Hoge Raad: Staat niet verplicht Afghaanse bewakers te evacueren
ECLI:NL:HR:2026:1586, Hoge Raad, 02-10-2026, 25/05060
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Vordering van bewakers van Nederlandse ambassade in Afghanistan tot overbrenging naar en toelating in Nederland. Internationaal privaatrecht, toepasselijk recht. Is sprake van uitoefening van openbaar gezag (art. 1 lid 1 Verordening Rome II?)
Kern van de zaak
Afghaanse bewakers die voor de Nederlandse ambassade werkten eisten van de Staat evacuatie naar Nederland na de Talibanovername in 2021. Zij beriepen zich op een civielrechtelijke zorgplicht, mensenrechten (EVRM, IVBPR) en opgewekt vertrouwen. De zaak draait om de vraag of de Staat jegens hen een juridische verplichting had hen in veiligheid te brengen.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de Afghaanse eisers. Het hof oordeelde terecht dat Verordening Rome II van toepassing is (geen sprake van uitoefening van openbaar gezag), dat op grond van het toepasselijke Afghaanse recht geen evacuatieplicht bestaat, dat de Staat geen rechtsmacht had over de bewakers zodat het EVRM-beroep faalt, en dat ook overige grondslagen zoals opgewekt vertrouwen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet slagen.
Impactscore
HoogDe Hoge Raad geeft een gezaghebbend oordeel over de afbakening van Rome II bij overheidshandelen, de extraterritoriale werking van het EVRM en de reikwijdte van de overheidsplicht jegens lokale medewerkers in oorlogsgebied; dit raakt fundamentele vragen van IPR, mensenrechten en staatsaansprakelijkheid met bredere precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Rome II-verordening is van toepassing: het beroep op civielrechtelijke zorgplicht, ook al zijn fundamentele rechten in het geding, kwalificeert niet als 'uitoefening van openbaar gezag' in de zin van art. 1 Rome II.
- 2Op grond van het toepasselijke Afghaanse recht bestaat geen zorgplicht die strekt tot evacuatie van de bewakers.
- 3Beroep op art. 7:658 lid 4, 6:162 en 7:611 BW faalt vanwege toepasselijkheid Afghaans recht.
- 4De Staat had geen rechtsmacht over de Afghaanse bewakers, waardoor het beroep op het EVRM en het IVBPR niet slaagt.
- 5Beroepen op het gelijkheidsbeginsel, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, opgewekt vertrouwen en toezeggingen van ambassademedewerkers worden alle verworpen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van Verordening Rome II bij overheidshandelen met een civielrechtelijke grondslag: de enkele betrokkenheid van fundamentele rechten maakt overheidshandelen niet automatisch tot een acte d'autorité. Tevens bevestigt de Hoge Raad de strikte territoriale begrenzing van EVRM-rechtsmacht in evacuatiezaken.
Praktische impact
Afghaanse (oud-)medewerkers van de Nederlandse ambassade en andere lokale krachten kunnen op basis van dit arrest geen juridisch afdwingbare evacuatieplicht jegens de Staat vestigen, noch via civiel recht noch via mensenrechtenverdragen.
Onderwerp-impact
Voor de verhouding tussen de Nederlandse overheid en lokaal ambassadepersoneel in conflictgebieden bevestigt dit arrest dat evacuatieaanspraken uiterst moeilijk juridisch af te dwingen zijn, ook bij manifeste veiligheidsrisico's.
Samenvatting
Na de Talibanovername van Afghanistan in augustus 2021 hebben verschillende Afghaanse bewakers die voor de Nederlandse ambassade werkten de Nederlandse Staat in rechte aangesproken en evacuatie naar Nederland gevorderd. Zij beriepen zich op een civielrechtelijke zorgplicht van de Staat als werkgever (art. 7:658 lid 4, 7:611 en 6:162 BW), op fundamentele rechten neergelegd in het EVRM en het IVBPR, op opgewekt vertrouwen door toezeggingen van ambassademedewerkers, en op schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Centraal stond allereerst de vraag welk recht van toepassing is. Het hof oordeelde dat Verordening Rome II van toepassing is, omdat het handelen van de Staat geen uitoefening van openbaar gezag vormt in de zin van art. 1 Rome II: de enkele omstandigheid dat fundamentele rechten meewegen bij de beoordeling van een civielrechtelijke zorgplicht maakt het handelen niet tot een acte d'autorité. Op grond van Rome II is vervolgens Afghaans recht aangewezen als toepasselijk recht. Naar Afghaans recht bestaat geen zorgplicht die de Staat verplicht tot evacuatie. De Nederlandse bepalingen van art. 7:658, 7:611 en 6:162 BW missen toepassing. Voorts had de Staat geen rechtsmacht over de Afghaanse bewakers in de zin van art. 1 EVRM, zodat ook het beroep op het EVRM en het IVBPR faalt. Tot slot worden het beroep op het gelijkheidsbeginsel, overige beginselen van behoorlijk bestuur en gestelde toezeggingen van ambassademedewerkers verworpen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep. Het arrest heeft betekenis voor de uitleg van de reikwijdte van Rome II bij overheidshandelen met een gemengd civiel-publiekrechtelijk karakter, en voor de toepassing van het EVRM buiten het eigen grondgebied. Het bevestigt dat lokale medewerkers van Nederlandse diplomatieke posten in conflictgebieden een afdwingbare evacuatieplicht jegens de Staat langs civielrechtelijke of mensenrechtelijke weg uiterst moeilijk kunnen vestigen.