Hof Amsterdam herbeoordeelt overwaardeclaim na Hoge Raad cassatie
ECLI:NL:GHAMS:2026:1499, Gerechtshof Amsterdam, 02-06-2026, 200.352.409/01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Arrest na verwijzing. Geschil tussen partner van erflaatster en erfgenamen over afwikkeling vermogensrechtelijke gevolgen van samenwoning. Is sprake van een stilzwijgende afspraak dat partner en erflaatster ieder voor de helft gerechtigd waren tot de overwaarde van de woning op naam van erflaatster.
Kern van de zaak
Een man vordert de helft van de overwaarde van een woning (€150.000) van de erfgenamen van zijn overleden levenspartner. Hij beroept zich op een stilzwijgende samenlevingsovereenkomst en subsidiair op ongerechtvaardigde verrijking. De zaak werd na een eerdere afwijzing door het hof Den Haag doorverwezen door de Hoge Raad.
Beslissing van de rechter
Het gerechtshof Amsterdam beoordeelt de zaak opnieuw na cassatie door de Hoge Raad. De Hoge Raad had geoordeeld dat het hof Den Haag het bewijsaanbod van eiser onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd had gepasseerd, zowel ten aanzien van de onderbouwing van feiten als ten aanzien van de relevantie van het bewijsaanbod.
Impactscore
LaagHet betreft een verwijzingsuitspraak in een feitelijk afgebakende vermogensrechtelijke geschil tussen private partijen; de juridische vraag is niet principieel nieuw maar de motiveringseis voor het passeren van bewijsaanbiedingen wordt herbevestigd.
Belangrijkste punten
- 1Eiser vordert primair de helft van de overwaarde (€150.000) op grond van een stilzwijgende samenlevingsovereenkomst en de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid
- 2Subsidiaire grondslag is ongerechtvaardigde verrijking wegens bijdragen aan de woning (bouwtermijn + notariskosten: ca. €15.841)
- 3Rechtbank Den Haag wees in eerste aanleg slechts €15.841 toe op grond van ongerechtvaardigde verrijking; hof Den Haag wees dit in hoger beroep alsnog af
- 4De Hoge Raad oordeelde dat het hof Den Haag het bewijsaanbod van eiser onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd had gepasseerd
- 5Het gerechtshof Amsterdam moet nu opnieuw beoordelen of bewijs geleverd kan worden van de gestelde stilzwijgende afspraak over de overwaarde
Impactanalyse
Juridische impact
De uitspraak bevestigt dat rechters een specifiek en voldoende onderbouwd bewijsaanbod niet mogen passeren zonder deugdelijke motivering, ook niet in gevallen van beweerde stilzwijgende vermogensrechtelijke afspraken tussen ongehuwd samenwonenden. De verwijzingsprocedure verduidelijkt de grenzen van de rechterlijke bewijsoordelen.
Praktische impact
Voor de erfgenamen van erflaatster betekent dit dat de vordering van eiser alsnog inhoudelijk moet worden beoordeeld na bewijslevering, waardoor het depotbedrag van €165.000 bij de notaris mogelijk (deels) aan eiser toekomt. De zaak is nog niet definitief beslist.
Onderwerp-impact
De zaak heeft betekenis voor ongehuwd samenwonenden die vermogensrechtelijke aanspraken willen geldend maken na het overlijden van een partner, met name wanneer geen schriftelijke overeenkomst bestaat en men terugvalt op stilzwijgende afspraken en ongerechtvaardigde verrijking.
Samenvatting
Deze zaak betreft een al langlopend vermogensrechtelijk geschil tussen een man en de erfgenamen van zijn overleden ongehuwde levenspartner over de overwaarde van een woning. De man stelt dat hij en zijn partner stilzwijgend hebben afgesproken dat zij ieder voor de helft gerechtigd zouden zijn tot de overwaarde van de gezamenlijk bewoonde woning, waarvan zij overigens niet beiden eigenaar waren. Subsidiair beroept hij zich op ongerechtvaardigde verrijking vanwege concrete financiële bijdragen aan de aankoop en bouw van de woning. De rechtbank Den Haag wees in eerste aanleg een bedrag van ruim €15.841 toe op grond van ongerechtvaardigde verrijking, maar wees de primaire vordering van €150.000 af. Het hof Den Haag vernietigde dat vonnis in hoger beroep en wees ook de subsidiaire vordering alsnog af. Het hof passeerde daarbij het bewijsaanbod van eiser met betrekking tot de gestelde stilzwijgende afspraak. De Hoge Raad heeft dit arrest gecasseerd op twee gronden: ten eerste was het oordeel van het hof Den Haag dat bepaalde feiten en omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd om het bewijsaanbod te honoreren, onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd. Ten tweede was het oordeel dat het bewijsaanbod niet ter zake dienend zou zijn, eveneens onbegrijpelijk. Het gerechtshof Amsterdam moet nu als verwijzingsrechter opnieuw beoordelen of eiser bewijs mag leveren van de gestelde stilzwijgende afspraak. Een bedrag van €165.000 staat nog in depot bij een notaris. De uitkomst hangt af van de bewijslevering die het hof Amsterdam zal toelaten en beoordelen. De zaak illustreert de kwetsbaarheid van ongehuwd samenwonenden die geen schriftelijke afspraken hebben gemaakt over vermogensrechtelijke gevolgen van de samenwoning.