RvS: naam ambtenaar terecht geweigerd in Woo-verzoek Roompot
ECLI:NL:RVS:2026:5343, Raad van State, 09-09-2026, 202404419/1/A3
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Bij besluit van 24 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie afgewezen. [appellant] heeft op 14 april 2023 een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) bij het college ingediend naar aanleiding van een eerdere procedure op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van het bestuur van Follow the Money (FTM). FTM had in die procedure verzocht om openbaarmaking van documenten over vakantieaanbieder Roompot. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van document ‘2012-05-15 Reactie op brief Justion MAILbericht_Geredigeerd.pdf’. Ook heeft hij verzocht om alle andere niet of gedeeltelijk openbaar gemaakte documenten naar aanleiding van het Wob-verzoek van FTM nogmaals kritisch te beoordelen en te bepalen of het onleesbaar maken van namen en delen tekst in deze documenten voldoet aan de jurisprudentie en geldende regelgeving. Het college heeft het verzoek afgewezen en het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Kern van de zaak
Appellant vroeg op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van de naam van een ambtenaar die in 2012 per mail mededeelde een brief van advocatenkantoor Justion over het Roompotstrand niet aan een dossier toe te voegen. Het college weigerde de naam te openbaren en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Beslissing van de rechter
De uitspraak is onvolledig aangeleverd, waardoor de eindbeslissing van de Raad van State niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Op basis van de weergegeven overwegingen lijkt de Raad van State het oordeel van de rechtbank te beoordelen dat het college de naam van de ambtenaar op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, Woo (privacy) terecht heeft geweigerd, waarbij het privacybelang zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.
Impactscore
LaagHet betreft een casuïstische toepassing van een bekende Woo-uitzonderingsgrond op gemeentelijk niveau; de uitspraak stelt geen nieuwe rechtsregels en de tekst is onvolledig, wat de inschatting van de impact verder beperkt.
Belangrijkste punten
- 1Het verzoek betreft openbaarmaking van de naam van een ambtenaar in een interne mail uit 2012 over het Roompotstrand (Roompot).
- 2Het college weigerde op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, Woo (eerbiediging persoonlijke levenssfeer).
- 3De rechtbank oordeelde dat het college het privacybelang zwaarder mocht laten wegen, ook ondanks het verstrijken van de tijd.
- 4Appellant beperkte in beroep de omvang van zijn verzoek tot uitsluitend de naam van de betrokken ambtenaar.
- 5De uitspraaktekst is onvolledig; de motivering van de Raad van State en de eindbeslissing ontbreken.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak bevestigt de toepassing van de privacyuitzonderingsgrond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, Woo bij namen van individuele ambtenaren in interne communicatie, waarbij tijdsverloop op zichzelf niet doorslaggevend is. De volledige rechtsontwikkeling kan niet worden vastgesteld nu de uitspraak onvolledig is.
Praktische impact
Voor burgers die via Woo-verzoeken namen van ambtenaren proberen te achterhalen in historische dossiers, onderstreept deze zaak dat het privacybelang ook bij oudere documenten een stevige drempel vormt voor volledige openbaarmaking.
Onderwerp-impact
In de context van overheidsopenbaarheid en de uitvoeringspraktijk van de Woo benadrukt deze zaak dat gemeenten bij historische documenten zorgvuldig per gegeven moeten afwegen of openbaarmaking van persoonsgegevens proportioneel is.
Samenvatting
Deze zaak draait om een Woo-verzoek van appellant gericht aan het college van de gemeente Noord-Beveland. Aanleiding was een eerdere Wob-procedure van Follow the Money over vakantieaanbieder Roompot. Appellant verzocht om openbaarmaking van een interne e-mail van 15 mei 2012, waarin een ambtenaar reageert op een adviesbrief van advocatenkantoor Justion over het Roompotstrand. De kern van het geschil betreft de naam van die ambtenaar: de betrokkene deelde in de mail mee de advocatenbrief niet aan het dossier toe te voegen, een handelwijze die appellant kennelijk relevant acht voor de beoordeling van het gemeentelijk handelen rond Roompot. Het college weigerde de naam openbaar te maken op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo, dat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer beschermt. Na een ongegrond bezwaar stelde appellant beroep in bij de rechtbank, waar hij zijn verzoek beperkte tot uitsluitend deze naam. De rechtbank oordeelde dat het college het privacybelang zwaarder mocht laten wegen dan het belang van openbaarmaking, ook nu de feiten dateren uit 2012 en er dus geruime tijd is verstreken. Tijdsverloop alleen maakt openbaarmaking van persoonsgegevens van ambtenaren dus niet automatisch gerechtvaardigd. Appellant is het hier niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De aangeleverde uitspraaktekst is echter onvolledig: de hogerberoepsgronden van appellant en de verdere overwegingen en eindbeslissing van de Raad van State ontbreken. Op basis van de beschikbare tekst kan de definitieve uitkomst niet met zekerheid worden vastgesteld. De zaak illustreert de spanning tussen overheidstransparantie en de bescherming van persoonsgegevens van individuele ambtenaren onder de Woo, een thema dat in de uitvoeringspraktijk regelmatig speelt.