Hof handhaaft benoeming professionele beheerder disfunctionerende VvE
ECLI:NL:GHDHA:2026:1293, Gerechtshof Den Haag, 12-05-2026, 200.343.591/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Eindarrest. In het tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat er aanleiding is om een vervangende machtiging te verlenen tot benoeming van een professionele VvE beheerder als bestuurder van de VvE. Het hof blijft bij die beslissing, ondanks het verzoek van de VvE om daarvan terug te komen. De bezwaren van de VvE tegen de door het hof voorgestelde bestuurder worden verworpen. Er is geen aanleiding om de bestuurder van de VvE gelegenheid te geven zich nogmaals over de benoeming uit te laten in haar hoedanigheid van lid van de VvE.
Kern van de zaak
Een Vereniging van Eigenaars (VvE) functioneert slecht en het bouwkundig herstel van het pand stagneert. Een lid (geïntimeerde) verzocht om een vervangende machtiging voor benoeming van een professionele VvE-beheerder. De VvE verzette zich hiertegen en vroeg het hof terug te komen van een eerder gegeven bindende eindbeslissing.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst het verzoek van de VvE om terug te komen van de bindende eindbeslissing af. De VvE heeft geen nieuwe juridische of feitelijke gronden aangedragen die aantonen dat de eerdere beslissing op een onjuiste grondslag berustte, zodat de vervangende machtiging tot benoeming van een professionele beheerder (Happy VvE Beheer) in stand blijft.
Impactscore
LaagDe uitspraak betreft een feitelijk specifieke VvE-kwestie en bevestigt reeds bestaande rechtspraak over bindende eindbeslissingen. Er worden geen nieuwe rechtsnormen gesteld; de impact blijft beperkt tot de direct betrokken partijen.
Belangrijkste punten
- 1Het hof handhaaft zijn bindende eindbeslissing dat de VvE disfunctioneert en een professionele beheerder nodig heeft
- 2Terugkomen van een bindende eindbeslissing is alleen mogelijk als deze berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag
- 3De VvE heeft onvoldoende onderbouwd dat de feitelijke grondslag voor ontslag van het bestuur ontbreekt
- 4Happy VvE Beheer is bereid gevonden het volledige bestuur en beheer van de VvE over te nemen
- 5De vervangende machtiging strekt ertoe bouwkundig herstel van het pand naar tevredenheid van alle partijen te laten uitvoeren
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte maatstaf voor het terugkomen van bindende eindbeslissingen: alleen bij een aantoonbaar onjuiste juridische of feitelijke grondslag is dit toegestaan. De bevoegdheid van de rechter om een vervangende machtiging te verlenen bij een disfunctionerende VvE wordt hiermee opnieuw bevestigd.
Praktische impact
De VvE verliest de zeggenschap over haar eigen bestuur en beheer, dat volledig overgaat naar een professionele externe partij. Leden die het niet eens zijn met de rechterlijke interventie worden gebonden aan de beslissingen van de nieuw benoemde beheerder.
Onderwerp-impact
Voor appartementseigenaren en VvE's verduidelijkt deze uitspraak dat rechterlijke interventie via een vervangende machtiging een effectief instrument is wanneer een VvE structureel disfunctioneert en bouwkundig onderhoud stagneert.
Samenvatting
In deze zaak voor het Gerechtshof Den Haag staat een disfunctionerende Vereniging van Eigenaars (VvE) centraal. Het hof had in een eerder tussenarrest geoordeeld dat de VvE niet goed functioneert en dat er aanleiding bestaat een vervangende machtiging te verlenen voor de benoeming van een professionele VvE-beheerder — Happy VvE Beheer — die zowel het bestuur als het beheer volledig overneemt en het stagnerende bouwkundige herstel van het pand ter hand neemt. De VvE verzocht het hof in de verdere procedure terug te komen van deze bindende eindbeslissing, stellende dat er geen feitelijke grondslag bestaat voor het oordeel dat het bestuur moet worden ontslagen. Geïntimeerde bestreed dit verzoek en hield vast aan de juistheid van het eerdere oordeel. Het hof stelt voorop dat terugkomen van een bindende eindbeslissing uitsluitend is toegestaan indien die beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, en dit enkel om te voorkomen dat op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak wordt gedaan. Het hof oordeelt dat de VvE niet heeft aangetoond dat hiervan sprake is. De door de VvE aangevoerde bezwaren leveren geen nieuwe feiten of juridische inzichten op die rechtvaardigen dat van de eerder gegeven beslissing wordt teruggekomen. Het verzoek van de VvE wordt dan ook afgewezen. De procedure wordt voortgezet met het oog op de definitieve benoeming van de professionele beheerder. De uitspraak onderstreept dat rechters gebonden zijn aan hun eigen bindende eindbeslissingen tenzij sprake is van evidente onjuistheid, en bevestigt dat de rechter bij een structureel disfunctionerende VvE bevoegd is via een vervangende machtiging in te grijpen in het bestuur.