Asielaanvraag Iraakse IS-vluchteling ongegrond verklaard
ECLI:NL:RBDHA:2026:30164, Rechtbank Den Haag, 13-10-2026, NL26.23872
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Afwijzing asiel Syrië. Afkomst uit regio Raqqa. Persoonlijke problemen met IS niet geloofwaardig vanwege tegenstrijdige en vage verklaringen. Deugdelijk gemotiveerd dat terugkeer niet in strijd is met 3 EVRM / 15c Kwalificatierichtlijn. Beroep ong.
Kern van de zaak
Een Iraakse man uit Khal Ajeel vroeg asiel aan in Nederland wegens problemen met Islamitische Staat (IS), die hem wegens tabaksmokkel bij verstek zou hebben veroordeeld tot amputatie. IS bezocht herhaaldelijk zijn familieleden om hem op te sporen. Hij vreest bij terugkeer executie van de straf.
Beslissing van de rechter
Het beroep is ongegrond verklaard; de rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag door de minister. Doorslaggevend is dat de minister procedureel zorgvuldig heeft gehandeld en dat terugkeer niet in strijd is met artikel 3 EVRM, mede gelet op een relevante EHRM-beslissing en de persoonlijke omstandigheden van eiser.
Impactscore
LaagHet betreft een feitenrechtelijke toepassing van bestaande asielrechtelijke kaders op een individuele zaak zonder nieuwe rechtsvragen; de uitspraak heeft geen precedentwerking buiten deze zaak.
Belangrijkste punten
- 1Eiser stelde dat IS hem bij verstek heeft veroordeeld tot amputatie wegens tabaksmokkel en dat familieleden herhaaldelijk door IS werden benaderd.
- 2Eiser betoogde dat de minister tegenstrijdigheden had moeten voorhouden in het nader gehoor op grond van artikel 3.113 Vb, maar de rechtbank volgt dit niet.
- 3Vertaal- en verslagkwesties leverden volgens eiser grond op voor terughoudendheid bij detailtegenwerpingen, maar de rechtbank oordeelt dat de minister correcties en aanvullingen voldoende heeft betrokken.
- 4De rechtbank acht terugkeer naar Syrië niet in strijd met artikel 3 EVRM, onder verwijzing naar een EHRM-beslissing en de persoonlijke kenmerken van eiser (volwassen, arbeidsgeschikt, Arabischtalig, academisch geschoold).
- 5Eiser heeft de motivering van het bestreden besluit niet concreet betwist, wat zijn positie in beroep verzwakte.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat procedurele klachten over het niet voorhouden van tegenstrijdigheden en vertaalkwesties niet snel leiden tot vernietiging, en dat de drempel van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Syrië per individueel geval wordt beoordeeld aan de hand van EHRM-rechtspraak.
Praktische impact
Eiser krijgt geen verblijfsvergunning en is onderworpen aan een terugkeerbesluit naar Syrië; zijn proceskosten worden niet vergoed.
Onderwerp-impact
Voor asielzoekers met IS-gerelateerde vrees geldt dat vage of onvoldoende onderbouwde relazen over IS-straffen ook bij ernstige bedreiging op geloofwaardigheidsproblemen kunnen stuiten, zeker als procedurele klachten over het gehoor niet slagen.
Samenvatting
Een Iraakse man afkomstig uit Khal Ajeel vroeg in Nederland asiel aan omdat hij problemen had met Islamitische Staat (IS). Volgens zijn relaas nam IS eind 2012 de macht over in zijn woonplaats en hielp hij zijn broer met het smokkelen van tabak. IS-politie (Al Hesbe) bezocht zijn moeder twee keer, zijn vader twee à drie keer, en zijn vader werd door een shariarechtbank bij verstek veroordeeld tot amputatie. Ook in 2025 werden familieleden bij controleposten over eiser ondervraagd. Hij vreest dat IS deze straf bij terugkeer zal uitvoeren. In beroep voerde eiser aan dat de minister procedureel onzorgvuldig had gehandeld door vermeende tegenstrijdigheden niet voor te houden in het nader gehoor, zoals vereist op grond van artikel 3.113 van het Vreemdelingenbesluit. Daarnaast stelde hij dat vertaal- en verslagkwesties de minister tot terughoudendheid hadden moeten nopen bij detailtegenwerpingen over de volgorde van gebeurtenissen, het aantal zoekacties door Al Hesbe en de wijze waarop hij kennis had genomen van zijn veroordeling. Ook zou de minister correcties, aanvullingen en de zienswijze onvoldoende inhoudelijk hebben betrokken. De Rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat de asielaanvraag terecht als ongegrond is afgewezen. Ten aanzien van artikel 3 EVRM oordeelt de rechtbank dat terugkeer naar Syrië niet in strijd is met dit verbod op onmenselijke behandeling, mede op basis van een beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De rechtbank weegt daarbij mee dat eiser een volwassen, arbeidsgeschikte man is die de lokale taal spreekt en in Aleppo heeft gestudeerd. Nu eiser de motivering van het bestreden besluit niet concreet heeft betwist, slaagt het beroep op geen enkel onderdeel. Eiser heeft geen recht op vergoeding van proceskosten.