Hoge Raad verduidelijkt bevoegdheid bij WAMCA-collectieve acties
ECLI:NL:HR:2026:1551, Hoge Raad, 25-09-2026, 25/00198
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Collectieve actie. Internationaal privaatrecht, bevoegdheid (art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis). Overgangsrecht Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (art. 3:305a (oud en nieuw) BW en titel 14A van Boek 3 Rv). Reikwijdte van verlenging van dagvaardingstermijn (art. 1018d lid 2 Rv). Uitsluiting van hogere voorziening tegen beslissing over relatieve bevoegdheid (art. 110 lid 3 Rv).
Kern van de zaak
SEC en andere belangenbehartigers spanden collectieve acties aan tegen een importeur en meerdere partners (dealers) in een zaak vermoedelijk verband houdend met voertuigemissies (Euro 5). De centrale vraag was bij welke rechtbank deze vorderingen aanhangig gemaakt moesten worden en of forumkeuzes in koopovereenkomsten aan SEC konden worden tegengeworpen.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank Amsterdam relatief bevoegd is op grond van art. 107 Rv en art. 1018d lid 2 Rv, en dat forumkeuzes in koopovereenkomsten niet aan SEC kunnen worden tegengeworpen omdat SEC een eigen vorderingsrecht uitoefent. Tevens wordt het HvJEU-oordeel over art. 8 lid 1 Brussel I-bis toegepast, waarbij voorzienbaarheid geen zelfstandig criterium is voor de ankergedaagde-bevoegdheid.
Impactscore
HoogDe uitspraak komt van de Hoge Raad en stelt duidelijke regels over WAMCA-bevoegdheidsconcentratie en de werking van forumkeuzes in collectieve actiezaken, met directe gevolgen voor de praktijk van massaclaims in Nederland. De tekst is echter fragmentarisch, wat enige onzekerheid over de volledige reikwijdte meebrengt.
Belangrijkste punten
- 1Rechtbank Amsterdam is relatief bevoegd o.g.v. art. 107 Rv voor alle vorderingen vanwege nauwe samenhang in feitelijke en juridische vragen
- 2Forumkeuzes in koopovereenkomsten kunnen niet worden tegengeworpen aan SEC, die een eigen WAMCA-vorderingsrecht uitoefent
- 3Art. 1018d lid 2 Rv bepaalt dat WAMCA-vorderingen moeten worden ingesteld bij de rechtbank waar de eerste collectieve actie aanhangig is gemaakt
- 4Euro 5-vorderingen worden beheerst door art. 3:305a (oud) BW; voor andere voertuigen geldt vermoedelijk het nieuwe WAMCA-regime
- 5HvJEU: voorzienbaarheid voor medeverweerder is geen zelfstandig criterium maar slechts een algemeen beginsel bij toepassing van art. 8 lid 1 Brussel I-bis
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de samenloop van WAMCA-bevoegdheidsregels, forumkeuze en Europese bevoegdheidsregels (Brussel I-bis) bij collectieve acties met meerdere verweerders in verschillende vestigingsplaatsen. Dit biedt rechtszekerheid over de concentratie van collectieve vorderingen bij één rechtbank.
Praktische impact
Belangenbehartigers die een collectieve actie willen aanhaken bij een lopende WAMCA-procedure dienen dit te doen bij de reeds aangezochte rechtbank; forumkeuzes van afzonderlijke verweerders bieden geen uitweg om de procedure te splitsen.
Onderwerp-impact
Voor de automotive-sector en importeurs bevestigt dit arrest dat zij bij een eerste collectieve vordering bij een bepaalde rechtbank gebonden zijn aan die forumconcentratie, ook al hebben zij met afzonderlijke klanten andere forumkeuzes afgesproken.
Samenvatting
In deze Hoge Raad-uitspraak van 25 september 2026 stond centraal de vraag bij welke rechtbank collectieve vorderingen van belangenbehartiger SEC tegen een importeur en meerdere partners (dealers) in een vermoedelijke emissiezaak (dieselschandaal-achtig, Euro 5 voertuigen) behandeld moesten worden, en of forumkeuzes uit individuele koopovereenkomsten aan SEC konden worden tegengeworpen. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank Amsterdam relatief bevoegd is op grond van art. 107 Rv, omdat bij de beoordeling van de vorderingen tegen alle verweerders in belangrijke mate dezelfde of nauw samenhangende feitelijke en juridische vragen spelen. De omstandigheid dat verschillende verweerders buiten Amsterdam zijn gevestigd, doet hier niet aan af. Ten aanzien van de door sommige partners ingeroepen forumkeuzes voor de rechtbanken Den Haag en Limburg, oordeelt de Hoge Raad dat deze forumkeuzes SEC niet kunnen worden tegengeworpen. SEC oefent immers een eigen vorderingsrecht uit in de zin van art. 3:305a BW en is geen partij bij de individuele koopovereenkomsten waarop die forumkeuzes zijn gebaseerd. Bovendien verplicht art. 1018d lid 2 Rv een aanhaakvordering in te stellen bij de rechtbank waar de eerste collectieve actie aanhangig is gemaakt, in dit geval Amsterdam. De collectieve vorderingen betreffende Euro 5-voertuigen worden beheerst door het oude art. 3:305a BW, terwijl voor andere voertuigen kennelijk het nieuwe WAMCA-regime van toepassing is. Daarnaast past de Hoge Raad het recente HvJEU-oordeel toe inzake art. 8 lid 1 Brussel I-bis: de voorzienbaarheid voor een medeverweerder om te worden opgeroepen bij de rechtbank van de ankergedaagde, is geen zelfstandig bevoegdheidscriterium maar slechts een algemeen beginsel dat meeweegt bij de beoordeling van de vereiste nauwe band. Dit arrest biedt belangrijke verduidelijking voor de praktijk van WAMCA-procedures met geografisch verspreide verweerders.