JurispRadar
ECLI:NL:GHDHA:2026:2969Middel38/100

Pelagische vissers verliezen claim over Brexit-compensatie Staat

ECLI:NL:GHDHA:2026:2969, Gerechtshof Den Haag, 06-10-2026, 200.347.857/01

Gerechtshof Den HaagUitspraak: 6 oktober 2026Publicatie: 29 september 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.347.857/01
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Overheid
Aansprakelijkheid
Vergunningen
Brexit
Subsidieregeling
Pelagische Visserij
Staatsaansprakelijkheid
Contingenten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Pelagische visserijsector vordert verklaring voor recht en schadevergoeding omdat de Staat fondsen ter beschikking gesteld door de EU niet heeft aangewend om een speciale regeling te treffen voor de compensatie van de pelagische visserij voor de gevolgen van de Brexit. Hof wijst vordering af. Naar het oordeel van het hof paste het niet treffen van deze regeling binnen de beleidsvrijheid van de Staat.

Kern van de zaak

Pelagische vissers (Van der Zwan c.s.) dagvaardden de Staat omdat zij vonden dat de Brexit-subsidieregeling hun schade niet op betekenisvolle wijze compenseerde, terwijl EU-middelen daarvoor beschikbaar waren. De vissers stelden dat de Staat onrechtmatig handelde door de kottervisserij te bevoordelen boven de pelagische sector.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de vorderingen van de pelagische vissers af. De doorslaggevende reden is dat de Staat in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor een subsidieregeling die gericht is op de zwaarst getroffen sector (kottervisserij), waarbij de pelagische vissers onvoldoende inzicht hebben gegeven in de impact op hun bedrijfsvoering en de Staat een gerechtvaardigde politieke afweging heeft gemaakt om risico op niet-goedkeuring door de Europese Commissie te vermijden.

38van 100

Impactscore

Middel

De zaak is sectorspecifiek (pelagische visserij en Brexit-subsidies) en heeft beperkte precedentwerking buiten deze context, maar is relevant voor vergelijkbare geschillen over subsidieverdeling en overheidsbeleid na Brexit.

Belangrijkste punten

  • 1De BAR-verordening bevat geen definitie van 'zwaarst getroffen', wat de Staat beoordelingsruimte geeft
  • 2Pelagische vissers hebben onvoldoende onderbouwd hoe de contingentverlaging hun bedrijfsvoering heeft geraakt
  • 3Voor kottervisserij kon de Brexit de druppel zijn die de emmer doet overlopen, ook zonder eerdere visserij in Britse wateren
  • 4De keuze voor een andere opzet dan de Deense subsidieregeling is een gerechtvaardigde politieke afweging van de Staat
  • 5Het vermijden van risico op afwijzing of vertraagde EU-goedkeuring is een beleidsmatige keuze die aan de Staat toekomt

Impactanalyse

Juridische impact

Het arrest bevestigt dat de rechter terughoudend toetst bij politieke en beleidsmatige afwegingen rondom subsidieverdeling, en dat op eisers een stelplicht rust om de impact op hun specifieke bedrijfsvoering te onderbouwen.

Praktische impact

Pelagische vissers ontvangen geen aanvullende Brexit-compensatie via deze procedure en zullen de geleden schade als gevolg van contingentverliezen zelf moeten dragen.

Onderwerp-impact

De uitspraak raakt de bredere discussie over eerlijke verdeling van EU-Brexit-compensatiemiddelen binnen de visserijsector en de reikwijdte van overheidssteun aan specifieke deelsectoren.

Samenvatting

In deze procedure vorderden pelagische vissers, vertegenwoordigd door Van der Zwan c.s., een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door hun Brexit-schade niet op betekenisvolle wijze te compenseren. De achtergrond is de Brexit-subsidieregeling waarbij de Staat EU-middelen heeft verdeeld over de visserijsector, maar daarbij primair de kottervisserij heeft bevoordeeld. De pelagische vissers stelden dat dit onderscheid onrechtmatig is, mede omdat de EU-middelen juist mede met het oog op compensatie van hun sector beschikbaar zijn gesteld en er geen juridische belemmeringen zouden bestaan voor een ruimere compensatie. Het Gerechtshof Den Haag wijst de vorderingen af. Het hof overweegt dat de BAR-verordening geen definitie geeft van 'zwaarst getroffen vissers', zodat de Staat bij de verdeling van de middelen een eigen afweging mag maken. De Staat heeft niet uitsluitend gekeken naar de omvang van verloren contingenten, maar ook naar de algehele gevolgen voor de sector en de toekomstige weerbaarheid. Dit acht het hof een redelijke benadering. Cruciaal is dat de pelagische vissers onvoldoende inzicht hebben verschaft in de concrete impact van de contingentverlaging op hun bedrijfsvoering en hun mogelijkheden om schade te beperken. Daartegenover staat dat de Brexit voor de kottervisserij de druppel kan zijn die de emmer doet overlopen, ook als individuele kottervissers vóór de Brexit niet in Britse wateren hebben gevist. Daarnaast oordeelt het hof dat de keuze voor een andere opzet dan de Deense subsidieregeling een gerechtvaardigde politieke afweging is. Het risico dat de Europese Commissie een compensatie op basis van de waarde van contingenten niet of niet tijdig zou goedkeuren, mocht de Staat legitiem in zijn overwegingen betrekken. Dergelijke politieke en beleidsmatige keuzes komen de Staat toe en worden door de rechter terughoudend getoetst. De vorderingen worden afgewezen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 13 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Bestuursrecht

College van Beroep voor het bedrijfsleven·13 okt 2026
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:491

Maatschap verliest hoger beroep over mestgebruiksnormen en bewijslast

30/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·13 okt 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Handhaving
ECLI:NL:CBB:2026:492

Beroep GLB-subsidie ongegrond, wel schadevergoeding wegens lange duur

28/100Bekijk
Rechtbank Den Haag·13 okt 2026
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Overheid
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:RBDHA:2026:30164

Asielaanvraag Iraakse IS-vluchteling ongegrond verklaard

22/100Bekijk
College van Beroep voor het bedrijfsleven·13 okt 2026
Bestuursrecht
Europees bestuursrecht
Overheid
Vergunningen
ECLI:NL:CBB:2026:494

GLB-subsidie maatschap deels toegewezen na heroverweging minister

18/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied