JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2902Middel38/100

Vorderingen kloosterslachtoffers dwangarbeid verjaard verklaard

ECLI:NL:GHAMS:2026:2902, Gerechtshof Amsterdam, 13-10-2026, 200.332.514/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 13 oktober 2026Publicatie: 12 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.332.514/01

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verjaring. Vordering tot schadevergoeding voor arbeid die in de periode van 1951 tot en met 1979 in kloosters is verricht. Geen verborgen schade of verborgen onrechtmatige daad. Geen uitzonderlijke situatie waarin de verjaring kan worden doorbroken.

Kern van de zaak

Vrouwen die in hun jeugd (1951-1979) in kloosters van De Goede Herder verbleven en daar dwangarbeid moesten verrichten, eisen schadevergoeding van Klooster Euphrasia. Onderzoek bevestigde dat de arbeid voldoet aan de internationaal aanvaarde definitie van dwangarbeid.

Beslissing van de rechter

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van appellantes in de proceskosten van het hoger beroep. De doorslaggevende reden lijkt de verjaring van de rechtsvorderingen te zijn, hoewel de tekst onvolledig is en de volledige motivering ontbreekt.

38van 100

Impactscore

Middel

De zaak heeft maatschappelijke relevantie vanwege het thema historisch institutioneel onrecht en dwangarbeid in religieuze context, maar de juridische impact is beperkt omdat de uitkomst sterk feitelijk bepaald lijkt en de uitspraak gebaselijk is op bestaande verjaringsrechtspraak. De onvolledige tekst maakt een volledige beoordeling onzeker.

Belangrijkste punten

  • 1Appellantes verbleven tussen 1951 en 1979 in kloosters van De Goede Herder en verrichten aldaar arbeid
  • 2Wetenschappelijk onderzoek concludeerde dat de verrichte arbeid valt onder de internationaal aanvaarde definitie van dwangarbeid, ook naar destijds geldende normen
  • 3Klooster Euphrasia betwist dat De Goede Herder in strijd handelde met destijds breed gedeelde maatschappelijke normen
  • 4De centrale juridische vraag betreft de verjaring van de vorderingen en de mogelijkheid tot doorbreking daarvan
  • 5Klooster Euphrasia had eerder spijt betuigd en een verzoeningstraject gevolgd met voormalige bewoonsters

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak illustreert de hoge drempel voor doorbreking van verjaring bij historisch onrecht uit de mid-twintigste eeuw, zelfs wanneer wetenschappelijk onderzoek dwangarbeid bevestigt. De tekst is echter onvolledig, waardoor de precieze juridische redenering over verjaring niet volledig kan worden beoordeeld.

Praktische impact

Appellantes ontvangen geen schadevergoeding en worden veroordeeld in de proceskosten, ondanks erkenning van het leed dat zij hebben ondervonden tijdens hun verblijf in de kloosters.

Onderwerp-impact

Deze zaak raakt aan de bredere problematiek van institutioneel historisch onrecht en de mogelijkheden voor slachtoffers van kerkelijke instellingen om langs juridische weg genoegdoening te verkrijgen voor decennia oud leed.

Samenvatting

Deze zaak betreft vrouwen die tijdens hun jeugd, in de periode van 1951 tot 1979, verbleven in kloosters van De Goede Herder en daar arbeid moesten verrichten onder omstandigheden die zij als dwangarbeid kwalificeren. Wetenschappelijk onderzoek door twee hoogleraren bevestigde dat de verrichte arbeid voldoet aan de internationaal aanvaarde definitie van dwangarbeid, ook wanneer getoetst aan normen die destijds golden. Klooster Euphrasia, de rechtsopvolger van De Goede Herder, betwist echter dat er sprake was van handelen in strijd met destijds breed in de samenleving gedeelde normen. Appellantes vorderden schadevergoeding wegens de dwangarbeid en de omstandigheden waaronder zij die moesten verrichten. Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellantes in de proceskosten van het hoger beroep. De centrale juridische vraag die het hof moest beantwoorden, betrof de verjaring van de rechtsvorderingen en de vraag of die verjaring kon worden doorbroken. Uit de beschikbare tekst blijkt dat het hof oordeelt dat de vorderingen zijn verjaard en dat doorbreking van de verjaring niet slaagt, hoewel de volledige motivering wegens de onvolledigheid van de aangeleverde tekst niet kan worden beoordeeld. Het hof erkent uitdrukkelijk het leed van appellantes en benoemt dat de uitkomst van de procedure niets afdoet aan dat leed. Erkenning is ook te vinden in eerder uitgebrachte rapporten en in het verzoeningstraject dat Klooster Euphrasia met een groot aantal voormalige bewoonsters heeft gevolgd. De uitspraak onderstreept de spanning tussen de juridische verjaringsregels en de gerechtvaardigde behoefte van slachtoffers van historisch institutioneel onrecht aan genoegdoening langs de rechterlijke weg.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 13 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2996

Dexia aansprakelijk voor onrechtmatige effectenlease via onvergunde adviseur

28/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2969

Pelagische vissers verliezen claim over Brexit-compensatie Staat

38/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2986

KNAB aansprakelijk voor openen rekening onder curatele gestelde

58/100Bekijk
Gerechtshof Amsterdam·6 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2856

Hof wijst retourwaarde plantenbakken en verlichting toe

22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied