Samenwonende partner veroordeeld tot betaling huishoudkosten onder bewind
ECLI:NL:GHSHE:2025:2573, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-09-2025, 200.350.043_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad, waarbij zij ook enige tijd hebben samengewoond. Door die samenwoning kwam de uitkering van de vrouw uit hoofde van de Participatiewet te vervallen. In geschil is in welke mate de man moet bijdragen in de kosten van de gezamenlijke huishouding / vaste lasten gedurende de samenwoning.
Kern van de zaak
Een bewindvoerder vordert van appellant (ex-partner van de onder bewind gestelde persoon A) betaling van €2.403,70 wegens achterstallige bijdragen in de kosten van de gezamenlijke huishouding. Appellant woonde van april tot september 2022 samen met persoon A, waardoor haar PW-uitkering verviel en appellant de huishoudkosten diende te dragen.
Beslissing van de rechter
Het hof oordeelt dat appellant als partner met inkomsten de verplichting had de vaste lasten van de gezamenlijke huishouding (geheel) te voldoen. De vordering van de bewindvoerder lijkt te worden toegewezen, waarbij de doorslaggevende reden is dat appellant bewust de keuze heeft gemaakt bij persoon A in te trekken en daarmee de financiële lasten op zich nam.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke en relatief kleinschalige zaak over achterstallige huishoudkosten bij bewindvoering; de rechtsvraag is niet bijzonder vernieuwend en de financiële belangen zijn beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Persoon A staat onder bewind (beschikking 23 mei 2019); de bewindvoerder treedt namens haar in rechte op.
- 2Door samenwoning verviel de PW-uitkering van persoon A; aanvullende bijstandsaanvraag werd afgewezen wegens te hoge inkomsten appellant.
- 3De bijdrageplicht van appellant werd vastgesteld op €783,54 per maand (vaste lasten €913,54 minus leefgeld €130).
- 4Het hof past art. 150 Rv toe: de stelplicht en bewijslast van een stilzwijgende afspraak rust op de bewindvoerder.
- 5De vrijwillige keuze van appellant om in te trekken bij persoon A zonder inkomen wordt als grondslag voor de betalingsverplichting aangemerkt.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een partner met inkomsten die intrekt bij een onder bewind gestelde persoon zonder eigen inkomen, de volledige huishoudkosten dient te dragen. De bewijslastverdeling ex art. 150 Rv bij stilzwijgende afspraken wordt toegepast in de context van bewindvoering.
Praktische impact
Voor personen die samenwonen met iemand onder bewind en daarmee diens uitkering doen vervallen, brengt dit arrest een duidelijke financiële verantwoordelijkheid mee. Bewindvoerders hebben een effectief instrument om achterstallige huishoudkosten te verhalen.
Onderwerp-impact
In de sfeer van beschermingsbewind en sociale zekerheid onderstreept deze uitspraak de financiële aansprakelijkheid van de samenwonende partner wanneer een uitkering door samenwoning vervalt.
Samenvatting
Deze zaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreft een hoger beroep over de financiële afwikkeling van een beëindigde samenwoning waarbij één van de partners onder beschermingsbewind stond. Persoon A staat sinds 2019 onder bewind. Appellant had van april tot september 2022 een affectieve relatie met haar en woonde gedurende die periode bij haar in. Door de samenwoning verviel de Participatiewet-uitkering van persoon A, en een aanvraag voor een aanvullende bijstandsuitkering werd afgewezen omdat de inkomsten van appellant — bestaande uit een Wajong-uitkering aangevuld met stortingen van zijn ouders — te hoog waren. De bewindvoerder vorderde vervolgens van appellant €2.403,70 wegens zijn aandeel in de kosten van de gezamenlijke huishouding, berekend op basis van vaste lasten van €913,54 per maand, verminderd met het leefgeld van €130 dat niet langer aan persoon A werd uitbetaald. Het hof stelt voorop dat nu appellant de partner was met inkomen, en persoon A door de samenwoning geen eigen inkomen meer had, appellant gehouden was de vaste lasten van de huishouding volledig te voldoen. Zijn bewuste keuze om in te trekken bij persoon A vormt daarvoor de juridische grondslag. Met betrekking tot de bewijslastverdeling past het hof art. 150 Rv toe: de bewindvoerder draagt de stelplicht en bewijslast ten aanzien van een gestelde (stilzwijgende) afspraak over de bijdrage. De bewindvoerder onderbouwt haar stellingen met e-mailcorrespondentie uit april en juni 2022. De uitspraak is vanwege de onvolledige tekst niet volledig te beoordelen, maar de lijn van het hof wijst op toewijzing van de vordering. De zaak illustreert hoe bij beschermingsbewind de bewindvoerder actief financiële aanspraken kan handhaven jegens derden die een gezamenlijke huishouding zijn aangegaan met de rechthebbende.