JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1283Laag28/100

Hoge Raad verwerpt cassatie Lidl in huurbeëindigingszaak

ECLI:NL:HR:2026:1283, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/00796

Hoge RaadUitspraak: 17 juli 2026Publicatie: 16 juli 2026
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:25/00796
Huurrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Vastgoed
Retail
Dringend Eigen Gebruik
Huurbeeindiging
Schadeplichtigheid
Artikel 7 299 Bw
Lidl

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verbintenissenrecht. Huurrecht. Opzegging en beëindiging huur bedrijfsruimte. Schadevergoeding. Art. 7:299 lid 1 BW. Was wil aanwezig om gehuurde persoonlijk duurzaam in gebruik te nemen?

Kern van de zaak

Lidl heeft een huurovereenkomst opgezegd met een beroep op dringend eigen gebruik. De huurders betwistten dat Lidl de vereiste wil om het gehuurde persoonlijk duurzaam in gebruik te nemen had. Het hof oordeelde dat Lidl in beginsel schadeplichtig is op grond van art. 7:299 lid 1 BW.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Lidl. Het eerste onderdeel faalt bij gebrek aan belang, omdat het hof de wil van Lidl al had beoordeeld op het door Lidl bepleite moment (de uitspraak van de rechter). De overige klachten worden verworpen op grond van art. 81 lid 1 RO.

28van 100

Impactscore

Laag

De Hoge Raad verwerpt het beroep grotendeels zonder inhoudelijke motivering op grond van art. 81 lid 1 RO en stelt geen nieuwe rechtsregel vast; de uitspraak heeft beperkte precedentwerking buiten de concrete zaak.

Belangrijkste punten

  • 1Art. 7:299 lid 1 BW bepaalt dat de verhuurder schadeplichtig is indien de dringende behoefte aan eigen gebruik niet aanwezig was.
  • 2Lidl betoogde dat de wil tot persoonlijk duurzaam gebruik beoordeeld moet worden op het moment van opzegging; het hof toetste op het moment van de rechterlijke uitspraak.
  • 3De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel bij gebrek aan belang faalt, omdat het hof al het door Lidl bepleite tijdstip had gehanteerd.
  • 4De overige klachten worden zonder motivering verworpen op grond van art. 81 lid 1 RO (geen rechtseenheidsvraag).
  • 5Lidl wordt veroordeeld in de proceskosten in cassatie: € 375 verschotten en € 2.200 salaris, vermeerderd met wettelijke rente.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt de toepassing van art. 7:299 lid 1 BW maar stelt geen nieuwe rechtsregel vast; het relevante toetsmoment voor de wil tot eigen gebruik blijft de rechterlijke uitspraak tot beëindiging. De Hoge Raad laat de rechtsvraag over het juiste peiltijdstip formeel onbeantwoord, omdat het hof al het door Lidl gewenste moment hanteerde.

Praktische impact

Voor Lidl betekent dit dat de schadeplichtigheid jegens de huurders in stand blijft en de proceskosten voor haar rekening komen. Verhuurders die huurovereenkomsten beëindigen wegens dringend eigen gebruik dienen de vereiste wil aantoonbaar aanwezig te hebben op het moment van de rechterlijke uitspraak.

Onderwerp-impact

In de retailsector onderstreept dit arrest dat grote huurders zoals supermarktketens bij een beroep op dringend eigen gebruik het risico lopen op schadeplichtigheid als de vereiste wil niet (meer) aanwezig is op het relevante peiltijdstip.

Samenvatting

In deze zaak stond de vraag centraal of Lidl schadeplichtig is jegens haar huurders na beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik, zoals geregeld in art. 7:299 lid 1 BW. Het hof had in hoger beroep geoordeeld dat de vereiste wil om het gehuurde persoonlijk duurzaam in gebruik te nemen bij Lidl niet aanwezig was, en dat Lidl daarom in beginsel schadeplichtig is. Lidl stelde in cassatie dat het hof de wil tot eigen gebruik had moeten beoordelen op het moment van de opzegging van de huurovereenkomst, en niet op een later tijdstip. De Hoge Raad verwerpt dit onderdeel echter bij gebrek aan belang. Uit de overwegingen van het hof volgt namelijk dat het hof de wil van Lidl al had beoordeeld op het moment van de rechterlijke uitspraak waarbij de beëindigingsvordering werd toegewezen — een van de momenten die Lidl zelf als juist peiltijdstip had bepleit. Omdat het hof dus al het door Lidl gewenste toetsmoment had gehanteerd, is er geen grond voor cassatie op dit punt. De overige cassatieklachten worden door de Hoge Raad verworpen met toepassing van art. 81 lid 1 RO, wat betekent dat de Hoge Raad geen aanleiding ziet om te motiveren waarom deze klachten falen, nu zij geen vragen van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opwerpen. Lidl wordt veroordeeld in de proceskosten in cassatie, begroot op € 375 aan verschotten en € 2.200 aan salaris, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest heeft beperkte precedentwaarde: de centrale rechtsvraag over het juiste peiltijdstip voor de wil tot eigen gebruik wordt niet inhoudelijk beantwoord, maar de schadeplichtigheid van Lidl jegens de huurders blijft onverkort in stand.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 18 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Huurrecht

ECLI:NL:HR:2026:1240Hoog
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1240, Hoge Raad, 10-07-2026, 25/01531

Hoge Raad10 jul 2026AansprakelijkheidVastgoed
72/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1738Laag
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1738, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.352.759

Gerechtshof Amsterdam7 jul 2026OverheidVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1838Laag
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1838, Gerechtshof Amsterdam, 07-07-2026, 200.365.659/01

Gerechtshof Amsterdam7 jul 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:1758Laag
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:1758, Gerechtshof Den Haag, 26-05-2026, 200.346.144/01

Gerechtshof Den Haag26 mei 2026AansprakelijkheidVastgoed
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen