Rioleringsaannemer mocht raamovereenkomst tussentijds opzeggen
ECLI:NL:GHSHE:2025:2541, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-09-2025, 200.341.687_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kwalificatie overeenkomst (overeenkomst van aanneming van werk ex artikel 7:750 BW of overeenkomst van opdracht ex artikel 7:400 BW). Zijn partijen tussentijdse opzegmogelijkheid voor opdrachtnemer overeengekomen? Redelijke opzegtermijn? Zuivering verzuim ex artikel 6:86 BW?
Kern van de zaak
Wonenbreburg (woningcorporatie) stelt dat opdrachtnemer Vandervalk een raamovereenkomst voor rioleringswerk niet tussentijds mocht opzeggen. Vandervalk deed dat op basis van artikel 40 van de Aedes-voorwaarden (opzegging bij diensten). Wonenbreburg betwist dit en stelt dat de overeenkomst aanneming van werk betreft, waaronder uitsluitend de opdrachtgever mag opzeggen (artikel 36 Aedes-voorwaarden).
Beslissing van de rechter
Het hof behandelt de grieven gezamenlijk en beoordeelt of de overeenkomst als 'diensten' of als 'werken' moet worden gekwalificeerd onder de Aedes-voorwaarden. De uitspraak is onvolledig weergegeven, waardoor de definitieve beslissing niet volledig kan worden vastgesteld; op basis van de beschikbare tekst lijkt de kwalificatievraag centraal te staan.
Impactscore
LaagHet betreft een geschil over contractuele kwalificatie en opzegbevoegdheid in een specifieke raamovereenkomst; de uitspraak is bovendien slechts gedeeltelijk beschikbaar, waardoor de reikwijdte beperkt is.
Belangrijkste punten
- 1De raamovereenkomst bevat geen algemene opzeggingsregeling voor de opdrachtnemer; de Aedes-voorwaarden (Addendum II) vullen dit aan.
- 2Bij 'werken' (art. 36 Aedes-voorwaarden) heeft uitsluitend de opdrachtgever een opzegbevoegdheid; bij 'diensten' (art. 40) hebben beide partijen die bevoegdheid.
- 3De kwalificatie van de overeenkomst – aanneming van werk (art. 7:750 BW) versus dienstverleningsovereenkomst – is doorslaggevend voor de toelaatbaarheid van de opzegging.
- 4Wonenbreburg stelt dat rioleringsreparaties en onderhoudswerk als 'werken' kwalificeren; Vandervalk stelt dat het hoofdzakelijk storingsverhelping (diensten) betrof.
- 5De uitspraak is slechts gedeeltelijk beschikbaar; de definitieve uitkomst en motivering ontbreken grotendeels.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de kwalificatiegrenzen tussen aanneming van werk en dienstverlening in de context van Aedes-inkoopvoorwaarden, met directe gevolgen voor de opzegbevoegdheid van opdrachtnemers in corporatieopdrachten. Vanwege de onvolledige tekst is de precieze juridische impact niet volledig vast te stellen.
Praktische impact
Voor opdrachtnemers en woningcorporaties die met Aedes-voorwaarden werken, benadrukt deze zaak het belang van een duidelijke contractuele kwalificatie van de aard van de werkzaamheden bij aanvang van de overeenkomst.
Onderwerp-impact
In de corporatiesector leidt onduidelijkheid over de aard van raamovereenkomsten (diensten vs. werken) tot geschillen over opzegbevoegdheid, met financiële risico's voor beide partijen.
Samenvatting
In deze hoger beroepszaak bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat de vraag centraal of opdrachtnemer Vandervalk een raamovereenkomst met woningcorporatie Wonenbreburg tussentijds mocht opzeggen. De partijen sloten een raamovereenkomst voor rioleringsonderhoud en -reparaties, waarbij via Addendum II de Aedes-voorwaarden (model 2.2, 2018) van toepassing werden verklaard in plaats van de oorspronkelijke algemene inkoopvoorwaarden van Wonenbreburg. Vandervalk zegde de overeenkomst op met een beroep op artikel 40 van de Aedes-voorwaarden, dat beide partijen de bevoegdheid geeft een dienstverleningsovereenkomst op te zeggen. Wonenbreburg betwist dit en stelt dat de overeenkomst moet worden gekwalificeerd als aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 BW, omdat de werkzaamheden – rioleringsreparaties en onderhoudswerk – neerkomen op het tot stand brengen van stoffelijk werk. Op grond van artikel 36 van de Aedes-voorwaarden heeft in geval van 'werken' uitsluitend de opdrachtgever een opzegbevoegdheid. Vandervalk stelt daartegenover dat de werkzaamheden in overwegende mate bestonden uit storingsverhelping, hetgeen als dienstverlening moet worden gekwalificeerd. Het hof legt het geschil in volle omvang ter beoordeling voor en behandelt de grieven gezamenlijk. De kern van de rechtsvraag is daarmee de contractuele en wettelijke kwalificatie van de verrichte werkzaamheden. De beschikbare tekst van de uitspraak is echter onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van het hof en de volledige motivering niet kunnen worden weergegeven. De zaak illustreert het belang van een heldere omschrijving van de aard van de werkzaamheden in raamovereenkomsten met Aedes-voorwaarden, nu die kwalificatie bepalend is voor de vraag welke partij de overeenkomst eenzijdig kan beëindigen.