JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2248Middel38/100

Rechtsbijstandskosten gedeeltelijk toegewezen ondanks oneerlijk beding

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248, Gerechtshof Den Haag, 14-07-2026, 200.355.641/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 14 juli 2026Publicatie: 8 juli 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.355.641/01
Contractenrecht
Civiel recht
Europees civiel recht
Verbintenissenrecht
Dienstverlening
Consumentenrecht
Algemene Voorwaarden
Oneerlijke Bedingen
Richtlijn 93 13 Eeg
Kostenbeding
Rechtsbijstand
Consumentenbescherming

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

prijsafspraak met advocaat, consumentenrecht, oneerlijk beding?

Kern van de zaak

MVDP, een rechtsbijstandverlener, vorderde nakoming van een betalingsverplichting van consument De Gunt. De kantonrechter oordeelde het kostenbeding niet-transparant en oneerlijk, en vernietigde de gehele overeenkomst. MVDP ging in hoger beroep en bestreed zowel het oordeel over het kostenbeding als de vernietiging van de volledige overeenkomst.

Beslissing van de rechter

Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter gedeeltelijk en veroordeelt De Gunt alsnog tot betaling van € 1.763,24 aan hoofdsom en € 264,49 aan incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente. De doorslaggevende reden is dat, hoewel het kostenbeding ambtshalve moet worden getoetst op oneerlijkheid conform Richtlijn 93/13/EEG, dit niet zonder meer leidt tot vernietiging van de gehele overeenkomst en de consument nog een vergoeding verschuldigd kan zijn.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak bevat een praktisch relevante nuancering over de gevolgen van oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, maar betreft een relatief gering financieel belang en stelt geen fundamenteel nieuwe rechtsregel; de toepassing van Richtlijn 93/13/EEG in deze context is reeds bekend.

Belangrijkste punten

  • 1De rechter is verplicht ambtshalve te toetsen of bedingen in consumentenovereenkomsten oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EEG.
  • 2Een oneerlijk beding moet worden vernietigd, maar dit leidt niet automatisch tot vernietiging van de gehele overeenkomst.
  • 3MVDP is als handelaar en De Gunt als consument aangemerkt, waardoor het consumentenbeschermingsregime van toepassing is.
  • 4Het hof wijst de vordering tot betaling van hoofdsom en incassokosten alsnog gedeeltelijk toe, ondanks vastgestelde gebreken in het kostenbeding.
  • 5De vierde grief van MVDP — dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de consument niets betaalt — lijkt te zijn gehonoreerd.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat ambtshalve toetsing aan Richtlijn 93/13/EEG niet automatisch resulteert in vernietiging van de gehele overeenkomst, maar dat per beding moet worden beoordeeld of vernietiging geboden is. Dit nuanceert de verstrekkende gevolgen die kantonrechters soms verbinden aan het oordeel dat een kostenbeding oneerlijk is.

Praktische impact

Voor rechtsbijstandverleners betekent dit dat een oneerlijk of niet-transparant kostenbeding niet per se leidt tot volledig verlies van de vordering; voor consumenten betekent het dat zij ondanks vernietiging van een beding toch een (deel van de) vergoeding verschuldigd kunnen blijven.

Onderwerp-impact

In de rechtsbijstandssector en bij incassobureaus die op basis van no-cure-less-fee of vergelijkbare constructies werken, benadrukt deze uitspraak het belang van transparante en evenwichtige kostenclausules in consumentenovereenkomsten.

Samenvatting

In deze zaak vorderde rechtsbijstandverlener MVDP betaling van een consument (De Gunt) op grond van een opdrachtovereenkomst voor rechtsbijstand. De kantonrechter had geoordeeld dat het kostenbeding in de overeenkomst niet transparant en oneerlijk was in de zin van Richtlijn 93/13/EEG, en had de gehele overeenkomst vernietigd. MVDP was daardoor met lege handen komen te staan, terwijl zij wel rechtsbijstand had verleend. In hoger beroep voerde MVDP vier grieven aan: het kostenbeding zou wél transparant zijn, niet oneerlijk, de gehele overeenkomst had niet mogen worden vernietigd, en het zou in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid als de consument in het geheel niets zou hoeven betalen. Het Gerechtshof Den Haag stelt voorop dat de rechter krachtens richtlijnconforme uitleg van art. 6:233 BW ambtshalve moet toetsen of bedingen oneerlijk zijn, en dat een oneerlijk beding moet worden vernietigd. Het hof past de toets uit art. 3 lid 1 van de Richtlijn toe: een beding is oneerlijk als het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Het hof honoreert echter de stelling dat vernietiging van een beding niet zonder meer leidt tot vernietiging van de volledige overeenkomst. Bovendien acht het hof het kennelijk naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de consument in het geheel geen vergoeding zou betalen voor de ontvangen rechtsbijstand. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter gedeeltelijk en veroordeelt De Gunt tot betaling van € 1.763,24 aan hoofdsom en € 264,49 aan incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente. De uitspraak illustreert dat rechters bij de toepassing van het Europese consumentenbeschermingsrecht steeds de proportionele gevolgen van vernietiging in acht moeten nemen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Contractenrecht

ECLI:NL:HR:2026:1159Richtinggevend
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1159, Hoge Raad, 03-07-2026, 25/00202, 25/00204

Hoge Raad3 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
85/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1927Laag
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1927, Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2026, 200.347.158/01

Gerechtshof Amsterdam18 jun 2026AansprakelijkheidDienstverlening
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:919Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:919, Hoge Raad, 12-06-2026, 24/04627

Hoge Raad12 jun 2026AansprakelijkheidBouw
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1099Laag
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1099, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 200.350.972

Gerechtshof Amsterdam12 mei 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
32/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied