerheid voor een mogelijke terugbetalingsverplichting. De voorzieningenrechter weigerde het verlof, waarna appellant in hoger beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst het verzoek tot verlof voor conservatoir beslag af. Doorslaggevend is dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering van de onroerende zaken door de schuldenaren, wat een wettelijk vereiste is op grond van artikel 711 lid 1 jo 725 Rv.

22van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past binnen de vaste rechtspraak rondom conservatoir beslag en stelt geen nieuwe rechtsregels. De relevantie is hoofdzakelijk feitelijk en casuïstisch van aard, zonder bredere precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Conservatoir beslag op onroerende zaken vereist aangetoonde gegronde vrees voor verduistering (art. 711 lid 1 jo 725 Rv).
  • 2Het hof is in hoger beroep aan dezelfde maatstaf gebonden als de voorzieningenrechter in eerste aanleg.
  • 3Vage stellingen zoals 'niet zo nauw nemen met de feiten' en 'spelen met de gedachte te vertrekken' volstaan niet als bewijs van verduisteringsvrees.
  • 4Aan de behandeling van de inhoudelijke grieven over de summiere deugdelijkheid van de vordering wordt niet toegekomen.
  • 5Het feit dat appellant het vonnis reeds had voldaan en hoger beroep instelde, rechtvaardigt op zichzelf nog geen beslag.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat de drempel voor het verlenen van beslagverlof op onroerende zaken hoog ligt: concrete en onderbouwde feiten over verduisteringsvrees zijn vereist, en abstracte of speculatieve stellingen zijn onvoldoende. Dit sluit aan bij de bestaande lijn in de rechtspraak over artikel 711 jo 725 Rv.

Praktische impact

Voor de aannemer betekent dit dat hij geen zekerheid verkrijgt voor een mogelijke terugbetalingsvordering in hoger beroep, waardoor het risico bestaat dat geïntimeerden bij een eventuele veroordeling niet meer verhaalbaar zijn. Voor schuldenaren biedt de uitspraak bescherming tegen lichtvaardig conservatoir beslag op hun woning.

Onderwerp-impact

In de bouwsector onderstreept deze uitspraak dat aannemers die in geschillen over bouwkwaliteit een veroordeling hebben betaald en in hoger beroep gaan, bij het verzoeken van conservatoir beslag als zekerheid voor terugbetaling met concrete verduisteringsfeiten moeten komen.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil dat zijn oorsprong vindt in een verbouwing van een woning in 2017, uitgevoerd door aannemer [appellant]. De rechtbank Noord-Holland veroordeelde hem op 25 februari 2026 tot betaling van ruim €208.581,49, vermeerderd met rente en kosten, aan de huiseigenaren [geïntimeerden] vanwege gebreken in het opgeleverde werk. [Appellant] voldeed aan dit vonnis maar stelde tegelijkertijd hoger beroep in. Om zich in te dekken voor het geval hij in hoger beroep in het gelijk zou worden gesteld en recht zou krijgen op terugbetaling, diende hij een verzoekschrift in bij de rechtbank Amsterdam om conservatoir beslag te mogen leggen op twee onroerende zaken van [geïntimeerden]. De voorzieningenrechter weigerde dit verlof, omdat onvoldoende was gebleken dat het vonnis in hoger beroep vernietigd zou worden en ook een belangenafweging niet in het voordeel van appellant uitviel. In hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam wordt echter aan de inhoudelijke grieven niet toegekomen. Het hof stelt voorop dat conservatoir beslag op onroerende zaken ingevolge artikel 711 lid 1 jo 725 Rv alleen kan worden toegestaan indien de verzoeker aantoont dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering van die zaken door de schuldenaar. Het hof is in hoger beroep aan deze zelfde maatstaf gebonden. De door appellant aangevoerde gronden voor verduisteringsvrees — dat [geïntimeerden] het 'niet zo nauw nemen met de feiten' en dat zij zouden 'spelen met de gedachte te vertrekken' — worden als volstrekt onvoldoende beschouwd om die gegronde vrees te onderbouwen. Nu appellant niet heeft voldaan aan het wettelijke vereiste van aangetoonde verduisteringsvrees, wordt het verzoek om beslagverlof afgewezen. De beschikking van de voorzieningenrechter wordt daarmee, zij het op andere gronden, bekrachtigd.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 21 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2768Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2768, Gerechtshof Den Haag, 03-09-2026, 200.349.078/01

Gerechtshof Den Haag3 sep 2026TransportDienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2492Laag
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2492, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.314.267/01 en 200.320.485/01

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2767Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2767, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.355.771/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026KoopRetail
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied