Erfpachtuitgifte FCA aangevochten door ondernemersvereniging in hoger beroep
ECLI:NL:GHAMS:2026:2610, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.358.618/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Aanbestedingsrecht; Didam-jurisprudentie. Kort geding. De Gemeente Amsterdam heeft door middel van een aanbestedingsprocedure aan opdrachtnemer de opdracht gegund om het Food Center Amsterdam (hierna: FCA) te herstructureren. Hieronder valt ook het onderhandelen met c.q. het verplaatsen van ongeveer 45 bedrijven die al op het FCA gevestigd zijn. Bij de opdracht is een zogenaamd aanwijsrecht gegund, waarmee opdrachtnemer aan de Gemeente kan voordragen welke partij in aanmerking komt voor een (nieuwe) erfpachtovereenkomst met de Gemeente op het nieuwe FCA. Een aantal van de al op het terrein gevestigde bedrijven en hun vereniging bestrijden in deze procedure de wijze waarop de Gemeente dit aanwijsrecht laat uitoefenen. Concreet komen zij in deze kortgedingprocedure op tegen een recente erfpachtuitgifte door de Gemeente aan de opdrachtnemer zelf en tegen toekomstige erfpachtuitgiftes die de Gemeente heeft aangekondigd. Zij beroepen zich onder meer op de Didam-rechtspraak.
Kern van de zaak
Een ondernemersvereniging (Vereniging c.s.) vecht bij het Gerechtshof Amsterdam de erfpachtuitgifte van perceel B aan Marktkwartier door de Gemeente aan, alsmede toekomstige erfpachtuitgiftes op basis van een aanwijsrecht. De ondernemers stellen dat de constructie onrechtmatig is wegens strijd met aanbestedingsrecht, Didam-rechtspraak, REOK, het bestemmingsplan, het gronduitgiftebeleid en het vertrouwensbeginsel.
Beslissing van de rechter
Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve beslissing van het hof niet volledig kenbaar; het hof gaat in hoger beroep het geschil in volle omvang behandelen langs alle door de Vereniging c.s. aangevoerde gronden. De voorzieningenrechter had alle gronden eerder verworpen, waarna de Vereniging c.s. in hoger beroep is gegaan.
Impactscore
MiddelDe zaak betreft een feitelijk complex maar niet uniek geval van gemeentelijke gronduitgifte; de Didam-toepassing in de context van aanwijsrechten is juridisch interessant maar de uitspraak is een kortgedingprocedure in hoger beroep bij een gerechtshof, wat de precedentwerking beperkt. De tekst is bovendien onvolledig, waardoor de definitieve beslissing niet beoordeeld kan worden.
Belangrijkste punten
- 1De erfpachtuitgifte aan Marktkwartier heeft reeds plaatsgevonden bij notariële akte van 30 juni 2025 (perceel B); ook toekomstige uitgiftes op basis van het aanwijsrecht zijn bestreden.
- 2De Vereniging c.s. voert zes gronden aan: strijd met REOK, aanbestedingsrecht/Didam, niet-nakoming VIA's, bestemmingsplan, gronduitgiftebeleid en vertrouwensbeginsel.
- 3Het hof behandelt het geschil in hoger beroep in volle omvang, omdat de grieven alle door de voorzieningenrechter verworpen gronden bestrijken.
- 4De constructie met een 'aanwijsrecht' van Marktkwartier bij de gebiedsontwikkeling van het FCA staat centraal; het hof zet eerst uiteen wat dit aanwijsrecht inhoudt.
- 5De zaak betreft een kort geding in hoger beroep, waarbij spoedeisend belang van de ondernemers speelt gezien de reeds voltooide en aangekondigde erfpachtuitgiftes.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak raakt aan de rechtmatigheid van gemeentelijke gronduitgifte via een privaatrechtelijk aanwijsrecht in combinatie met Didam-verplichtingen en aanbestedingsrecht, wat richtinggevend kan zijn voor vergelijkbare gebiedsontwikkelingsconstructies. De uitkomst kan verduidelijken in hoeverre gemeenten een aanwijsrecht aan een marktpartij kunnen delegeren zonder in strijd te komen met mededingingsrechtelijke verplichtingen.
Praktische impact
Voor de gevestigde ondernemers op het FCA-terrein bepaalt de uitkomst of zij worden beschermd tegen verplichte verplaatsing op basis van een mogelijk onrechtmatig aanwijsrecht. De Gemeente en Marktkwartier lopen het risico dat reeds verrichte en toekomstige erfpachtuitgiftes worden teruggedraaid of geblokkeerd.
Onderwerp-impact
De uitspraak is relevant voor de vastgoedpraktijk en gebiedsontwikkeling, in het bijzonder voor de vraag hoe gemeenten grond mogen uitgeven aan projectontwikkelaars in complexe herontwikkelingsprojecten waarbij bestaande rechthebbenden betrokken zijn.
Samenvatting
Deze zaak betreft een kortgedingprocedure in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, waarin een ondernemersvereniging samen met individuele ondernemers (Vereniging c.s.) opkomt tegen de Gemeente en Marktkwartier c.s. over de gebiedsontwikkeling van het FCA-terrein. De kern van het geschil is de rechtsgeldigheid van een zogenoemd 'aanwijsrecht' dat de Gemeente heeft toegekend aan Marktkwartier, op grond waarvan deze partij erfpachtpercelen kan aanwijzen voor uitgifte. Op 30 juni 2025 heeft reeds een erfpachtuitgifte van perceel B plaatsgevonden; de Gemeente heeft daarnaast bij kennisgeving van 12 maart 2025 toekomstige uitgiftes aangekondigd. De Vereniging c.s. stelt dat de Gemeente met deze handelwijze een onrechtmatige daad begaat. Zij voeren zes gronden aan: strijd met de REOK, het aanbestedingsrecht en/of de Didam-rechtspraak (die gemeenten verplicht mededingingsruimte te bieden bij gronduitgifte), niet-nakoming van de met ondernemers gesloten VIA's door Marktkwartier, strijd met het bestemmingsplan, strijd met het gemeentelijke gronduitgiftebeleid, en schending van het vertrouwensbeginsel. De voorzieningenrechter had alle gronden in eerste aanleg verworpen. In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist het geschil in volle omvang opnieuw te beoordelen, nu de grieven alle afgewezen gronden bestrijken. Het hof kondigt aan eerst de constructie met het aanwijsrecht te analyseren voordat het ingaat op de individuele gronden. De beschikbare tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van het hof op de vorderingen niet kan worden vastgesteld. Wel is duidelijk dat de zaak juridisch complex is en raakt aan fundamentele vragen over de verhouding tussen gemeentelijke grondpolitiek, mededingingsverplichtingen (Didam) en privaatrechtelijke gebiedsontwikkelingsconstructies.