Buurman aansprakelijk voor funderingsschade aan naastgelegen woning
ECLI:NL:GHDHA:2026:2744, Gerechtshof Den Haag, 08-09-2026, 200.347.996/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Onrechtmatige daad. Deze zaak gaat over twee woningen die samen een twee-onder-een-kapwoning vormen. De eigenaren van de ene woning hebben hun woning in 2019 gedeeltelijk met palen laten funderen om verdere verzakking van hun woning tegen te gaan. De eigenaren van de andere woning zijn van mening dat daarmee onrechtmatig jegens hen is gehandeld en vorderen schadevergoeding. Omdat de woningen een constructieve eenheid vormen, is het constructief onverantwoord en onrechtmatig om slechts een van beide woningen (gedeeltelijk) van een paalfundering te voorzien. De rechtbank heeft de vorderingen toegewezen. Het hof bekrachtigt dit vonnis
Kern van de zaak
Geïntimeerden lijden schade aan hun woning door funderingswerkzaamheden (paalfundering) die appellante en haar partner lieten uitvoeren aan het naastgelegen pand. Geïntimeerden vorderen verklaring van aansprakelijkheid en schadevergoeding van ruim €82.000 als voorschot.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank waarbij appellante aansprakelijk is geoordeeld voor de schade aan de naburige woning. Doorslaggevend is dat de funderingswerkzaamheden voorzienbaar schade zouden toebrengen aan het naastgelegen pand, mede omdat de berekeningen gebrekkig waren en beide panden gelijktijdig van een paalfundering hadden moeten worden voorzien.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past bestaande jurisprudentie (HR 2024) toe op een feitelijk specifieke casus zonder nieuwe rechtsregels te stellen; de impact is vooral relevant voor aangrenzende vastgoed- en bouwgeschillen.
Belangrijkste punten
- 1Het hof sluit aan bij HR 12 januari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:20) voor de beoordeling van aansprakelijkheid van de opdrachtgever bij bouwwerkzaamheden.
- 2Deskundigenrapport van STAB stelt vast dat de funderingsberekeningen van aannemer gebrekkig waren en dat gelijktijdig funderen van beide panden constructief noodzakelijk was.
- 3Schade van deze omvang hoeft door een derde niet zonder meer als maatschappelijk dulden te worden geaccepteerd bij bouwwerkzaamheden van een ander.
- 4Nieuwe stellingen van appellante in haar laatste akte worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de tweeconclusieregel.
- 5De funderingswerkzaamheden dienden uitsluitend het belang van appellante en leverden voor geïntimeerden geen enkel voordeel op.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak past de norm uit HR 12 januari 2024 toe op de aansprakelijkheid van een opdrachtgever voor funderingsschade bij buren, wat bevestigt dat opdrachtgevers aansprakelijk kunnen zijn voor voorzienbare schade door gebrekkig uitgevoerde bouwwerkzaamheden. De strikte toepassing van de tweeconclusieregel onderstreept de beperkte mogelijkheden in hoger beroep om nieuwe stellingen in te brengen.
Praktische impact
Eigenaren die funderingswerkzaamheden laten uitvoeren dragen een eigen aansprakelijkheidsrisico jegens buren indien die werkzaamheden voorzienbaar schade kunnen veroorzaken en onvoldoende zorgvuldig worden uitgevoerd. Een voorschot van ruim €82.000 is toegewezen, met verdere schadestaatprocedure.
Onderwerp-impact
Voor de bouwsector benadrukt deze uitspraak het belang van deugdelijke funderingsberekeningen en het in acht nemen van de constructieve noodzaak om naastgelegen panden gelijktijdig te funderen bij vergelijkbare projecten.
Samenvatting
In deze zaak stond de aansprakelijkheid centraal van een huiseigenaar (appellante) voor schade die door funderingswerkzaamheden aan haar woning was ontstaan aan de naastgelegen woning van geïntimeerden. Appellante en haar partner lieten een paalfundering aanbrengen onder hun pand aan [adres 1], waarbij geen gelijktijdige fundering van het buurpand [adres 2] plaatsvond. Geïntimeerden stelden hierdoor aanzienlijke schade te hebben geleden en vorderden zowel een verklaring voor recht dat appellante aansprakelijk is, als betaling van een voorschot op schadevergoeding van ruim €82.000, te vermeerderen met rente en nader op te maken bij staat. De rechtbank wees de vorderingen toe na raadpleging van een deskundige (STAB), die vaststelde dat de door de aannemer gemaakte funderingsberekeningen gebrekkig waren en dat de constructief verantwoorde aanpak had vereist dat beide panden gelijktijdig van een paalfundering werden voorzien. De rechtbank oordeelde dat de schade een voorzienbaar gevolg was van de werkzaamheden en dat de omvang ervan niet tot het maatschappelijk dulden van een derde kan worden gerekend. Daarbij sloot de rechtbank aan bij HR 12 januari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:20) voor de maatstaf van opdrachtgeversaansprakelijkheid. In hoger beroep bevestigt het Gerechtshof Den Haag dit oordeel. Nieuwe stellingen die appellante in haar laatste akte heeft opgeworpen worden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de tweeconclusieregel. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt appellante in de proceskosten. De uitspraak illustreert dat opdrachtgevers van bouwwerkzaamheden een eigen aansprakelijkheidsrisico dragen jegens buren wanneer die werkzaamheden op basis van gebrekkige berekeningen worden uitgevoerd en voorzienbaar schade toebrengen aan aangrenzende eigendommen.