Hoge Raad: vergelijkende reclame Kingspan niet ongeoorloofd
ECLI:NL:HR:2026:919, Hoge Raad, 12-06-2026, 24/04627
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Onrechtmatige daad. Oneerlijke handelspraktijken, misleidende en vergelijkende reclame, art. 6:194a BW, ongeoorloofdheid, uitleg uitspraak, motivering.
Kern van de zaak
Rockwool vorderde dat uitingen van [betrokkene] namens Kingspan over brandveiligheid van isolatiematerialen ongeoorloofde vergelijkende reclame opleverden. De kern van het geschil betrof de vraag of het pleidooi voor beoordeling van brandveiligheid op systeemniveau in plaats van op materiaalniveau misleidend was ten opzichte van Rockwools producten.
Beslissing van de rechter
De Hoge Raad behandelt het cassatiemiddel gericht tegen het oordeel van het hof dat weliswaar sprake is van vergelijkende reclame, maar niet van ongeoorloofde vergelijkende reclame. Het hof oordeelde dat de vergelijking objectief was omdat beide tests volgens een geaccepteerde testmethode (BS8414) door een onafhankelijk instituut correct zijn uitgevoerd, en dat het niet vermelden van testopstellingsverschillen de vergelijking niet misleidend maakt.
Impactscore
MiddelHoewel het een Hoge Raad-zaak betreft, is de uitspraaktekst onvolledig en betreft het een relatief casuïstisch oordeel over vergelijkende reclame in een specifieke branche; er worden geen fundamenteel nieuwe rechtsregels gesteld op basis van het beschikbare fragment.
Belangrijkste punten
- 1Het pleidooi voor systeemtesten in plaats van materiaaltesten kwalificeert als vergelijkende reclame omdat het de afzet van Kingspan-producten bevordert
- 2Vergelijkende reclame is niet automatisch ongeoorloofd: de vergelijking moet objectief en niet-misleidend zijn
- 3Gebruik van geaccepteerde testmethode (BS8414) door een onafhankelijk instituut weegt zwaar bij beoordeling objectiviteit
- 4Het niet vermelden van verschillen in testopstellingen maakt een vergelijking niet per definitie misleidend
- 5De tekst is onvolledig: de uiteindelijke beslissing van de Hoge Raad zelf is niet volledig weergegeven
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak verduidelijkt de grens tussen geoorloofde en ongeoorloofde vergelijkende reclame bij technische productpresentaties, met name de rol van gestandaardiseerde testmethoden bij de beoordeling van objectiviteit. Omdat de uitspraaktekst onvolledig is, kan de definitieve cassatiebeslissing niet worden vastgesteld.
Praktische impact
Bedrijven die via presentaties of lobbywerk pleiten voor bepaalde testmethoden of normen kunnen dit als vergelijkende reclame kwalificeren, maar hoeven daarvoor niet aansprakelijk te zijn zolang zij zich baseren op erkende, onafhankelijk uitgevoerde tests.
Onderwerp-impact
Voor de bouwsector en de markt voor isolatiematerialen bevestigt deze zaak dat brandveiligheidsdiscussies op systeemniveau juridisch als reclame-uiting kunnen worden aangemerkt, wat gevolgen heeft voor hoe producenten en hun vertegenwoordigers zich publiekelijk mogen uitlaten over concurrerende producten.
Samenvatting
In deze zaak stond de vraag centraal of uitingen van een vertegenwoordiger van Kingspan over brandveiligheid van isolatiematerialen ongeoorloofde vergelijkende reclame opleverden jegens concurrent Rockwool. De kern van de discussie betrof het pleidooi van [betrokkene] dat brandveiligheid niet op het niveau van afzonderlijke materialen, maar op systeemniveau moet worden beoordeeld. Kingspan produceert kunststof isolatiematerialen die niet als (praktisch) onbrandbaar zijn geclassificeerd, terwijl Rockwool minerale wol aanbiedt die doorgaans wel die classificatie heeft. Het hof oordeelde dat het betoog van [betrokkene] kwalificeert als vergelijkende reclame, omdat het ertoe strekt de afzet van Kingspan-producten te bevorderen door te bepleiten dat ook minder brandveilig geclassificeerde materialen toepasbaar blijven bij hoogbouwgevels mits een systeemtest wordt doorstaan. Het hof achtte deze vergelijkende reclame echter niet ongeoorloofd. Doorslaggevend was dat de gepresenteerde testresultaten zijn uitgevoerd volgens de geaccepteerde Britse testmethode BS8414, door een onafhankelijk instituut en op correcte wijze. Dat de testopstellingen onderling verschilden en dat dit niet werd vermeld in de presentatie, doet volgens het hof niet af aan het objectieve karakter van de vergelijking, noch maakt dit de vergelijking misleidend. Rockwool had in cassatie onderdeel 1 van het middel gericht tegen dit oordeel. De Hoge Raad bespreekt dit middel, maar de beschikbare tekst is onvolledig, waardoor de definitieve uitkomst van de cassatieprocedure niet kan worden vastgesteld. Op basis van het beschikbare fragment lijkt het hof een pragmatische en genuanceerde toets te hanteren bij vergelijkende reclame in technisch-wetenschappelijke context, waarbij gestandaardiseerde testmethoden een belangrijke legitimerende rol spelen.