JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1295Hoog62/100

Hoge Raad: toezegging herstel gebreken levert geen fatale termijn op

ECLI:NL:HR:2026:1295, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/01368

Hoge RaadUitspraak: 17 juli 2026Publicatie: 16 juli 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/01368
Contractenrecht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Dienstverlening
Technologie
Software Saas
Ingebrekestelling
Fatale Termijn
Verzuim
Softwareontwikkeling
Rup Methodiek

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Geschil over ontwikkeling van sportapplicatie. Vervolg op HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:437. Wanprestatie en verzuim. Art. 6:83 BW. Voor voldoening bepaalde termijn? Beroep op ontbreken van verzuim naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Nakoming blijvend onmogelijk? Beroep op exoneratie. Verhouding tussen op wanprestatie en onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen.

Kern van de zaak

Equihold en Capgemini werkten samen aan softwareontwikkeling via een raamovereenkomst met de RUP-methodiek. Capgemini deed in december 2006 een toezegging dat gebreken binnen een half jaar opgelost zouden zijn. Equihold stelde dat hierdoor verzuim was ingetreden zonder ingebrekestelling op grond van art. 6:83 sub a BW.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verwerpt het standpunt dat de toezegging van Capgemini een fatale termijn opleverde in de zin van art. 6:83 sub a BW. Doorslaggevend is dat de toezegging paste binnen het continue overleg en de flexibele samenwerking tussen partijen, waarbij geen vastomlijnd eindproduct of vast tijdschema was overeengekomen.

62van 100

Impactscore

Hoog

De Hoge Raad geeft een principiële uitleg van art. 6:83 sub a BW in de context van agile softwareontwikkeling en voortdurende samenwerkingsrelaties, met brede relevantie voor de IT-sector en het contractenrecht.

Belangrijkste punten

  • 1Art. 6:83 sub a BW vereist een voor de voldoening bepaalde termijn; een toezegging in het kader van voortdurend overleg kwalificeert daar niet automatisch als zodanig.
  • 2De RUP-methodiek en het ontbreken van een vastomlijnd eindproduct en tijdschema zijn relevante omstandigheden bij de uitleg van een toezegging.
  • 3Nakoming door Capgemini was niet blijvend onmogelijk, en Equihold had Capgemini niet in gebreke gesteld.
  • 4De rechter dient een redelijke oplossing te zoeken naar gelang hetgeen in de omstandigheden van het geval van partijen kan worden verwacht (Fraanje/Alukon).
  • 5Een toezegging gedaan binnen een context van continue samenwerking en overleg heeft niet zonder meer de strekking van een fatale termijn.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt de toepassing van art. 6:83 sub a BW: een toezegging tot herstel van gebreken levert geen fatale termijn op indien zij is gedaan binnen een lopende samenwerkingsrelatie met voortdurend overleg en zonder vastgelegd tijdschema. Dit sluit aan bij de lijn van het arrest Fraanje/Alukon.

Praktische impact

Partijen die samenwerken op basis van agile of iteratieve methodieken (zoals RUP) kunnen niet zonder meer een verzuim inroepen op grond van informele toezeggingen gedaan tijdens overleg; een expliciete ingebrekestelling blijft in dergelijke contexten noodzakelijk.

Onderwerp-impact

Voor IT-dienstverlening en softwareontwikkeling benadrukt deze uitspraak dat mondelinge of informele toezeggingen over herstel van gebreken in agile-trajecten geen contractuele fatale termijnen vormen, wat de rechtspositie van leveranciers versterkt.

Samenvatting

Deze zaak betreft een langdurige samenwerking tussen Equihold en IT-dienstverlener Capgemini op het gebied van softwareontwikkeling, uitgevoerd via een raamovereenkomst met de RUP-methodiek. Binnen dit kader werden werkopdrachten verstrekt en capaciteit ingehuurd, zonder dat partijen een vastomlijnd eindproduct of een vast tijdschema waren overeengekomen. In december 2006 deed Capgemini de toezegging dat bepaalde gebreken in de software binnen een half jaar zouden worden opgelost. Equihold betoogde dat daarmee een fatale termijn in de zin van art. 6:83 sub a BW was overeengekomen, zodat Capgemini na het verstrijken van die termijn van rechtswege in verzuim was geraakt zonder dat een ingebrekestelling vereist was. Het hof verwierp dit standpunt, onder meer verwijzend naar het arrest Fraanje/Alukon, waarin de Hoge Raad bepaalde dat de rechter bij de toepassing van art. 6:83 sub a BW een redelijke oplossing moet zoeken naar gelang hetgeen in de omstandigheden van het geval van partijen kan worden verwacht. Het hof oordeelde dat de toezegging paste binnen het continue overleg dat partijen hadden en dat daarom niet kon worden afgeleid dat het om een fatale termijn ging. De Hoge Raad onderschrijft dit oordeel. Nu nakoming door Capgemini niet blijvend onmogelijk was en Equihold Capgemini evenmin in gebreke had gesteld, ontbrak iedere grondslag voor verzuim. De uitspraak bevestigt dat informele toezeggingen gedaan in het kader van agile en iteratieve softwaretrajecten niet zonder meer als fatale termijn kwalificeren. Voor de praktijk betekent dit dat opdrachtgevers in dergelijke projecten niet kunnen volstaan met te verwijzen naar tijdens overleg gedane toezeggingen; zij dienen bij het uitblijven van herstel alsnog een deugdelijke ingebrekestelling te sturen om verzuim te bewerkstelligen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Contractenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248, Gerechtshof Den Haag, 14-07-2026, 200.355.641/01

Gerechtshof Den Haag14 jul 2026DienstverleningConsumentenrecht
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1159Richtinggevend
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1159, Hoge Raad, 03-07-2026, 25/00202, 25/00204

Hoge Raad3 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
85/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1927Laag
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1927, Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2026, 200.347.158/01

Gerechtshof Amsterdam18 jun 2026AansprakelijkheidDienstverlening
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:919Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:919, Hoge Raad, 12-06-2026, 24/04627

Hoge Raad12 jun 2026AansprakelijkheidBouw
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied