JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2681Laag18/100

Dexia-zaak terugverwezen voor reactie op opt-outverklaring

ECLI:NL:GHDHA:2026:2681, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.363.874/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 1 september 2026Publicatie: 20 augustus 2026
Zaaknummer:200.363.874/01

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Dexia / tussenpersoon / advisering / wetenschap

Kern van de zaak

Een particuliere belegger ([geïntimeerde]) vordert schadevergoeding van Dexia wegens onrechtmatig handelen rond aandelenleaseproducten. Dexia betwist aansprakelijkheid en stelt dat [geïntimeerde] gebonden is aan de Duisenbergregeling omdat geen geldige opt-outverklaring zou zijn ingediend. De kantonrechter wees Dexia's verweren af, waarna Dexia in hoger beroep ging.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst vooralsnog geen eindoordeel toe of af, maar verwijst de zaak naar de rol van 29 september 2026 zodat Dexia kan reageren op de bij memorie van antwoord ingediende producties en ontvankelijkheidsverweren rondom de opt-outverklaring. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

18van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een procedurele tussenbeslissing in een individuele Dexia-zaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitkomst is slechts relevant voor de directbetrokken partijen en voegt geen nieuwe rechtsontwikkeling toe aan de reeds uitgebreide Dexia-jurisprudentie.

Belangrijkste punten

  • 1Dexia betoogt dat [geïntimeerde] geen geldige opt-outverklaring heeft ingediend en daarom gebonden is aan de Duisenbergregeling
  • 2[geïntimeerde] betwist dit en onderbouwde haar standpunt met nieuwe producties bij memorie van antwoord
  • 3Dexia heeft nog niet kunnen reageren op die nieuwe producties en verweren, wat het hof als een hoor-en-wederhoorprobleem aanmerkt
  • 4Het hof houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van Dexia's akte
  • 5De kantonrechter had eerder de vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen en die van Dexia afgewezen

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert het belang van hoor en wederhoor in hoger beroep: nieuwe producties bij memorie van antwoord verplichten het hof de wederpartij in de gelegenheid te stellen daarop te reageren alvorens inhoudelijk te beslissen. De geldigheid van een opt-outverklaring in de context van de Duisenbergregeling blijft een terugkerend geschilpunt in Dexia-zaken.

Praktische impact

De zaak loopt langer door voor beide partijen; [geïntimeerde] moet wachten op een definitieve uitkomst over de schadevergoeding, terwijl Dexia de kans krijgt haar positie over de opt-outverklaring nader te onderbouwen.

Onderwerp-impact

In aandelenleasegeschillen rond Dexia blijft de vraag of een opt-outverklaring rechtsgeldig is ingediend cruciaal voor de gebondenheid aan de Duisenbergregeling en daarmee voor de toegang tot een individuele schadeclaim.

Samenvatting

In deze hoger-beroepsprocedure staat centraal of een particuliere belegger ([geïntimeerde]) een geldige opt-outverklaring heeft ingediend waarmee hij zich aan de collectieve Duisenbergregeling heeft onttrokken om zo een individuele schadeclaim tegen Dexia in te kunnen stellen. De kantonrechter had in eerste aanleg de vorderingen van [geïntimeerde] — kort gezegd: een verklaring voor recht dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en veroordeling tot schadevergoeding — toegewezen en de tegenvordering van Dexia afgewezen. Dexia ging in hoger beroep en voerde als primair verweer aan dat [geïntimeerde] geen geldige opt-outverklaring heeft ingediend en derhalve gebonden is aan de Duisenbergregeling, zodat de individuele vordering niet-ontvankelijk dan wel ongegrond is. [geïntimeerde] betwistte dit gemotiveerd en legde bij memorie van antwoord nieuwe producties over ter onderbouwing van de geldigheid van de opt-outverklaring. Het Gerechtshof Den Haag stelt vast dat Dexia nog niet in de gelegenheid is geweest te reageren op die nieuwe producties en de daarmee samenhangende ontvankelijkheidsverweren. Op grond van het beginsel van hoor en wederhoor is het hof van oordeel dat Dexia die gelegenheid alsnog moet krijgen. Het hof verwijst de zaak daarom naar de rol van 29 september 2026 voor een akte aan de zijde van Dexia en houdt iedere verdere beslissing aan. Er is dus nog geen inhoudelijk oordeel over de aansprakelijkheid van Dexia of de geldigheid van de opt-outverklaring. De uitspraak is puur procedureel van aard en benadrukt dat het recht op hoor en wederhoor ook in hoger beroep onverkort geldt wanneer een partij nieuwe stukken in het geding brengt.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 8 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2768Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2768, Gerechtshof Den Haag, 03-09-2026, 200.349.078/01

Gerechtshof Den Haag3 sep 2026TransportDienstverlening
5/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2402Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2402, Gerechtshof Amsterdam, 01-09-2026, 200.338.823

Gerechtshof Amsterdam1 sep 2026DienstverleningBouw
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2767Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2767, Gerechtshof Den Haag, 01-09-2026, 200.355.771/01

Gerechtshof Den Haag1 sep 2026KoopRetail
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied