JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2997Laag28/100

Dexia-effectenlease: verjaringseer verweer verworpen door hof

ECLI:NL:GHDHA:2026:2997, Gerechtshof Den Haag, 28-07-2026, 200.227.190/02

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 28 juli 2026Publicatie: 6 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.227.190/02

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / Spaar Select / Advisering / Wetenschap

Kern van de zaak

Appellante vordert in hoger beroep vernietiging van een vonnis waarbij de kantonrechter voor recht verklaarde dat Dexia aan haar verplichtingen uit een effectenleaseovereenkomst had voldaan. Appellante stelt dat Dexia haar nog een bedrag van circa €21.816,86 verschuldigd is. Dexia beroept zich op verjaring en voert een eiswijziging door.

Beslissing van de rechter

Het hof verwerpt zowel de tardieve eiswijziging van Dexia (te laat ingediend bij antwoordakte) als het verjaringsverweer van Dexia. Het verjaringsverweer faalt omdat de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW pas aanvangt op het moment van daadwerkelijke bekendheid van appellante met schade en aansprakelijke persoon, en tijdige stuiting plaatsvond.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande, vaste jurisprudentie toe op een individueel Dexia-effectenleasedossier en stelt geen nieuwe rechtsnormen; de Dexia-problematiek is breed uitgeproced en de juridische kaders zijn al langere tijd uitgekristalliseerd.

Belangrijkste punten

  • 1Eiswijziging door Dexia bij antwoordakte wordt gepasseerd: in hoger beroep is dit uiterlijk mogelijk bij memorie van antwoord (HR 19 juni 2009 en HR 9 december 2011)
  • 2Verjaringsverweer van Dexia wordt inhoudelijk beoordeeld via devolutieve werking hoger beroep, nu kantonrechter dit verweer onbehandeld liet
  • 3Verjaringstermijn van vijf jaar (art. 3:310 lid 1 BW) bij onrechtmatige daad vangt aan bij daadwerkelijke bekendheid met schade en aansprakelijke persoon
  • 4Het hof oordeelt dat het verjaringsverweer niet opgaat, waardoor de grieven van appellante verder inhoudelijk beoordeeld worden
  • 5Dexia-effectenleasegeschil betreft verplichtingen uit een effectenleaseovereenkomst met een omvang van circa €21.816,86

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte regels omtrent eiswijziging in hoger beroep en past de vaste lijn toe inzake de aanvang van de verjaringstermijn bij onrechtmatige daad in effectenleasezaken. Dit sluit aan bij de omvangrijke Dexia-jurisprudentie.

Praktische impact

Appellante behoudt haar vorderingsrecht op Dexia en kan inhoudelijk procederen over de terugvordering van betaalde bedragen uit de effectenleaseovereenkomst; Dexia's pogingen om de vordering procedureel te laten stranden falen.

Onderwerp-impact

In effectenleasezaken blijft het voor voormalige beleggers mogelijk om vorderingen op Dexia geldend te maken, mits tijdig gestuit, ook wanneer de wederpartij een beroep doet op verjaring of een late eiswijziging tracht door te voeren.

Samenvatting

In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag staat een effectenleaseovereenkomst centraal die appellante ooit sloot met Dexia. De kantonrechter had in eerste aanleg voor recht verklaard dat Dexia volledig aan haar verplichtingen had voldaan en appellante dus niets meer verschuldigd was. Appellante bestreed dit oordeel met vijf grieven en vorderde vernietiging van het vonnis, stellende dat Dexia haar nog circa €21.816,86 diende te betalen op grond van onrechtmatig handelen. Het hof diende eerst twee processuele kwesties te beslechten voordat de grieven inhoudelijk konden worden behandeld. Ten eerste probeerde Dexia bij antwoordakte haar eis te wijzigen. Het hof staat dit niet toe: een eiswijziging in hoger beroep is uiterlijk mogelijk bij memorie van antwoord, tenzij de wederpartij ondubbelzinnig instemt of nieuwe feiten na dat moment aan het licht komen. Geen van die uitzonderingen deed zich voor, zodat de eiswijziging wordt gepasseerd. Ten tweede behandelde het hof het verjaringsverweer van Dexia, dat de kantonrechter had laten liggen. Via de devolutieve werking van het hoger beroep moest het hof dit verweer alsnog onderzoeken. Het hof overweegt dat de vordering van appellante is gegrond op onrechtmatige daad en daarom verjaart door verloop van vijf jaren na het moment waarop appellante daadwerkelijk bekend werd met zowel de schade als de aansprakelijke persoon (art. 3:310 lid 1 BW). Het hof oordeelt dat het verjaringsverweer niet slaagt, mede omdat de verjaring tijdig is gestuit. Nu het verjaringsverweer faalt, kunnen de grieven van appellante inhoudelijk worden beoordeeld. De uitspraak is een toepassingen van vaste Dexia-jurisprudentie en bevestigt de procedurele spelregels rondom eiswijziging in appel.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 7 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2986

KNAB aansprakelijk voor openen rekening onder curatele gestelde

58/100Bekijk
Hoge Raad·2 okt 2026
Arbeidsrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Arbeidsrelaties
Schadevergoeding
ECLI:NL:HR:2026:1586

Hoge Raad: Staat niet verplicht Afghaanse bewakers te evacueren

72/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5791

Bestuursrechter onbevoegd bij FSV-schadeverzoek wegens feitelijk handelen

55/100Bekijk
Raad van State·30 sep 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:RVS:2026:5770

Hoger beroep kinderopvangtoeslag-gedupeerde niet-ontvankelijk verklaard

28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied