JurispRadar
ECLI:NL:HR:2025:1962Hoog68/100

Hoge Raad: verhuurder bedrijfsruimte mag na 30 jaar opzeggen

ECLI:NL:HR:2025:1962, Hoge Raad, 19-12-2025, 24/03522

Hoge RaadUitspraak: 19 december 2025Publicatie: 18 december 2025
Procedure:Cassatie
Zaaknummer:24/03522
Huurrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Vastgoed
Retail
Huurbeeindiging
Bedrijfsruimtehuur
290 Bedrijfsruimte
Langlopende Huurovereenkomst
Huurprijsaanpassing

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Verbintenissenrecht. Huurrecht. Bedrijfsruimte (art. 7:290 BW). Kan het enkele belang om hogere huurprijs te verkrijgen, op grond van art. 7:296 lid 3 BW leiden tot beëindiging van huurovereenkomst voor onbepaalde tijd? Onder meer klachten tegen oordeel van hof dat dit niet kan omdat wet voorziet in regeling tot huurprijsaanpassing (art. 7:303 BW).

Kern van de zaak

Een verhuurder van middenstandsbedrijfsruimte wil de huurovereenkomst beëindigen na een contractduur van dertig jaar (tien jaar plus vier verlengingen van vijf jaar). De huur loopt sindsdien voor onbepaalde tijd door. De verhuurder vordert beëindiging mede omdat de wettelijke huurprijsaanpassing (art. 7:303 BW) tot een aanzienlijk lagere prijs leidt dan de markthuurprijs.

Beslissing van de rechter

De Hoge Raad oordeelt dat bij een huurovereenkomst voor middenstandsbedrijfsruimte waarvan de volledige overeengekomen contractduur (dertig jaar) is verstreken en de huur voor onbepaalde tijd doorloopt, de rechter op grond van art. 7:296 lid 3 BW een redelijke belangenafweging moet maken. Het louter willen realiseren van een hogere huurprijs is daarbij niet zonder meer een doorslaggevende grond, maar de verstreken contractduur is wel een zwaarwegende omstandigheid.

68van 100

Impactscore

Hoog

Het betreft een Hoge Raad-uitspraak die een concrete norm stelt voor een veelvoorkomende praktijksituatie (langlopende huur 290-bedrijfsruimte na contractuele einddatum), met directe gevolgen voor eigenaren en huurders van bedrijfsruimte in heel Nederland.

Belangrijkste punten

  • 1Na het verstrijken van de volledige overeengekomen contractduur van dertig jaar loopt de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd door en kan de verhuurder opzeggen op grond van art. 7:300 lid 2 BW.
  • 2De rechter moet bij een beëindigingsvordering ex art. 7:296 lid 3 BW een redelijke afweging maken van de belangen van verhuurder en huurder.
  • 3Het belang van de verhuurder om niet langer uitsluitend aangewezen te zijn op de huurprijsaanpassingsprocedure van art. 7:303 BW speelt mee in de belangenafweging.
  • 4Onderdeel 1.1 van het cassatiemiddel klaagt dat het hof heeft miskend dat de verstreken contractduur van doorslaggevende betekenis had moeten zijn bij de beoordeling.
  • 5De uitspraak verduidelijkt de samenhang tussen art. 7:295, 7:296 en 7:300 BW bij langlopende huurovereenkomsten voor middenstandsbedrijfsruimte.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak van de Hoge Raad verduidelijkt de toepassing van het huurbeëindigingsregime voor middenstandsbedrijfsruimte (art. 7:295-7:300 BW) na het verstrijken van een lange, volledig uitgediende contractduur en geeft richting aan de belangenafweging die rechters in dergelijke gevallen moeten uitvoeren.

Praktische impact

Verhuurders van bedrijfsruimte die huurovereenkomsten hebben met een uitgeputte contractduur van dertig jaar of meer kunnen zich bij opzegging sterker beroepen op het verstreken tijdsverloop, terwijl huurders minder bescherming genieten dan bij kortlopende overeenkomsten.

Onderwerp-impact

Voor de vastgoed- en retailsector biedt dit arrest duidelijkheid over de balans tussen huurderbescherming en verhuurdersvrijheid na een volledige contractcyclus, met directe gevolgen voor langlopende winkelruimte- en bedrijfsruimtehuurcontracten.

Samenvatting

Deze zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst voor middenstandsbedrijfsruimte (art. 7:290 BW) die aanvankelijk was aangegaan voor tien jaar en daarna viermaal met vijf jaar is verlengd. Na het verstrijken van de volledige contractduur van dertig jaar loopt de huur voor onbepaalde tijd door. De verhuurder wenst de huur op te zeggen, mede omdat de wettelijke huurprijsaanpassingsprocedure van art. 7:303 BW leidt tot een huurprijs die aanzienlijk onder de markthuurprijs ligt. Het hof had de vordering tot beëindiging afgewezen, onder meer omdat het louter willen verhogen van de huurprijs onvoldoende grond zou zijn voor beëindiging. In cassatie klaagt de verhuurder (onderdeel 1.1) dat het hof heeft miskend dat de omstandigheid dat de gehele overeengekomen contractduur van dertig jaar is verstreken, doorslaggevend had moeten zijn. Volgens de verhuurder kan na meer dan dertig jaar zonder meer worden opgezegd en moet de rechter de vordering dan steeds toewijzen, ongeacht de reden voor opzegging. De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 7:300 lid 2 BW een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd inderdaad opzegbaar is, mits de verhuurder de gronden vermeldt (art. 7:294 BW). Vervolgens bepaalt art. 7:296 lid 3 BW dat de rechter de beëindigingsvordering kan toewijzen op basis van een redelijke afweging van de belangen van verhuurder bij beëindiging tegen die van de huurder bij voortzetting. De Hoge Raad verduidelijkt dat de verstreken contractduur zwaarwegend is in deze afweging, maar de rechter is niet automatisch gehouden de vordering toe te wijzen enkel omdat de contractuele termijn is uitgeput. Tegelijkertijd kan een verhuurder na een dergelijke lange periode niet worden beperkt tot uitsluitend de huurprijsaanpassingsprocedure. De uitspraak heeft betekenis voor alle langlopende huurrelaties waarbij de initieel overeengekomen termijn volledig is verstreken.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 3 september 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Huurrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408Middel
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2408, Gerechtshof Amsterdam, 08-09-2026, 200.365.144

Gerechtshof Amsterdam8 sep 2026ArbeidsrelatiesVastgoed
32/100Bekijk
ECLI:NL:GHAMS:2026:2415Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:2415, Gerechtshof Amsterdam, 25-08-2026, 200.348.904

Gerechtshof Amsterdam25 aug 2026VastgoedEnergie
22/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2648Middel
Bestuursrecht
Huurrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2648, Gerechtshof Den Haag, 25-08-2026, 200.356.602/01

Gerechtshof Den Haag25 aug 2026ArbeidsrelatiesHandhaving
38/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:8576Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:RBAMS:2026:8576, Rechtbank Amsterdam, 19-08-2026, 12140464 CV EXPL 26-3785

Rechtbank Amsterdam19 aug 2026AansprakelijkheidVastgoed
22/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied

Onderwerpen