Forbo vordert staking misleidende milieuclaims concurrent vloerproduct
ECLI:NL:GHDHA:2026:3024, Gerechtshof Den Haag, 29-09-2026, 200.335.598/02
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)In deze zaak verwijten twee vloerproducenten elkaar over en weer dat zij misleidende mededelingen doen op hun website over (onder meer) de duurzaamheid van hun producten.
Kern van de zaak
Forbo, fabrikant van linoleum, heeft Duracryl c.s. gedagvaard wegens misleidende reclame-uitingen over het product CLL. Duracryl zou dit product ten onrechte aanprijzen als (soort) linoleum en als klimaatvriendelijk/duurzaam product, terwijl het om een vinyl/PVC-gebaseerd product zou gaan. Forbo stelt dat dit oneerlijke handelspraktijken en onrechtmatig handelen oplevert.
Beslissing van de rechter
De uitspraak betreft een hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag (zaaknummer 200.335.598/02), maar de tekst is onvolledig en bevat geen volledige beslissing of dictum. Op basis van de beschikbare tekst kan geen definitieve uitkomst worden vastgesteld; de procedure richt zich op het staken van diverse misleidende claims over het product CLL.
Impactscore
LaagHet betreft een branchespecifiek geschil tussen twee concurrenten over reclame-uitingen voor vloerproducten; de zaak heeft beperkte precedentwerking buiten de vloerbedekkingssector. De onvolledigheid van de uitspraaktekst maakt beoordeling van de daadwerkelijke impact onzeker.
Belangrijkste punten
- 1Forbo vordert staking van meerdere categorieën claims, waaronder vergelijking van CLL met linoleum (qua soort, ingrediënten en eigenschappen)
- 2Tevens wordt gevorderd dat claims over duurzaamheid en klimaatvriendelijkheid worden gestaakt, nu CLL een vinyl/PVC-product betreft
- 3Forbo gebruikt zelf een EPD (Environmental Product Declaration) gebaseerd op LCA-methode om milieuvriendelijkheid van haar eigen producten te onderbouwen
- 4De zaak speelt in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, hetgeen impliceert dat de rechtbank eerder uitspraak heeft gedaan
- 5De juridische grondslag betreft misleidende mededelingen, oneerlijke handelspraktijken en onrechtmatig handelen (vermoedelijk art. 6:194 BW e.v.)
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak betreft de toelaatbaarheid van greenwashing-claims en vergelijkende reclame in de vloerbedekkingsbranche; een uitspraak zou verduidelijking kunnen bieden over de grenzen van duurzaamheids- en productgelijkenisclaims onder het oneerlijke handelspraktijkenrecht. Vanwege de onvolledige tekst is de precieze juridische impact onzeker.
Praktische impact
Voor Duracryl c.s. zou toewijzing van de vorderingen betekenen dat zij hun marketing voor CLL ingrijpend moeten herzien en geen vergelijkingen met linoleum of duurzaamheidsclaims meer mogen gebruiken. Voor Forbo biedt een positieve uitkomst bescherming van haar merkpositie als gevestigd linolemumfabrikant.
Onderwerp-impact
Deze zaak raakt aan de toenemende handhaving van misleidende milieu- en duurzaamheidsclaims (greenwashing) in de bouwmaterialensector, een thema dat steeds meer aandacht krijgt in het licht van Europese regelgeving inzake groene claims.
Samenvatting
In deze procedure in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag staat een geschil centraal tussen Forbo, een gevestigde fabrikant van linoleum en PVC-vloerbedekking, en Duracryl c.s., die het product CLL op de markt brengt. Forbo stelt dat Duracryl c.s. misleidende mededelingen doet door CLL te omschrijven als een soort linoleum, als een doorontwikkeling of vloeibare versie van linoleum, als een product met dezelfde ingrediënten of eigenschappen als linoleum, en als een (nagenoeg) volledig klimaatvriendelijk of duurzaam product. Forbo vordert een brede staking van al deze claims, direct of indirect, ongeacht de taal waarin zij worden gedaan. De juridische grondslag is vermoedelijk gelegen in de bepalingen omtrent misleidende reclame en oneerlijke handelspraktijken (artikel 6:194 e.v. BW). Opvallend is dat Forbo in haar eigen communicatie gebruik maakt van een Environmental Product Declaration (EPD) gebaseerd op de Life Cycle Assessment (LCA)-methode om de milieuvriendelijkheid van haar eigen vinyl- en PVC-collectie wetenschappelijk te onderbouwen, hetgeen illustreert dat milieuclaims in deze branche een belangrijke concurrentiefactor vormen. De zaak speelt in hoger beroep, wat impliceert dat de rechtbank eerder een uitspraak heeft gedaan waarover een of meer partijen in beroep zijn gegaan. Helaas is de beschikbare uitspraaktekst onvolledig: het dictum en de nadere overwegingen van het hof ontbreken, waardoor geen definitieve conclusie over de uitkomst kan worden getrokken. De zaak past in de bredere maatschappelijke en juridische discussie over greenwashing en de toelaatbaarheid van duurzaamheidsclaims in productmarketing.