JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:793Middel35/100

Hoge Raad oordeelt over renteswap-advisering Deutsche Bank

ECLI:NL:HR:2026:793, Hoge Raad, 22-05-2026, 25/01528

Hoge RaadUitspraak: 22 mei 2026Publicatie: 21 mei 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/01528

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verbintenissenrecht; rentederivaat. Beroep op dwaling (art. 6:228 BW) en (bijzondere) bancaire zorgplicht. Omvang en inhoud mededelingsplicht. Informatieverstrekking over rentevisie van bank. Motivering. Passeren bewijsaanbod.

Kern van de zaak

Ondernemers sloten renteswaps af via Deutsche Bank ter afdekking van renterisico op roll-over leningen. Na voortijdige beëindiging in 2008 en ontvangst van positieve marktwaarde, werden nieuwe renteswaps besproken. De ondernemers zijn vermoedelijk naar de rechter gestapt vanwege gebrekkige advisering rondom de renteswaps en de rentevisie die Deutsche Bank verstrekte.

Beslissing van de rechter

Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve beslissing van de Hoge Raad niet volledig te reconstrueren, omdat de uitspraak slechts feitelijke overwegingen bevat zonder de rechtsoverwegingen en het dictum. De uitspraak betreft vermoedelijk de zorgplicht van Deutsche Bank bij de advisering over renteswaps aan niet-professionele ondernemers.

35van 100

Impactscore

Middel

Hoewel het een Hoge Raad-uitspraak betreft, is de beschikbare tekst te fragmentarisch om de volledige juridische reikwijdte te beoordelen; de score wordt conservatief gehouden gelet op het ontbreken van dictum en dragende rechtsoverwegingen.

Belangrijkste punten

  • 1Deutsche Bank verstrekte renteswaps aan ondernemers ter afdekking van renterisico op een twintigjarige en driejarige roll-over lening met hoofdsommen van respectievelijk €7 miljoen en €26,3 miljoen.
  • 2De renteswaps werden voortijdig beëindigd in januari 2008, waarna Deutsche Bank positieve marktwaarden uitbetaalde van in totaal €915.000.
  • 3Na de beëindiging nam Deutsche Bank in juni 2008 opnieuw contact op over het afsluiten van nieuwe renteswaps, terwijl de Euribor stijgende was.
  • 4Deutsche Bank verstrekte een rentevisie van haar Economisch Bureau (juni 2008) die een mogelijk renteverlaging door de ECB niet uitsloot ondanks toenmalige inflatiezorgen.
  • 5De zaak speelt zich af in de context van de bankzorgplicht bij complexe derivatenproducten voor niet-professionele cliënten.

Impactanalyse

Juridische impact

Onvoldoende tekst beschikbaar om de juridische impact volledig te beoordelen; de zaak raakt vermoedelijk aan de civielrechtelijke zorgplicht van banken bij advisering over rentederivaten en mogelijk aan informatieverplichtingen jegens niet-professionele beleggers.

Praktische impact

Voor ondernemers die renteswaps hebben afgesloten bij Deutsche Bank of andere banken kan de uitkomst van belang zijn voor eventuele schadevergoedingsclaims wegens gebrekkige advisering over complexe financiële producten.

Onderwerp-impact

De uitspraak is relevant voor de financiële dienstverlening, in het bijzonder voor de advisering en informatieverstrekking door banken rondom rentederivaten aan mkb-ondernemers.

Samenvatting

Deze zaak bij de Hoge Raad betreft een geschil tussen ondernemers en Deutsche Bank over de advisering rondom renteswaps die werden afgesloten ter afdekking van renterisico's op twee roll-over leningen: een twintigjarige lening met een corresponderende renteswap van €7 miljoen (vaste rente 3,535%) en een driejarige lening met een renteswap van €26,3 miljoen (vaste rente 3,67%). In september 2007 en januari 2008 wees Deutsche Bank de ondernemers op de positieve waarde van de swaps, waarna deze in januari 2008 voortijdig werden beëindigd. Deutsche Bank betaalde als gevolg hiervan in februari 2008 een totale positieve marktwaarde van €915.000 uit aan de ondernemers. Begin juni 2008, nadat de Euribor was gestegen, benaderde Deutsche Bank de ondernemers opnieuw over het afsluiten van nieuwe renteswaps. Bij die gelegenheid werd ook een rentevisie van het Economisch Bureau van Deutsche Bank verstrekt, gedateerd 2 juni 2008, waarin de bank enerzijds aangaf dat een renteverlaging door de ECB 'voorlopig niet aan de orde leek', maar anderzijds een toekomstige renteverlaging ook niet uitsloot op basis van verwachtingen over groei en inflatie. De centrale juridische vraag betreft vermoedelijk of Deutsche Bank haar zorgplicht heeft geschonden bij de advisering over de (nieuwe) renteswaps, mede gelet op de inhoud en toonzetting van de verstrekte rentevisie. Omdat de beschikbare tekst van de uitspraak slechts de feitelijke achtergrond bevat en de rechtsoverwegingen en het dictum ontbreken, kan de definitieve beslissing van de Hoge Raad niet worden vastgesteld. De analyse is daardoor met de nodige onzekerheid omgeven.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
35van 100
MiddelLees toelichting ↓

Meer Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4307Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4307, Raad van State, 22-07-2026, 202504663/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4264Middel
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4264, Raad van State, 22-07-2026, 202506029/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
35/100Bekijk
ECLI:NL:RVS:2026:4273Laag
Bestuursrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:RVS:2026:4273, Raad van State, 22-07-2026, 202504264/1/A2

Raad van State22 jul 2026SchadevergoedingOverheid
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1303Hoog
Aansprakelijkheidsrecht
Omgevingsrecht

ECLI:NL:HR:2026:1303, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/02091

Hoge Raad17 jul 2026SchadevergoedingVastgoed
55/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied