Belastingteruggaven weggesluisd via constructie, vordering afgewezen
ECLI:NL:GHAMS:2026:2929, Gerechtshof Amsterdam, 29-09-2026, 200.361.036/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Geldvordering uit onrechtmatige daad onvoldoende aannemelijk voor toewijzing.
Kern van de zaak
Melkbussen vordert in kort geding betaling van belastingteruggaven die haar toekomen maar via een constructie door Greenton zijn doorgesluisd naar een holding. Melkbussen spreekt niet Greenton maar GreenIPP c.s. aan op grond van onrechtmatige daad, stellende dat zij een constructie hebben opgezet om de gelden weg te sluizen.
Beslissing van de rechter
Het hof wijst de geldvordering van Melkbussen in kort geding af. Hoewel het spoedeisend belang veronderstellenderwijs wordt aangenomen vanwege erkende liquiditeitsproblemen bij GreenIPP c.s., is de vordering op grond van onrechtmatige daad niet toewijsbaar op basis van de voorliggende feiten en omstandigheden.
Impactscore
LaagHet betreft een kort geding uitspraak van een gerechtshof in een feitelijk specifieke zaak zonder aanwijsbare rechtsontwikkeling; de uitkomst is bovendien gebaseerd op de bijzondere processuele en feitelijke omstandigheden van dit geschil.
Belangrijkste punten
- 1Geldvordering in kort geding vereist voldoende aannemelijkheid van bestaan en omvang, spoedeisend belang én afweging van restitutierisico
- 2Partijen zijn het erover eens dat de belastingteruggaven aan Melkbussen toekomen, zodat aanspraak op Greenton in beginsel mogelijk is
- 3Melkbussen spreekt echter niet Greenton maar GreenIPP c.s. aan op grond van onrechtmatige daad wegens het opzetten van een wegsluis-constructie
- 4Het hof neemt het spoedeisend belang slechts veronderstellenderwijs aan vanwege de erkende financiële problemen bij GreenIPP c.s.
- 5Ondanks het veronderstelde spoedeisend belang wordt de vordering niet toewijsbaar geacht; de uitspraak is op dit punt onvolledig weergegeven
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt de strikte eisen voor toewijzing van geldvorderingen in kort geding en illustreert dat een vordering op de verkeerde partij (via onrechtmatige daad in plaats van de directe contractuele wederpartij) risicovol is. De precieze juridische motivering is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te beoordelen.
Praktische impact
Melkbussen ontvangt in kort geding geen betaling van de belastingteruggaven en zal een bodemprocedure moeten voeren, terwijl het dreigende faillissement van GreenIPP de verhaalspositie verder verslechtert.
Onderwerp-impact
Voor situaties waarbij gelden via vennootschapsconstructies worden weggesluisd, toont deze zaak dat de keuze van de aangesproken partij en de grondslag (onrechtmatige daad versus contractuele aanspraak) van doorslaggevend belang is voor de slagingskans van een kort geding.
Samenvatting
In deze hoger beroepsprocedure in kort geding vorderde Melkbussen betaling van belastingteruggaven die haar volgens beide partijen rechtens toekomen, maar die via een constructie door Greenton zijn ontvangen en doorgeboekt naar een holding. In plaats van Greenton rechtstreeks aan te spreken, richtte Melkbussen haar vordering tegen GreenIPP c.s. op grond van onrechtmatige daad: zij zou een constructie hebben opgezet waarmee de haar toebehorende gelden feitelijk zijn toegeëigend. Het Gerechtshof Amsterdam buigt zich in hoger beroep over vijf grieven tegen het vonnis van de voorzieningenrechter. Het hof stelt voorop dat voor toewijzing van een geldvordering in kort geding vereist is dat het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn, dat sprake is van onverwijlde spoed en dat het restitutierisico gunstig uitvalt. Ten aanzien van het spoedeisend belang oordeelt het hof dat dit veronderstellenderwijs kan worden aangenomen, nu GreenIPP c.s. zelf hebben gesuggereerd dat een faillissement dreigt en liquiditeitsproblemen hebben erkend, waardoor de verhaalspositie van Melkbussen steeds kwetsbaarder wordt. Desondanks wijst het hof de vordering af. De kern van het probleem is dat Melkbussen niet de partij aanspreekt die de gelden rechtstreeks heeft ontvangen (Greenton), maar in plaats daarvan GreenIPP c.s. op grond van onrechtmatige daad aanvalt wegens het opzetten van de constructie. De beschikbare tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de volledige motivering van de afwijzing niet geheel kan worden gereconstrueerd. De uitspraak benadrukt het belang van de juiste keuze van gedaagde partij en de toepasselijke rechtsgrondslag bij geldvorderingen in kort geding, met name in situaties waarbij vennootschapsconstructies een rol spelen.