JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:231Richtinggevend72/100

Hoge Raad: periodieke loonbeslaginning stuit verjaring telkens opnieuw

ECLI:NL:HR:2026:231, Hoge Raad, 13-02-2026, 24/04223

Hoge RaadUitspraak: 13 februari 2026Publicatie: 12 februari 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/04223
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Financiele Dienstverlening
Incasso
Hypotheek
Verjaring
Stuiting
Executoriaal Loonbeslag
Restschuld

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag? Daad van rechtsvervolging. Art. 3:307 BW. Art. 3:316 BW. Art. 3:323 lid 3 BW.

Kern van de zaak

ABN AMRO vordert betaling van een restschuld uit een hypothecaire geldleningsovereenkomst van een schuldenaar. De schuldenaar betwist de vordering met het argument dat deze is verjaard. Het hof oordeelde dat de maandelijkse inning via executoriaal loonbeslag de verjaring telkens had gestuit.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verwerpt het middel van de schuldenaar en bevestigt dat de vordering van ABN AMRO niet is verjaard. Doorslaggevend is dat niet alleen het leggen van een executoriaal loonbeslag, maar ook de periodieke inning daarvan telkens een daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 lid 1 BW oplevert en daarmee de verjaring stuit.

72van 100

Impactscore

Richtinggevend

De Hoge Raad stelt een fundamentele en breed toepasbare rechtsregel over de stuitende werking van periodieke executiemaatregelen, die directe gevolgen heeft voor de gehele incasso- en executiepraktijk in Nederland.

Belangrijkste punten

  • 1Periodieke inning uit hoofde van executoriaal loonbeslag is een daad van rechtsvervolging ex art. 3:316 lid 1 BW
  • 2Niet alleen het leggen van het beslag zelf, maar ook de uitvoering ervan stuit telkens de verjaring
  • 3De stuitingshandeling vereist een op geldendmaking van het vorderingsrecht gerichte handeling
  • 4De vordering ter zake van restschuld uit hypothecaire geldlening valt onder het verjaringsregime van art. 3:307 BW
  • 5De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de restschuld niet is verjaard

Impactanalyse

Juridische impact

De Hoge Raad verduidelijkt dat elke periodieke inning in het kader van een executoriaal loonbeslag zelfstandig de verjaring stuit, waarmee de reikwijdte van art. 3:316 lid 1 BW in executiecontexten wordt uitgebreid. Dit is een richtinggevend oordeel voor de verjarings- en executiepraktijk.

Praktische impact

Schuldeisers die een executoriaal loonbeslag hebben gelegd hoeven zich minder zorgen te maken over verjaring van hun vordering zolang de periodieke inning voortduurt; schuldenaren kunnen verjaring niet tegenwerpen gedurende een lopend loonbeslag.

Onderwerp-impact

Voor de financiële dienstverlening, en met name hypotheekverstrekkers en incassopartijen, biedt dit arrest rechtszekerheid: actief executerend optreden via loonbeslag bewaart de vordering duurzaam voor verjaring.

Samenvatting

In deze zaak vorderde ABN AMRO betaling van een restschuld die was ontstaan uit een hypothecaire geldleningsovereenkomst. De schuldenaar stelde dat deze vordering was verjaard. Het hof had geoordeeld dat de verjaring telkens was gestuit door de maandelijkse inning van loon op grond van een executoriaal loonbeslag. De schuldenaar bestreed dit oordeel in cassatie met het betoog dat periodieke inning uit hoofde van beslag niet als stuitingshandeling kan worden aangemerkt. De Hoge Raad verwerpt dit betoog en bevestigt het oordeel van het hof. De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 3:316 lid 1 BW de verjaring wordt gestuit door het instellen van een eis of door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt. Kenmerkend voor een daad van rechtsvervolging is dat deze erop gericht is een vorderingsrecht geldend te maken. Een daad van executie valt hier uitdrukkelijk onder. De Hoge Raad oordeelt dat niet alleen het leggen van een executoriaal loonbeslag zelf als zodanige daad kwalificeert, maar ook de periodieke uitvoering ervan door maandelijkse inning van het beslagen loon. Elke inning is immers een handeling die erop gericht is het vorderingsrecht van de schuldeiser daadwerkelijk te realiseren. Daarmee levert elke maandelijkse inning een zelfstandige stuitingshandeling op, waardoor de verjaringstermijn steeds opnieuw begint te lopen. Dit arrest heeft aanzienlijke betekenis voor de incasso- en executiepraktijk. Schuldeisers die een executoriaal loonbeslag handhaven, bewaren hun vorderingsrecht automatisch voor verjaring zolang de inning voortduurt. Schuldenaren kunnen zich in een dergelijke situatie niet met succes op verjaring beroepen. De uitspraak schept daarmee duidelijkheid over de wisselwerking tussen executiemaatregelen en het verjaringsregime van Boek 3 BW.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 24 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
72van 100
RichtinggevendLees toelichting ↓

Meer Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1300Hoog
Ondernemingsrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1300, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/03929

Hoge Raad17 jul 2026ArbeidsrelatiesOverheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1283Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1283, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/00796

Hoge Raad17 jul 2026VastgoedRetail
28/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1197Hoog
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1197, Hoge Raad, 17-07-2026, 24/03432

Hoge Raad17 jul 2026OverheidAansprakelijkheid
72/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1282Laag
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1282, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/02722

Hoge Raad17 jul 2026AansprakelijkheidDienstverlening
8/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied