Buurman aansprakelijk voor funderingsschade naburig pand
ECLI:NL:GHDHA:2026:2750, Gerechtshof Den Haag, 08-09-2026, 200.347.997/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Onrechtmatige daad. Deze zaak gaat over twee woningen die samen een twee-onder-een-kapwoning vormen. De eigenaren van de ene woning hebben hun woning in 2019 gedeeltelijk met palen laten funderen om verdere verzakking van hun woning tegen te gaan. De eigenaren van de andere woning zijn van mening dat daarmee onrechtmatig jegens hen is gehandeld en vorderen schadevergoeding. Omdat de woningen een constructieve eenheid vormen, is het constructief onverantwoord en onrechtmatig om slechts een van beide woningen (gedeeltelijk) van een paalfundering te voorzien. De rechtbank heeft de vorderingen toegewezen. Het hof bekrachtigt dit vonnis.
Kern van de zaak
Buren (geïntimeerden) lijden schade aan hun woning door funderingswerkzaamheden die appellant en betrokkene lieten uitvoeren aan hun aangrenzend pand. De werkzaamheden werden op constructief onjuiste wijze uitgevoerd zonder gelijktijdige paalfundering van beide panden. Geïntimeerden vorderen aansprakelijkheidsverklaring en schadevergoeding van ruim €82.000.
Beslissing van de rechter
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank: appellant heeft onrechtmatig gehandeld en is aansprakelijk voor de schade aan het naburige pand. Doorslaggevend is het deskundigenbericht van STAB waaruit blijkt dat de funderingsberekeningen gebrekkig waren en dat de enige constructief verantwoorde uitvoeringswijze – gelijktijdige paalfundering van beide panden – niet is gevolgd.
Impactscore
MiddelDe uitspraak past bestaande rechtspraak (HR 2024) toe op een feitelijk geschil zonder nieuwe rechtsnormen te stellen; de relevantie is voornamelijk praktisch voor bouwgerelateerde aansprakelijkheidszaken.
Belangrijkste punten
- 1Het hof sluit aan bij HR 12 januari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:20) voor de beoordeling van aansprakelijkheid van de opdrachtgever bij bouwschade aan derden.
- 2Nieuwe stellingen in de laatste akte van appellant zijn in strijd met de tweeconclusieregel en worden buiten beschouwing gelaten.
- 3De funderingswerkzaamheden leverden uitsluitend voordeel op voor appellant en betrokkene, niet voor de gedupeerde buren.
- 4De omvang van de schade brengt mee dat deze niet behoort tot hetgeen een derde in het maatschappelijk verkeer zonder meer moet dulden bij bouwwerkzaamheden van een ander.
- 5Het STAB-deskundigenbericht stelt vast dat de berekeningen van de uitvoerende partij gebrekkig waren en dat gelijktijdige paalfundering de enige constructief verantwoorde aanpak was.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de toepassing van HR 12 januari 2024 op de aansprakelijkheid van opdrachtgevers bij bouwschade aan derden en verduidelijkt dat de omvang van de schade een zelfstandig aanknopingspunt vormt voor het oordeel dat deze schade niet zonder meer hoeft te worden geduld.
Praktische impact
Opdrachtgevers van bouwwerkzaamheden dienen er actief op toe te zien dat aannemers de constructief verantwoorde uitvoeringsmethode hanteren; nalaten hiervan kan leiden tot aansprakelijkheid voor schade bij buren, ook zonder eigen directe uitvoering.
Onderwerp-impact
In de bouwpraktijk bij funderingsherstel in stedelijk gebied – waar naburige panden veelal onderlinge invloed ondervinden – stelt dit arrest hoge zorgvuldigheidseisen aan de keuze van uitvoeringsmethoden en de controle op ingenieurscalculaties.
Samenvatting
Dit arrest van het Gerechtshof Den Haag betreft een burengeschil over funderingsschade. Appellant en betrokkene lieten funderingsherstelwerkzaamheden uitvoeren aan hun woning aan adres 1. De naast gelegen woning (adres 2), bewoond door geïntimeerden, liep hierdoor aanzienlijke schade op. Geïntimeerden vorderden een verklaring voor recht dat appellant en betrokkene aansprakelijk zijn, alsmede een voorschot op schadevergoeding van ruim €82.000 exclusief btw, met resterende schade op te maken bij staat. De rechtbank wees de vorderingen toe op grond van onrechtmatig handelen. In hoger beroep voerde appellant drie grieven aan en bracht tevens nieuwe stellingen in via zijn laatste akte. Het hof laat die nieuwe stellingen buiten beschouwing wegens strijd met de tweeconclusieregel. Het hof beoordeelt de grieven gezamenlijk en volgt de rechtbank in haar redenering, die aansluit bij het arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:20). Kern van het oordeel is dat de funderingswerkzaamheden uitsluitend in het belang waren van appellant en betrokkene en voor geïntimeerden geen enkel voordeel opleverden. Gelet op de omvang van de schade behoort deze niet tot hetgeen een derde in het maatschappelijk verkeer zonder meer moet dulden bij bouwwerkzaamheden van een ander. Doorslaggevend is het deskundigenbericht van STAB: de berekeningen van de door appellant ingeschakelde aannemer waren gebrekkig, en de enige constructief verantwoorde uitvoeringswijze – het gelijktijdig van een paalfundering voorzien van beide panden – is ten onrechte achterwege gebleven. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, verwerpt de grieven van appellant en veroordeelt hem in de proceskosten van het hoger beroep.