Raad van State: geen handhaving feestlocatie ondanks bestemmingsplanovertreding
ECLI:NL:RVS:2026:5345, Raad van State, 09-09-2026, 202407693/1/R2
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 8 december 2022 heeft het college van burgemeesters en wethouders en Tilburg geweigerd om handhavend op te treden tegen het organiseren van feesten in Brasserie Valentijn aan de Molenhoefstraat 44 in Udenhout. Brasserie Valentijn bevindt zich aan de Molenhoefstraat 44 in Udenhout. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied De Zandleij 2012" heeft dit perceel de bestemming "Horeca" met de functieaanduidingen "horeca tot en met horecacategorie 2" en "feestzaal uitgesloten". Brasserie Valentijn wordt geëxploiteerd als eetgelegenheid. Daarnaast biedt de brasserie groepsarrangementen aan voor bijeenkomsten, zoals bruiloften en vergaderingen. Hiervoor kunnen diverse ruimtes op het terrein van de brasserie worden gehuurd. [appellant] woont aan de [locatie] in [woonplaats]. Volgens [appellant] is het gebruik van de brasserie als feestlocatie in strijd met de functieaanduiding "feestzaal uitgesloten". Hij heeft het college verzocht om handhavend op te treden.
Kern van de zaak
Omwonende [appellant] verzocht het college handhavend op te treden tegen Brasserie Valentijn in Udenhout, die volgens hem in strijd met de bestemmingsplanregel 'feestzaal uitgesloten' bruiloften en groepsbijeenkomsten faciliteerde. Het college erkende de overtreding maar weigerde handhaving wegens onevenredigheid.
Beslissing van de rechter
Het beroep van appellant is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank is bevestigd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college in redelijkheid kon afzien van handhaving wegens onevenredigheid, en dat het college niet gehouden was de onherroepelijkheid van een omgevingsvergunning af te wachten alvorens het besluit op bezwaar te nemen.
Impactscore
LaagDe uitspraak past binnen gevestigde jurisprudentie over handhavingsdiscretie en evenredigheid en bevat geen nieuwe rechtsnormen; de betekenis is voornamelijk casuïstisch en lokaal van aard.
Belangrijkste punten
- 1Overgangsrecht Omgevingswet: omdat het handhavingsverzoek vóór 1 januari 2024 werd ingediend (24 augustus 2022), blijft de Wabo van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.
- 2Het college erkende dat het gebruik van de brasserie als feestlocatie in strijd is met de functieaanduiding 'feestzaal uitgesloten' in het bestemmingsplan.
- 3Ondanks de vastgestelde overtreding mag het college handhaving achterwege laten indien dat onevenredig is; dit beginsel van evenredigheid prevaleert.
- 4Het begrip 'feestzaal' was niet gedefinieerd in de planregels, maar de rechtbank oordeelde dat uit artikel 9.1.2 ondubbelzinnig volgt dat een feestzaal op de betreffende locatie is uitgesloten.
- 5Het college was niet verplicht de onherroepelijkheid van een omgevingsvergunning af te wachten voordat het besluit op bezwaar werd genomen.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij handhavingsverzoeken de discretionaire bevoegdheid behouden om op grond van evenredigheid af te zien van optreden, ook bij een vastgestelde bestemmingsplanovertreding. Tevens verduidelijkt de uitspraak de werking van het overgangsrecht bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Praktische impact
Voor omwonenden en handhavingsverzoeker betekent dit dat een erkende overtreding niet automatisch tot handhaving leidt; het college behoudt beoordelingsruimte. Brasserie Valentijn kan vooralsnog haar activiteiten als feestlocatie voortzetten.
Onderwerp-impact
Voor de horecasector verduidelijkt deze uitspraak dat bestemmingsplanregels strikt worden uitgelegd, maar dat de handhavingspraktijk wordt beheerst door het evenredigheidsbeginsel, wat exploitanten een zekere ademruimte biedt.
Samenvatting
In deze zaak verzocht omwonende [appellant] het college van burgemeester en wethouders handhavend op te treden tegen Brasserie Valentijn aan de Molenhoefstraat 44 in Udenhout. De brasserie biedt naast reguliere eetgelegenheid ook ruimtes aan voor bruiloften en groepsbijeenkomsten. Appellant stelde dat dit gebruik in strijd is met de in het bestemmingsplan 'Buitengebied De Zandleij 2012' opgenomen functieaanduiding 'feestzaal uitgesloten'. Het handhavingsverzoek werd ingediend op 24 augustus 2022, waardoor op grond van het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet de Wabo van toepassing blijft. Het college erkende in zijn besluit van 30 januari 2024 dat sprake is van een overtreding van het bestemmingsplan, maar besloot niet handhavend op te treden omdat dit onevenredig zou zijn. De rechtbank bevestigde dit standpunt: hoewel het begrip 'feestzaal' niet is gedefinieerd in de planregels, volgt uit artikel 9.1.2 van de planregels ondubbelzinnig dat een feestzaal op de betreffende locatie is uitgesloten. De juridische vraag in hoger beroep was of het college terecht handhaving achterwege heeft gelaten en of het gehouden was de onherroepelijkheid van een omgevingsvergunning af te wachten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het beroep tegen het nadere besluit van 9 februari 2026 ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat het college niet verplicht was de onherroepelijkheid van de omgevingsvergunning af te wachten en dat het in redelijkheid kon besluiten om wegens onevenredigheid geen handhavingsmaatregelen te treffen. Proceskosten worden niet vergoed. De uitspraak illustreert de spanning tussen handhavingsverzoeken van omwonenden en de discretionaire bevoegdheid van bestuursorganen bij de toepassing van het evenredigheidsbeginsel.