JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2845Laag28/100

Koerswijzigingsschade PVB afgewezen na langlopend aandelendispuut

ECLI:NL:GHDHA:2026:2845, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.346.945/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 21 juli 2026Publicatie: 14 september 2026
Zaaknummer:200.346.945/01
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Koop
Technologie
Software Saas
Gezag Van Gewijsde
Koerswijzigingsschade
Aandelenkoop
Kracht Van Gewijsde
Vreemde Valuta

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Art. 6:125 BW. Koerswijzigingingsschade. Arrest na verwijzing in cassatie; omvang koerswijzigingsschade abstract begroot. Ingangsdatum wettelijke rente.

Kern van de zaak

PVB verkocht in 2001 aandelen in dochteronderneming Ponte Vecchio B.V. aan DST voor $4.000.000,-. DST weigerde te betalen omdat de software niet aan de overeengekomen criteria zou voldoen. Na jarenlange procedures werd DST in 2018 veroordeeld tot betaling, maar nu vordert PVB aanvullend koerswijzigingsschade wegens de gedaalde dollarkoers.

Beslissing van de rechter

Het hof Den Haag wijst de vordering tot vergoeding van koerswijzigingsschade van PVB af. De doorslaggevende reden is dat deze vordering reeds (impliciet) is afgewezen in het eindarrest van het hof Den Haag van 30 januari 2018, nu dat arrest kracht van gewijsde heeft gekregen en het dictum de afwijzing van het 'meer of anders gevorderde' omvat.

28van 100

Impactscore

Laag

De uitspraak past bestaande, vaste rechtspraak over gezag van gewijsde toe op de feiten van dit specifieke geval en stelt geen nieuwe rechtsregels. De impact is hoofdzakelijk beperkt tot de betrokken partijen na een al uitzonderlijk lang geschil.

Belangrijkste punten

  • 1Het eindarrest van het hof Den Haag uit 2018 heeft kracht van gewijsde gekregen en bindt partijen volledig.
  • 2De impliciete afwijzing van koerswijzigingsschade in het dictum ('het meer of anders gevorderde') staat aan een nieuwe vordering in de weg.
  • 3DST beroept zich met succes op de bindende kracht (gezag van gewijsde) van de eerdere uitspraak ex artikel 236 Rv.
  • 4PVB had de vordering tot koerswijzigingsschade al ingesteld in haar dagvaarding van 17 september 2002, zodat zij die niet opnieuw in een nieuwe procedure kan inbrengen.
  • 5De zaak heeft een uitzonderlijk lange procesgeschiedenis: van 2001 tot 2026 via rechtbank Amsterdam, rechtbank Noord-Holland, hof Amsterdam, Hoge Raad (2007) en tweemaal hof Den Haag.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het gezag van gewijsde (artikel 236 Rv): een impliciete afwijzing in een dictum door de zinsnede 'het meer of anders gevorderde' sluit hernieuwde indiening van dezelfde vordering in een opvolgende procedure definitief uit.

Praktische impact

PVB ontvangt geen aanvullende vergoeding voor valutakoersverlies geleden door de late betaling in dollars, ondanks de aanzienlijke wisselkoersbewegingen tussen 2002 en de uiteindelijke voldoening. DST is gevrijwaard van een potentieel aanzienlijke aanvullende schadeclaim.

Onderwerp-impact

Voor softwarekoopovereenkomsten en aandelentransacties waarbij de koopprijs in vreemde valuta luidt, onderstreept deze zaak het belang van het tijdig en expliciet vorderen van valutakoersschade in de hoofdprocedure, omdat een impliciete afwijzing definitief werkt.

Samenvatting

Deze zaak betreft het sluitstuk van een meer dan twee decennia durend juridisch conflict tussen PVB en DST over de betaling van een koopprijs van $4.000.000,- voor de aandelen in Ponte Vecchio B.V. DST had betaling geweigerd omdat de software van de dochteronderneming niet aan de contractuele specificaties zou voldoen. Na procedures bij meerdere rechterlijke instanties, waaronder een verwijzingsarrest van de Hoge Raad in 2007, veroordeelde het hof Den Haag DST in 2018 definitief tot betaling van de volledige koopprijs plus wettelijke rente. Dat eindarrest verkreeg kracht van gewijsde. In de onderhavige verwijzingsprocedure na een tweede cassatieronde vordert PVB aanvullend vergoeding van koerswijzigingsschade: door de late betaling heeft de dollar in waarde verloren ten opzichte van de euro, waardoor PVB feitelijk minder heeft ontvangen dan zij had mogen verwachten. Het hof Den Haag wijst deze vordering af op grond van het gezag van gewijsde. Het eindarrest van 2018 heeft het 'meer of anders gevorderde' afgewezen. Omdat PVB al in haar oorspronkelijke dagvaarding van september 2002 een vordering tot koerswijzigingsschade had ingesteld, is die vordering daarmee impliciet maar definitief afgedaan. De bindende kracht van de gewijsde uitspraak verhindert dat PVB dezelfde kwestie opnieuw ter beoordeling aanbrengt. De uitspraak illustreert dat eisers bij vorderingen in vreemde valuta alle aspecten van valutarisico expliciet en uitputtend in de oorspronkelijke procedure aan de orde moeten stellen. Een impliciete afwijzing via de standaardformulering 'het meer of anders gevorderde' werkt even definitief als een expliciete afwijzing, en sluit latere herstelacties volledig uit.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 15 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2647Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2647, Gerechtshof Amsterdam, 15-09-2026, 200.364.200

Gerechtshof Amsterdam15 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2760Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2760, Gerechtshof Den Haag, 08-09-2026, 200.338.262/01

Gerechtshof Den Haag8 sep 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
12/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2610Middel
Omgevingsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2610, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.358.618/01

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026OverheidVastgoed
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied