JurispRadar
ECLI:NL:GHAMS:2026:2856Laag22/100

Hof wijst retourwaarde plantenbakken en verlichting toe

ECLI:NL:GHAMS:2026:2856, Gerechtshof Amsterdam, 06-10-2026, 200.340.570/01

Gerechtshof AmsterdamUitspraak: 6 oktober 2026Publicatie: 6 oktober 2026
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.340.570/01
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
Vastgoed
Incidenteel Hoger Beroep
Roerende Zaken
Retourplicht
Waardevergoeding
Huur

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

In deze zaak ligt de vraag voor of appellant als bestuurder van een andere vennootschap aansprakelijk is voor de schade die is ontstaan doordat de andere vennootschap betalingsverplichtingen uit een met geïntimeerde gesloten leaseovereenkomst niet meer kon nagekomen en failliet is verklaard. Het hof is van oordeel dat dat niet het geval is. Wel is appellant als middellijk bestuurder aansprakelijk voor het feit dat een aantal geleaste zaken niet is teruggegeven.

Kern van de zaak

Appellanten en Grace Bio Omics zijn verwikkeld in een geschil over de teruggave van gehuurde of ter beschikking gestelde roerende zaken (plantenbakken en verlichtingselementen). Appellanten vorderen in incidenteel hoger beroep vergoeding van de waarde van die zaken (€ 14.230,68) omdat Grace Bio Omics deze niet meer kan retourneren, alsmede een maandelijkse gebruiksvergoeding. Grace Bio Omics betwist de vorderingen en bestrijdt het principaal hoger beroep.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de principale vorderingen van Grace Bio Omics (betaling van bepaalde bedragen en buitengerechtelijke kosten) af en vernietigt het vonnis op die punten. In incidenteel hoger beroep wordt Grace Bio Omics veroordeeld tot betaling van € 14.230,68 aan appellanten, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige voldoening; de overige vorderingen in incidenteel hoger beroep worden kennelijk niet volledig toegewezen. De doorslaggevende reden is dat Grace Bio Omics de zaken niet meer kan retourneren, zodat vergoeding van de waarde in de plaats treedt.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijk specifiek geschil over de waarde van enkele roerende zaken; de rechtsvragen zijn niet nieuw en de financiële belangen zijn beperkt. De uitspraak heeft geen bredere precedentwerking.

Belangrijkste punten

  • 1Principaal hoger beroep van Grace Bio Omics slaagt niet: vorderingen tot betaling van huurachterstanden en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.
  • 2Incidenteel hoger beroep van appellanten slaagt gedeeltelijk: Grace Bio Omics wordt veroordeeld tot betaling van de waarde van de niet-retourneerbare zaken (€ 14.230,68).
  • 3Grace Systems is geen partij in deze procedure; verwijzingen daarnaar in het petitum betreffen een aparte zaak (200.340.567/01).
  • 4De incidentele vorderingen zijn tijdig ingesteld via de memorie van antwoord en zijn dus ontvankelijk.
  • 5Wettelijke rente is verschuldigd indien niet binnen veertien dagen na het arrest wordt betaald.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat bij blijvende onmogelijkheid tot retournering van roerende zaken de schuldenaar de reële waarde als vervangende schadevergoeding verschuldigd is. Voorts verduidelijkt het hof dat incidentele vorderingen opgenomen in de memorie van antwoord niet tardief zijn.

Praktische impact

Grace Bio Omics dient binnen veertien dagen € 14.230,68 te voldoen, bij gebreke waarvan wettelijke rente gaat lopen. De afwijzing van de principale vorderingen betekent dat Grace Bio Omics geen aanspraak kan maken op de door haar gestelde huurachterstanden en bijkomende kosten.

Onderwerp-impact

Voor huur- en bruikleenrelaties met betrekking tot inrichtingselementen (meubilair, verlichting, plantenbakken) in een bedrijfscontext onderstreept deze uitspraak het belang van duidelijke retourverplichtingen en de consequenties bij niet-nakoming daarvan.

Samenvatting

In deze hoger beroepszaak bij het Gerechtshof Amsterdam staan twee partijen tegenover elkaar over de teruggave en waarde van gehuurde of ter beschikking gestelde roerende zaken: zes Palmberg plantenbakken en 39 verlichtingselementen. Appellanten stellen dat Grace Bio Omics deze zaken niet heeft geretourneerd en vorderen in incidenteel hoger beroep primair retournering (op straffe van dwangsommen) en subsidiair betaling van de waarde van € 14.230,68, alsmede een maandelijkse gebruiksvergoeding van € 8.276,32. Grace Bio Omics voerde in principaal hoger beroep eigen vorderingen in, waaronder betaling van facturen en buitengerechtelijke incassokosten. Het hof stelt vast dat Grace Systems, die in het petitum van appellanten wordt vermeld, geen partij is in deze procedure en dat de verwijzingen daarnaar betrekking hebben op een afzonderlijke zaak. De incidentele vorderingen zijn tijdig ingesteld via de memorie van antwoord en zijn derhalve ontvankelijk, anders dan Grace Bio Omics betoogde. In de kern beslist het hof dat de principale vorderingen van Grace Bio Omics — betaling van bepaalde geldbedragen en buitengerechtelijke kosten — worden afgewezen en dat het bestreden vonnis op die punten wordt vernietigd. Het hof bekrachtigt het vonnis voor het overige. In incidenteel hoger beroep wordt Grace Bio Omics veroordeeld tot betaling van € 14.230,68 aan appellanten binnen veertien dagen na het arrest, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige voldoening. De logica is dat nu de roerende zaken niet meer kunnen worden geretourneerd, vergoeding van de waarde in de plaats treedt van de retouroplevering. De maandelijkse gebruiksvergoeding en overige incidentele vorderingen worden kennelijk niet volledig gehonoreerd op grond van de beschikbare tekst. Het financiële belang is beperkt en de juridische vragen zijn niet baanbrekend.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 13 oktober 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Aansprakelijkheidsrecht

Gerechtshof Amsterdam·13 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:GHAMS:2026:2902

Vorderingen kloosterslachtoffers dwangarbeid verjaard verklaard

38/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2996

Dexia aansprakelijk voor onrechtmatige effectenlease via onvergunde adviseur

28/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht
Schadevergoeding
Overheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2969

Pelagische vissers verliezen claim over Brexit-compensatie Staat

38/100Bekijk
Gerechtshof Den Haag·6 okt 2026
Aansprakelijkheidsrecht
Civiel recht
Schadevergoeding
Aansprakelijkheid
ECLI:NL:GHDHA:2026:2986

KNAB aansprakelijk voor openen rekening onder curatele gestelde

58/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied