Hof benoemt deskundige voor onderzoek bouwgebreken aanbouw en opbouw
ECLI:NL:GHDHA:2026:2760, Gerechtshof Den Haag, 08-09-2026, 200.338.262/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)benoeming deskundige in een bouwzaak
Kern van de zaak
In een hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag twisten partijen over bouwtechnische gebreken aan een aanbouw en opbouw. Appellant en geïntimeerden (waaronder Vcon en geïntimeerde 4) zijn het oneens over de oorzaak van scheurvorming en andere gebreken. Het hof heeft eerder een tussenarrest gewezen en benoemt nu een deskundige om de technische vragen te beantwoorden.
Beslissing van de rechter
Het hof benoemt Ing. [deskundige] van ONE Expertise B.V. als deskundige en stelt een gedetailleerde vraagstelling vast over bouwtechnische gebreken, oorzaken en herstelmogelijkheden. De benoeming is toegewezen omdat de deskundige onafhankelijk staat ten opzichte van partijen, over relevante ervaring beschikt en de zaak inhoudelijk kan behandelen.
Impactscore
LaagHet betreft een procedurele tussenbeslissing over de benoeming van een deskundige in een individuele bouwrechtelijke zaak; er worden geen nieuwe rechtsregels geformuleerd en de uitspraak heeft geen precedentwerking buiten dit specifieke geschil.
Belangrijkste punten
- 1Partijen hebben ingestemd met de benoeming van Ing. [deskundige] (ONE Expertise B.V.) als onafhankelijk deskundige
- 2De vraagstelling omvat zowel de door het hof geformuleerde vragen als aanvullende vragen van Vcon en geïntimeerde 4, voor zover geen juridische beoordeling vereist
- 3Deskundige dient te onderzoeken welke bouwtechnische gebreken aanwezig zijn, wat de oorzaak is en of herstel mogelijk is, inclusief de rol van de stelconplaat en vorstrandconstructie
- 4Partijen zijn verplicht medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek, bij niet-naleving kan het hof consequenties verbinden ten nadele van de desbetreffende partij
- 5Na deponering van het rapport volgt een memorie na deskundigenbericht door appellant, gevolgd door een memorie van antwoord van geïntimeerden
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak is een proceduretussenstap in hoger beroep waarbij het hof toepassing geeft aan artikel 194 e.v. Rv inzake deskundigenbericht; zij heeft beperkte zelfstandige juridische betekenis buiten de onderhavige zaak.
Praktische impact
Partijen dienen volledige medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek en moeten afschriften van correspondentie met de deskundige direct aan de wederpartijen verstrekken; schending hiervan kan in hun nadeel worden uitgelegd.
Onderwerp-impact
Voor de bouwsector bevestigt de uitspraak het belang van onafhankelijk technisch deskundigenonderzoek bij geschillen over constructieve gebreken, met aandacht voor funderingskeuzes zoals stelconplaten en vorstrandconstructies.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure bij het Gerechtshof Den Haag staat een geschil centraal over bouwtechnische gebreken aan een aanbouw en opbouw van een gebouw. Appellant en meerdere geïntimeerden, waaronder Vcon en geïntimeerde 4, verschillen van mening over de oorzaak van scheurvorming en andere constructieve gebreken. In een eerder tussenarrest had het hof al een aanzet gegeven voor de vraagstelling aan een te benoemen deskundige. In deze tussenbeslissing benoemt het hof Ing. [deskundige] van ONE Expertise B.V. als gerechtelijk deskundige. Doorslaggevend voor de benoeming is dat de deskundige verklaard heeft vrij te staan ten opzichte van alle partijen, over de benodigde ervaring beschikt en de zaak inhoudelijk kan oppakken. Alle partijen hadden ingestemd met deze kandidaat. De vraagstelling aan de deskundige is uitgebreid en omvat onder meer: welke bouwtechnische gebreken aanwezig zijn aan de aanbouw en opbouw, wat de oorzaak is van de scheurvorming, of de belasting vanuit de kap op de onderliggende constructie een rol heeft gespeeld, of de keuze voor de stelconplaat en vorstrandconstructie juist was, of destructief onderzoek noodzakelijk is, en of de uitvoering voldoet aan de geldende normen. Aanvullende vragen van Vcon en geïntimeerde 4 zijn verwerkt in de definitieve vraagstelling, voor zover zij geen juridisch oordeel vergen. Partijen zijn verplicht volledige medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek. Bij niet-naleving kan het hof daar consequenties aan verbinden, ook in het nadeel van de betrokken partij. Correspondentie met de deskundige dient direct aan de wederpartijen te worden doorgezonden. Na het uitbrengen van het deskundigenrapport zal de zaak naar de rol worden verwezen voor een memorie na deskundigenbericht door appellant, waarna geïntimeerden de gelegenheid krijgen te antwoorden. De uitspraak is een puur procedurele tussenstap zonder zelfstandige precedentwerking.