JurispRadar
ECLI:NL:HR:2026:1159Richtinggevend85/100

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over online kansspelen

ECLI:NL:HR:2026:1159, Hoge Raad, 03-07-2026, 25/00202, 25/00204

Hoge RaadUitspraak: 3 juli 2026Publicatie: 2 juli 2026
Zaaknummer:25/00202
Contractenrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Overheid
Aansprakelijkheid
Financiele Dienstverlening
Consumentenrecht
Prejudiciele Vragen
Online Kansspelen
Nietigheid Overeenkomst
Vergunningplicht
Terugvordering Inzetten

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Online gokken. Verbod om zonder vergunning gelegenheid te geven om via internet deel te nemen aan kansspelen; art. 1 lid 1, aanhef en onder a, Wet op de kansspelen (Wok). Deelnemers vorderen van exploitanten op diverse gronden vergoeding voor geleden verliezen. Prejudiciële vragen over eventuele nietigheid of vernietigbaarheid van overeenkomsten tussen deelnemers en zonder vergunning opererende exploitanten; art. 3:40 BW.

Kern van de zaak

Twee online gokkers (deelnemer 1 en deelnemer 2) vorderen terugbetaling van verloren inzetten bij Maltese kansspelaanbieders TSG en Electraworks, stellende dat de kansspelovereenkomsten nietig zijn wegens het ontbreken van een geldige Nederlandse vergunning. De rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland stelden prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de rechtsgevolgen van het aanbieden van kansspelen zonder vergunning.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad heeft de prejudiciële vragen beantwoord zoals weergegeven in de conclusie van Advocaat-Generaal Lindenbergh (onder 9.2, 9.3 en 9.6). De doorslaggevende kwestie betreft de rechtsgevolgen – waaronder mogelijk nietigheid of vernietigbaarheid van kansspelovereenkomsten – van het zonder vergunning aanbieden van online kansspelen door Maltese aanbieders aan Nederlandse deelnemers.

85van 100

Impactscore

Richtinggevend

De Hoge Raad beantwoordt via de prejudiciële procedure fundamentele rechtsvragen over nietigheid van kansspelovereenkomsten die van toepassing zijn op een grote groep consumenten en aanbieders; de beslissing stuurt tientallen tot honderden vergelijkbare bodemprocedures.

Belangrijkste punten

  • 1Prejudiciële vragen gesteld door zowel rechtbank Amsterdam als rechtbank Noord-Holland over de geldigheid van kansspelovereenkomsten zonder Nederlandse vergunning
  • 2Centrale rechtsvraag betreft nietigheid en/of vernietigbaarheid van kansspelovereenkomsten op grond van strijd met de Wet op de kansspelen
  • 3Nevenvordering op grond van onrechtmatige daad, oneerlijke handelspraktijken en dwaling maakt deel uit van de procedure
  • 4Kansspelautoriteit, meerdere kansspelaanbieders en advocatenkantoren hebben schriftelijke opmerkingen ingediend als belanghebbenden
  • 5De Hoge Raad volgt in grote lijnen de conclusie van A-G Lindenbergh bij de beantwoording van de prejudiciële vragen

Impactanalyse

Juridische impact

Deze prejudiciële beslissing van de Hoge Raad schept duidelijkheid over de rechtsgevolgen van kansspelovereenkomsten die zijn gesloten met aanbieders zonder Nederlandse vergunning, en is daarmee richtinggevend voor een groot aantal lopende civiele procedures tegen buitenlandse (met name Maltese) online gokplatforms.

Praktische impact

Online gokkers die hebben deelgenomen aan kansspelen bij aanbieders zonder geldige Nederlandse vergunning kunnen mogelijk hun verliezen terugvorderen; voor de betrokken kansspelaanbieders ontstaat aanzienlijk financieel en juridisch risico door massavorderingen van Nederlandse consumenten.

Onderwerp-impact

De uitspraak raakt direct de gehele Nederlandse online kansspelmarkt en biedt een juridisch kader voor de behandeling van vergelijkbare zaken waarbij consumenten gelden terugvorderen van niet-vergunde aanbieders.

Samenvatting

In deze prejudiciële procedure beantwoordt de Hoge Raad rechtsvragen die door de rechtbank Amsterdam en de rechtbank Noord-Holland zijn gesteld in zaken van twee Nederlandse online gokkers tegen respectievelijk TSG Interactive Gaming Europe Limited (Malta) en Electraworks Europe Limited (Malta). De eisers stellen dat zij aanzienlijke bedragen hebben verloren via online kansspelen bij aanbieders die ten tijde van de overeenkomsten niet beschikten over een geldige Nederlandse vergunning krachtens de Wet op de kansspelen. Deelnemer 1 vordert onder meer een verklaring voor recht dat de kansspelovereenkomst nietig is dan wel vernietigd moet worden, en terugbetaling van ruim USD 139.000 aan nettoverlies. Vergelijkbare vorderingen zijn ingesteld op grond van onrechtmatige daad, oneerlijke handelspraktijken en dwaling. De kern van de prejudiciële vragen betreft de rechtsgevolgen van het aanbieden van kansspelen zonder vergunning: leidt dit tot nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst, en zo ja, in hoeverre zijn de verloren inzetten dan terugvorderbaar? De Advocaat-Generaal Lindenbergh concludeerde tot beantwoording op de wijze zoals neergelegd in zijn conclusie onder 9.2, 9.3 en 9.6, waarbij de Hoge Raad deze lijn in grote lijnen heeft gevolgd. De uitspraak is van groot maatschappelijk en juridisch belang omdat een groot aantal soortgelijke vorderingen bij Nederlandse rechtbanken aanhangig is. De kansspelautoriteit en verschillende kansspelaanbieders hebben als belanghebbenden schriftelijke opmerkingen ingediend, hetgeen de breedte van de betrokken belangen illustreert. Door duidelijkheid te scheppen over de geldigheid en de rechtsgevolgen van niet-vergunde kansspelovereenkomsten, biedt de Hoge Raad een uniform toetsingskader voor de talloze feitenrechters die soortgelijke zaken moeten beslechten. De beslissing heeft daarmee een richtinggevend karakter voor het Nederlandse consumentenrecht in relatie tot de online kansspelsector.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 14 juli 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak
85van 100
RichtinggevendLees toelichting ↓

Meer Contractenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248, Gerechtshof Den Haag, 14-07-2026, 200.355.641/01

Gerechtshof Den Haag14 jul 2026DienstverleningConsumentenrecht
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1927Laag
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1927, Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2026, 200.347.158/01

Gerechtshof Amsterdam18 jun 2026AansprakelijkheidDienstverlening
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:919Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:919, Hoge Raad, 12-06-2026, 24/04627

Hoge Raad12 jun 2026AansprakelijkheidBouw
38/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:1099Laag
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1099, Gerechtshof Amsterdam, 12-05-2026, 200.350.972

Gerechtshof Amsterdam12 mei 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
32/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied