Huurder verliest hoger beroep om vloer en geluidsoverlast
ECLI:NL:GHAMS:2026:1980, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.363.808/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Kort geding. Huur woonruimte. Geluidsoverlast. Na eerder kort geding waarin de ontruimingsvordering was afgewezen, wordt in dit tweede kort geding de ontruimingsvordering alsnog toegewezen vanwege aanhoudende, door huurder veroorzaakte geluidsoverlast. Beroep van huurder op artikel 3 IVRK slaagt niet, omdat voor de minderjarige zoon van huurder geen noodtoestand ontstaat door de ontruiming. De zoon woont immers bij zijn moeder en het is niet aannemelijk dat de ontruiming tot gevolg heeft dat de huurder zijn zoon niet meer kan zien. De belangen van de verhuurder bij ontruiming wegen hier zwaarder.
Kern van de zaak
Een huurder (appellant) heeft in strijd met de huurovereenkomst vloerbedekking direct op de dekvloer gelijmd, wat geluidsoverlast veroorzaakte. Verhuurder Stadshart c.s. vorderde herstel. De kantonrechter wees de vordering toe, waarna de huurder in hoger beroep ging.
Beslissing van de rechter
Het Gerechtshof Amsterdam verwerpt het hoger beroep van de huurder en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter. Doorslaggevend is dat de huurder aantoonbaar in strijd met artikel 3.9 van de algemene bepalingen heeft gehandeld, meerdere malen tevergeefs is aangemaand, en geen serieus initiatief heeft getoond om de overtreding ongedaan te maken.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijke huurzaak zonder nieuwe rechtsvragen; de beslissing is sterk casuïstisch en bevestigt bestaande rechtspraktijk omtrent nakoming van huurverplichtingen. Beperkte precedentwerking.
Belangrijkste punten
- 1Huurder heeft in strijd met artikel 3.9 van de algemene huurbepalingen vloerbedekking direct op de dekvloer gelijmd zonder deugdelijke ondervloer.
- 2Herstelplicht rust op de huurder die de overtreding heeft begaan, ondanks financiële beperkingen (uitkering).
- 3Bereidheid van verhuurder tot een financiële bijdrage tijdens kort geding april 2025 doet niet af aan de verplichting van de huurder.
- 4Alle drie grieven van de huurder (belangenafweging, vloer, geluidsoverlast) worden verworpen.
- 5Kostenveroordeling in hoger beroep ten laste van de huurder, uitvoerbaar bij voorraad.
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat een huurder die in strijd handelt met algemene bepalingen bij de huurovereenkomst de herstelplicht draagt, ongeacht financiële omstandigheden. Financieel onvermogen vormt geen bevrijdende omstandigheid voor tekortkoming in nakoming.
Praktische impact
De huurder dient de vloer te herstellen conform de huurovereenkomst en wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Verhuurder Stadshart c.s. verkrijgt een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis.
Onderwerp-impact
Voor huurders van woonruimte benadrukt deze uitspraak het belang van naleving van technische bepalingen in algemene huurvoorwaarden; eigenmachtig aanbrengen van vloerbedekking zonder juiste ondervloer kan tot ontbinding of schadeverplichting leiden.
Samenvatting
In deze huurrechtelijke zaak bij het Gerechtshof Amsterdam stond de vraag centraal of huurder appellant toerekenbaar was tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, met name wat betreft de vloer en veroorzaakte geluidsoverlast. Verhuurder Stadshart c.s. had in eerste aanleg met succes gevorderd dat de huurder de overtreding ongedaan zou maken. De huurder had in strijd met artikel 3.9 van de algemene bepalingen bij de huurovereenkomst vloerbedekking direct op de dekvloer gelijmd, zonder dat een deugdelijke ondervloer of geluidsdemping was aangebracht. Dit leidde tot geluidsoverlast. In hoger beroep voerde de huurder drie grieven aan: ten eerste dat de kantonrechter de belangenafweging ten onrechte in zijn nadeel had laten uitvallen, ten tweede dat geen sprake was van toerekenbare tekortkoming ten aanzien van de vloer, en ten derde dat de geluidsoverlast hem niet kon worden toegerekend. De huurder wees ook op zijn financiële situatie (hij ontvangt een uitkering) en stelde dat Stadshart c.s. destijds een betere ondervloer had moeten aanleggen. Het hof verwerpt alle grieven. Ten aanzien van de vloer oordeelt het hof dat tussen partijen niet in geschil is dat de huurder in strijd met de huurovereenkomst heeft gehandeld. De herstelplicht rust daarmee op de huurder. Het feit dat Stadshart c.s. tijdens het kort geding in april 2025 bereid was financieel bij te dragen aan herstel, ontslaat de huurder niet van zijn eigen verplichting. Van enig serieus initiatief tot herstel is niet gebleken. Financieel onvermogen wordt niet als rechtvaardigingsgrond aanvaard. Het hoger beroep wordt verworpen, de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, uitvoerbaar bij voorraad.