Franchisegever Gohealth aansprakelijk jegens sportschool Studio Miran
ECLI:NL:GHDHA:2026:2308, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.345.608/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Franchiseovereenkomst terecht buitengerechtelkijk vernietigd wegend strijd met dwingendrechtelijke bepalingen. Ongedaanmakingsverbintenissen.
Kern van de zaak
Studio Miran, een sportschool in Capelle aan den IJssel, stapte naar de rechter tegen franchisegever Gohealth wegens onrechtmatig handelen rond het sluiten van een franchiseovereenkomst. Na schade door de Coronacrisis en een brand in 2021 zocht Studio Miran een alternatieve locatie, waarna zij in contact kwam met Gohealth. De rechtbank oordeelde dat Gohealth onrechtmatig had gehandeld en verwees de zaak naar een schadestaatprocedure.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2024, waarbij is geoordeeld dat Gohealth onrechtmatig heeft gehandeld jegens Studio Miran. Gohealth wordt veroordeeld in de proceskosten van het principaal hoger beroep; de doorslaggevende reden is dat het hof zich volledig schaart achter het oordeel van de rechtbank.
Impactscore
MiddelHet arrest bekrachtigt slechts een lagere-rechteruitspraak en introduceert geen nieuwe rechtsregels, maar de bevestiging van onrechtmatig handelen door een franchisegever in de precontractuele fase is relevant voor de franchisepraktijk.
Belangrijkste punten
- 1Studio Miran exploiteerde een sportschool aan de Bermweg in Capelle aan den IJssel en liep schade op door zowel de Coronacrisis als een brand eind 2021.
- 2In januari 2022 nam Studio Miran contact op met franchisegever Gohealth, hetgeen de basis vormde voor het geschil.
- 3De rechtbank Rotterdam oordeelde op 15 mei 2024 dat Gohealth onrechtmatig heeft gehandeld en verwees de schadebegroting naar een schadestaatprocedure.
- 4Het Gerechtshof Den Haag bekrachtigt dit vonnis volledig in zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep.
- 5Gohealth wordt veroordeeld in de proceskosten van het principaal hoger beroep (totaal € 6.867,-) en Studio Miran in de kosten van het incidenteel hoger beroep (€ 1.290,-).
Impactanalyse
Juridische impact
Het arrest bevestigt dat franchisegevers onder omstandigheden onrechtmatig kunnen handelen jegens (potentiële) franchisenemers en daarvoor aansprakelijk zijn. De schadebegroting dient nog in een aparte schadestaatprocedure te worden vastgesteld.
Praktische impact
Voor Studio Miran betekent de bekrachtiging dat de weg naar schadevergoeding via de schadestaatprocedure openblijft; Gohealth wordt geconfronteerd met verdere aansprakelijkheidsprocedures en draagt de proceskosten van het hoger beroep.
Onderwerp-impact
Voor de franchisesector onderstreept deze uitspraak het belang van zorgvuldige precontractuele onderhandelingen en transparante informatieverstrekking door franchisegevers aan (aspirant-)franchisenemers.
Samenvatting
Studio Miran exploiteerde sedert 2016 een sportschool in Capelle aan den IJssel. Door de Coronacrisis (2020-2022) en een brand eind 2021, waardoor het bedrijfspand ernstige rookschade opliep en tijdelijk onbruikbaar was, verkeerde de onderneming in een kwetsbare positie. Op zoek naar een tijdelijke alternatieve locatie voor haar leden, raakte Studio Miran begin 2022 in gesprek met Gohealth, een franchisegever in de sportschoolbranche. Uit deze contacten ontstond een geschil dat uiteindelijk leidde tot een procedure bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank Rotterdam oordeelde op 15 mei 2024 dat Gohealth onrechtmatig had gehandeld jegens Studio Miran. De exacte inhoud van het onrechtmatige handelen blijkt uit de beschikbare tekst slechts gedeeltelijk, maar de rechtbank verwees de zaak voor schadebegroting naar een schadestaatprocedure, hetgeen wijst op een vastgesteld causaal verband tussen de onrechtmatige daad en geleden schade. Gohealth ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag. In zijn arrest van 21 juli 2026 bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank volledig. Het hof onderschrijft zowel het oordeel over het onrechtmatig handelen als de verwijzing naar de schadestaatprocedure. Gohealth wordt veroordeeld in de proceskosten van het principaal hoger beroep (totaal circa € 6.867,-), terwijl Studio Miran in het incidenteel hoger beroep € 1.290,- aan proceskosten dient te betalen. De uitspraak is relevant voor de franchisepraktijk omdat zij bevestigt dat franchisegevers ook in de precontractuele fase jegens aspirant-franchisenemers onrechtmatig kunnen handelen en daarvoor aansprakelijk kunnen worden gehouden. De definitieve omvang van de schade dient in een vervolgprocedure te worden bepaald.