Hof bevestigt overeenkomst overdracht familieel onroerend goed
ECLI:NL:GHSHE:2026:361, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-02-2026, 200.348.834_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)hoger beroep van ECLI:NL:RBLIM:2024:7403. Koopovereenkomst onroerende zaak niet nietig op grond van artikel 3:40 BW en niet vernietigbaar op grond van artikel 3:45 BW.
Kern van de zaak
Een familieconflict over de overdracht van een bedrijfswoning met loodsen ('de fuui') in Echt. De grootouders hadden de woning al geleverd aan hun zoon (geïntimeerde), maar een conflict over de overdracht van de loodsen leidde tot juridische procedures waarbij ook de kleindochter betrokken raakte.
Beslissing van de rechter
Het hof verklaart voor recht dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan de appellanten (grootouders c.s.) de bedrijfswoning én de bedrijfsloodsen aan geïntimeerde en zijn partner dienen over te dragen tegen betaling van € 200.000,-. De doorslaggevende reden is het bestaan en de inhoud van de vastgestelde overeenkomst tussen partijen.
Impactscore
LaagHet betreft een zuiver feitelijk familiegeschil over onroerendgoedoverdracht zonder principiële rechtsvragen; de uitspraak past bestaand contractenrecht toe op een specifieke casus zonder bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1De 'fuui' betreft een bedrijfswoning met meerdere loodsen te Echt; de woning was al op 5 mei 2016 aan geïntimeerde geleverd, maar de loodsen waren nog niet overgedragen.
- 2Vanaf augustus 2016 bestond een familieconflict over de overdracht van de loodsen waarbij ook de kleindochter (appellant sub 1) betrokken raakte.
- 3Het hof verklaart voor recht dat een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij het geheel (woning én loodsen) aan geïntimeerde en partner wordt overgedragen voor € 200.000,-.
- 4Appellant sub 3 (de echtgenote/grootmoeder) is op 25 januari 2025 tijdens de procedure overleden, wat de procesbetrokkenheid van de appellanten beïnvloedt.
- 5De uitspraak is gebaseerd op in hoger beroep niet-betwiste feiten uit eerste aanleg, aangevuld met aanvullend vaststaande feiten.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat familiale afspraken over onroerendgoedoverdracht als rechtsgeldige overeenkomst kunnen worden aangemerkt en via een verklaring voor recht afdwingbaar zijn. De rechter past hier standaard contractenrechtelijke beginselen toe op een familierechtelijke context.
Praktische impact
Appellanten zijn gebonden aan de overdracht van de volledige fuui aan geïntimeerde en zijn partner voor € 200.000,-, wat betekent dat zij de loodsen alsnog notarieel dienen te leveren. Het jarenlange familieconflict over de onroerende zaak wordt hiermee in juridische zin beslecht.
Onderwerp-impact
Voor vastgoedtransacties binnen familieverbanden verduidelijkt deze uitspraak dat gedeeltelijke leveringen (eerst de woning, later de loodsen) niet afdoen aan de afdwingbaarheid van de oorspronkelijke algehele overdrachtsafspraak.
Samenvatting
Dit arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreft een langlopend familieconflict over de overdracht van een bedrijfswoning met loodsen, door partijen aangeduid als 'de fuui', gelegen te Echt. De grootouders (appellanten) hadden de woning reeds op 5 mei 2016 aan hun zoon (geïntimeerde) geleverd. Over de overdracht van de bijbehorende loodsen ontstond echter vanaf augustus 2016 een geschil, waarbij ook de kleindochter (appellant sub 1) betrokken raakte. Dit conflict leidde tot een jarenlange familieruzie, zoals blijkt uit tekstberichten en e-mails die als producties zijn overgelegd. De kleindochter schreef in oktober 2018 een indringende boodschap aan haar vader over de destructieve gevolgen van de onderlinge strijd voor de familie. De rechtsvraag in dit hoger beroep betreft primair of tussen partijen een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan de grootouders gehouden zijn ook de bedrijfsloodsen over te dragen. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. Het hof verklaart voor recht dat tussen partijen een overeenkomst bestaat waarbij de volledige fuui — zowel de bedrijfswoning als de bedrijfsloodsen aan de betreffende adressen te Echt — door appellanten aan geïntimeerde en zijn partner dient te worden overgedragen tegen een koopprijs van € 200.000,-. Het hof baseert zich daarbij op de in eerste aanleg vastgestelde en in hoger beroep niet-betwiste feiten. Bijzonder is dat appellant sub 3 (de grootmoeder) op 25 januari 2025, gedurende de appelprocedure, is overleden. De uitspraak heeft beperkte bredere juridische impact nu het een feitelijk familieconflict betreft waarbij standaard contractenrechtelijke regels worden toegepast, maar biedt duidelijkheid voor de direct betrokkenen over de juridisch afdwingbare overdrachtsplicht.