JurispRadar
ECLI:NL:RBAMS:2025:10872Middel38/100

Zaak tegen Google aangehouden wegens prejudiciële vragen AVG/WAMCA

ECLI:NL:RBAMS:2025:10872, Rechtbank Amsterdam, 10-12-2025, C/13/739486 / HA ZA 24-1

Rechtbank AmsterdamUitspraak: 10 december 2025Publicatie: 15 januari 2026
Zaaknummer:C/13/739486 / HA ZA 24-1

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

WAMCA SBP en SMC tegen Google. Rolbeslissing op verzoeken de procedure voort te zetten en niet de beantwoording van de prejudiciële vragen (gesteld in de Amazon zaak aanhangig bij rechtbank Rotterdam) af te wachten. Verzoeken afgewezen.

Kern van de zaak

SBP en SMC hebben collectieve vorderingen ingesteld tegen Google c.s. op grond van de AVG en mogelijk ook niet-AVG-grondslagen. Google c.s. betwist de ontvankelijkheid, onder meer vanwege vragen over de verhouding tussen de AVG en de WAMCA en het actiefvereiste van artikel 80 AVG.

Beslissing van de rechter

De rechtbank wijst de verzoeken van SBP en SMC af en houdt iedere verdere beslissing aan totdat de prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam zijn beantwoord. De procedure wordt volledig aangehouden omdat de vorderingen niet kunnen worden gesplitst in AVG- en niet-AVG-vorderingen.

38van 100

Impactscore

Middel

De uitspraak is procedureel van aard en bevat geen inhoudelijke beslissing, maar is relevant omdat zij afwijkt van het TikTok-arrest en de voortgang van een grote collectieve AVG-procedure tegen Google blokkeert. De werkelijke impact hangt af van de antwoorden op de prejudiciële vragen.

Belangrijkste punten

  • 1De rechtbank houdt de zaak volledig aan in afwachting van antwoorden op prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam over de verhouding AVG-WAMCA en het actiefvereiste van artikel 80 AVG.
  • 2Anders dan het gerechtshof Amsterdam in het TikTok-arrest oordeelt de rechtbank dat de vorderingen niet kunnen worden gesplitst in AVG- en niet-AVG-vorderingen.
  • 3Het Meta I-arrest biedt geen aanleiding anders te beslissen, nu daarin de WAMCA-regelgeving niet van toepassing was.
  • 4De verzoeken van SBP en SMC worden afgewezen; de zaak blijft staan op de rol van 7 oktober 2026.
  • 5De ontvankelijkheidsbeoordeling hangt mede af van de uitleg van het opdrachtbegrip en het actiefvereiste in artikel 80 AVG.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak laat zien dat de ontvankelijkheid van collectieve AVG-vorderingen onder de WAMCA fundamenteel onduidelijk is zolang de prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam niet zijn beantwoord. De keuze om de zaak geheel aan te houden – in afwijking van het TikTok-arrest – creëert een rechtspraakdivergentie op een voor massavorderingen cruciaal procedureel punt.

Praktische impact

Voor SBP en SMC betekent dit dat hun collectieve procedure tegen Google volledig stil ligt tot ten minste oktober 2026. Andere organisaties die collectieve AVG-vorderingen overwegen worden geconfronteerd met dezelfde ontvankelijkheidsonzekerheid.

Onderwerp-impact

Voor privacyrechtelijke collectieve acties via de WAMCA creëert deze uitspraak verdere vertraging en rechtsonzekerheid; de uitkomst van de prejudiciële procedure zal bepalend zijn voor de verdere aanpak van massaschade-AVG-zaken in Nederland.

Samenvatting

SBP en SMC hebben gezamenlijk collectieve vorderingen ingesteld tegen Google c.s., gebaseerd op vermeende schendingen van de AVG en mogelijk ook andere grondslagen. Google c.s. betwist de ontvankelijkheid van deze vorderingen, waarbij met name de verhouding tussen de AVG en de WAMCA (Wet Afwikkeling Massaschade in Collectieve Actie) en de uitleg van het actiefvereiste en het opdrachtbegrip uit artikel 80 AVG centraal staan. De rechtbank Amsterdam heeft vastgesteld dat de prejudiciële vragen die de rechtbank Rotterdam heeft gesteld – over precies deze onderwerpen – ook rechtstreeks relevant zijn voor de onderhavige zaak. Daarom houdt de rechtbank de procedure volledig aan in afwachting van de antwoorden op die vragen. Belangrijk is dat de rechtbank daarbij uitdrukkelijk afwijkt van de benadering die het gerechtshof Amsterdam koos in het TikTok-arrest. Waar dat hof oordeelde dat een splitsing in AVG- en niet-AVG-vorderingen mogelijk was om de zaak gedeeltelijk voort te zetten, is de rechtbank Amsterdam van oordeel dat een dergelijke knip in de onderhavige vorderingen van SBP en SMC niet gemaakt kan worden. De vorderingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zodat een gedeeltelijke aanhouding niet volstaat. Ook het Meta I-arrest biedt geen aanleiding voor een andere koers, nu in die zaak de WAMCA-regelgeving niet van toepassing was. De verzoeken van SBP en SMC worden dan ook afgewezen en iedere verdere beslissing wordt aangehouden. De zaak blijft op de rol staan tot 7 oktober 2026. De uitkomst van de prejudiciële procedure is daarmee bepalend voor de ontvankelijkheid van een groeiende categorie van collectieve privacyrechtelijke massavorderingen in Nederland.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
38van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Privacyrecht / AVG

ECLI:NL:RVS:2026:5362Laag
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG

ECLI:NL:RVS:2026:5362, Raad van State, 09-09-2026, 202502830/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidDatabescherming
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5343Laag
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG

ECLI:NL:RVS:2026:5343, Raad van State, 09-09-2026, 202404419/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5335Middel
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG

ECLI:NL:RVS:2026:5335, Raad van State, 09-09-2026, 202201636/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:5327Laag
Bestuursrecht
Privacyrecht / AVG

ECLI:NL:RVS:2026:5327, Raad van State, 09-09-2026, 202201628/1/A3

Raad van State9 sep 2026OverheidHandhaving
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied