JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:552Richtinggevend72/100

Hoge Raad verduidelijkt begrip gebouwde onroerende zaak huurrecht

ECLI:NL:HR:2026:552, Hoge Raad, 10-04-2026, 25/00557

Hoge RaadUitspraak: 10 april 2026Publicatie: 31 maart 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/00557
Huurrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Vastgoed
Retail
Dienstverlening
Middenstandsbedrijfsruimte
Gebouwde Onroerende Zaak
Huurrecht Kwalificatie
Art 7 290 Bw
Landingsbaan Beschikking

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Huurrecht. Is onbemand tankstation gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:290 BW? Geldt daarvoor dezelfde maatstaf als geldt voor gebouwde onroerende zaak in zin van art. 7:230a BW? Samenhang met ECLI:NL:HR:2026:553.

Kern van de zaak

Een huurder betoogt dat het begrip 'gebouwde onroerende zaak' in art. 7:290 BW (middenstandsbedrijfsruimte) een ruimere uitleg verdient dan hetzelfde begrip in art. 7:230a BW. Het hof had geoordeeld dat de uitleg uit de Landingsbaan-beschikking van de Hoge Raad op beide bepalingen gelijkelijk van toepassing is, waartegen het middel in cassatie is gericht.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad behandelt de klacht dat het hof ten onrechte dezelfde maatstaf heeft gehanteerd voor het begrip 'gebouwde onroerende zaak' in art. 7:230a BW en art. 7:290 BW. Op basis van de beschikbare tekst is de definitieve beslissing niet volledig kenbaar, maar de kern van het geschil betreft of voor art. 7:290 BW een minder strenge maatstaf geldt dan voor art. 7:230a BW.

72van 100

Impactscore

Richtinggevend

De Hoge Raad stelt als hoogste rechtscollege een fundamentele rechtsregel over de uitleg van een kernbegrip in het huurrecht, die bepalend is voor de reikwijdte van middenstandsbedrijfsruimtebescherming in alle vergelijkbare gevallen.

Belangrijkste punten

  • 1Het begrip 'gebouwde onroerende zaak' komt zowel voor in art. 7:230a BW als in art. 7:290 lid 2 BW, maar de onderlinge verhouding is betwist.
  • 2Het hof oordeelde dat de uitleg uit de Landingsbaan-beschikking van de Hoge Raad voor art. 7:230a BW ook geldt voor art. 7:290 BW.
  • 3Het middel betoogt dat voor art. 7:290 BW een minder strenge (ruimere) maatstaf moet gelden, zodat eerder sprake kan zijn van middenstandsbedrijfsruimte.
  • 4Art. 7:290 BW biedt als middenstandsbedrijfsruimte-regime een sterkere huurbescherming dan art. 7:230a BW; de kwalificatie heeft dus directe rechtsgevolgen voor de bescherming van de huurder.
  • 5Partijen kunnen ook contractueel de toepasselijkheid van afdeling 7.4.6 BW overeenkomen, ook zonder wettelijke kwalificatie als 7:290-bedrijfsruimte.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak verduidelijkt (of bevestigt) of het begrip 'gebouwde onroerende zaak' uniform moet worden uitgelegd over de huurrechtelijke regimes van art. 7:230a en art. 7:290 BW, hetgeen bepalend is voor de reikwijdte van de middenstandsbedrijfsruimtebescherming. Dit heeft betekenis voor de rechtspraktijk omtrent de kwalificatie van huurobjecten.

Praktische impact

Verhuurders en huurders van bedrijfsruimten worden direct geraakt: de kwalificatie als 7:290-bedrijfsruimte leidt tot vergaande huurbescherming (vaste huurperiodes, opzeggingsbescherming), terwijl kwalificatie als 7:230a BW veel lichtere bescherming biedt. De uitkomst bepaalt welk regime van toepassing is op grensgevallen.

Onderwerp-impact

Voor de vastgoedsector en huurmarkt schept de uitspraak duidelijkheid over welke objecten als middenstandsbedrijfsruimte kwalificeren, wat van belang is bij de verhuur van niet-traditionele bedrijfspanden of gedeelten daarvan.

Samenvatting

Deze zaak betreft een cassatieprocedure bij de Hoge Raad over de uitleg van het begrip 'gebouwde onroerende zaak' in het huurrecht. Centraal staat de vraag of dit begrip in art. 7:290 lid 2 BW (het regime voor middenstandsbedrijfsruimte) dezelfde betekenis heeft als in art. 7:230a BW, of dat daarvoor een minder strenge maatstaf geldt. Het hof had in hoger beroep geoordeeld dat de uitleg die de Hoge Raad eerder gaf in de zogenoemde Landingsbaan-beschikking voor art. 7:230a BW, onverkort van toepassing is op art. 7:290 BW. De huurder bestrijdt dit oordeel in cassatie met het betoog dat het beschermingsregime van art. 7:290 BW een eigen, ruimere invulling van het begrip 'gebouwde onroerende zaak' vereist, zodat eerder sprake kan zijn van middenstandsbedrijfsruimte en daarmee van de sterkere huurbescherming. Het onderscheid is praktisch van groot belang: art. 7:290 BW biedt huurders vergaande bescherming via vaste huurperiodes van vijf plus vijf jaar en beperkte opzeggingsgronden, terwijl art. 7:230a BW slechts een beperkt ontruimingsbeschermingsregime kent. De Hoge Raad buigt zich over de vraag of de wettelijke systematiek en de beschermingsdoelstelling van art. 7:290 BW nopen tot een eigen uitlegmaatstaf. De beschikbare tekst laat de definitieve beslissing niet volledig zien, maar de juridische vraag is helder: moet het begrip 'gebouwde onroerende zaak' uniform worden uitgelegd over beide huurrechtelijke regimes, of is een gedifferentieerde benadering aangewezen? De uitspraak heeft richtinggevende betekenis voor de vastgoedpraktijk en de kwalificatie van huurobjecten die zich op de grens van de twee regimes bevinden, zoals niet-traditionele bedrijfsruimten of gedeelten van gebouwen.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 17 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
72van 100
RichtinggevendLees toelichting ↓

Meer Huurrecht

ECLI:NL:HR:2026:1240Hoog
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1240, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01531

Hoge Raad10 jul 2026AansprakelijkheidVastgoed
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1838Laag
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1838, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.365.659/01

Gerechtshof Amsterdam7 jul 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1738Laag
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1738, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.352.759

Gerechtshof Amsterdam7 jul 2026OverheidVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:1758Laag
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:1758, Gerechtshof Den Haag, 26-05-2026, 200.346.144/01

Gerechtshof Den Haag26 mei 2026AansprakelijkheidVastgoed
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied