Pleegzoon veroordeeld tot terugbetaling miljoen aan bejaarde pleegoom
ECLI:NL:GHSHE:2026:1681, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-06-2026, 200.356.052_01
Inhoudsindicatie
(officieel, Rechtspraak.nl)Artikel 6:162 BW; onrechtmatige daad; misbruik van volmacht in levenstestament.
Kern van de zaak
De curator van de 96-jarige persoon A vordert terugbetaling van ruim 1 miljoen euro die appellant (pleegzoon, opgenomen in 1965 in het gezin van de broer van persoon A) van de bankrekening van persoon A aan zichzelf had overgemaakt of voor privé-uitgaven had gebruikt. Appellant stelde dat persoon A hem bewust financieel wilde begunstigden, al dan niet als tegenprestatie voor verleende hulp.
Beslissing van de rechter
Het hof behandelt het hoger beroep van appellant tegen de veroordeling door de rechtbank tot betaling van ruim 1 miljoen euro. Op basis van de beschikbare tekst bekrachtigt het hof kennelijk de aangevochten uitspraak, nu appellant de vastgestelde feiten inhoudelijk niet heeft betwist en slechts de formulering ervan ter discussie heeft gesteld; de doorslaggevende reden is het onrechtmatige karakter van de betalingen aan zichzelf van de rekening van de kwetsbare bejaarde.
Impactscore
LaagHet betreft een feitelijk casuïstische zaak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch zonder nieuwe rechtsvragen; de juridische kaders rondom onrechtmatig handelen en beschermingsbewind zijn reeds uitgekristalliseerd. De uitspraak is bovendien onvolledig aangeleverd.
Belangrijkste punten
- 1Appellant (pleegzoon) overboekte aanzienlijke geldbedragen van de rekening van de 96-jarige persoon A aan zichzelf en deed privé-uitgaven van die rekening.
- 2De curator treedt op namens persoon A en stelt dat appellant onrechtmatig heeft gehandeld; appellant betwist dit met een beroep op de veronderstelde wil van persoon A om hem te begunstigden.
- 3Appellant bestreed de feitenvaststelling van de rechtbank niet inhoudelijk, maar klaagde slechts over onvolledige en niet-neutrale formulering (grief 1).
- 4De rechtbank veroordeelde appellant in eerste aanleg tot betaling van ruim 1 miljoen euro; appellant ging in hoger beroep.
- 5De tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing en de volledige motivering van het hof niet volledig kunnen worden beoordeeld.
Impactanalyse
Juridische impact
De zaak bevestigt dat betalingen aan zichzelf van de rekening van een kwetsbare, bejaarde persoon door een mantelzorger/pleegzoon als onrechtmatig kunnen worden gekwalificeerd, ook wanneer de betrokkene stelt te handelen conform de wil van die persoon. De curator heeft een zelfstandige bevoegdheid om dergelijke vermogensverschuivingen terug te draaien.
Praktische impact
Voor mantelzorgers en pleegkinderen die financieel toegang hebben tot rekeningen van bejaarden geldt dat zij zonder aantoonbare juridische grondslag (zoals een schenking of vastgelegde afspraak) geen bedragen aan zichzelf mogen overmaken; bij bewind of curatele kan de bewindvoerder/curator dit terugvorderen.
Onderwerp-impact
Deze zaak illustreert de kwetsbaarheid van ouderen voor financieel misbruik door naasten en onderstreept de rol van de curator/bewindvoerder als beschermingsmechanisme voor vermogen van wilsonbekwame of kwetsbare personen.
Samenvatting
Deze zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over vermeend financieel misbruik van een bejaarde man (geboren 1928) door zijn pleegzoon. De pleegzoon was in 1965 opgenomen in het gezin van de broer van de bejaarde en woonde sinds 1995 op diens boerderijperceel. Over een langere periode maakte hij aanzienlijke geldbedragen over van de bankrekening van de bejaarde aan zichzelf en gebruikte hij die rekening voor privé-aankopen en -uitgaven, tot een totaalbedrag van ruim 1 miljoen euro. De curator van de bejaarde — aangesteld na een verzoek van een neef bij beschikking van de kantonrechter in december 2023 — vorderde terugbetaling op grond van onrechtmatige daad. De pleegzoon verweerde zich met de stelling dat de bejaarde hem bewust financieel wilde begunstigden, al dan niet als tegenprestatie voor verleende hulp en zorg. De rechtbank wees de vordering toe en veroordeelde de pleegzoon tot betaling van ruim 1 miljoen euro. In hoger beroep betwistte de pleegzoon de feitenvaststelling van de rechtbank inhoudelijk niet, maar klaagde hij over de wijze waarop die feiten waren geformuleerd (onvolledig en niet-neutraal). Het hof stelde daarop een eigen feitenoverzicht op. De beschikbare tekst van de uitspraak is onvolledig, waardoor de definitieve beslissing en volledige motivering van het hof niet met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Op basis van de beschikbare passages lijkt het hof de grieven van de pleegzoon niet te honoreren. De zaak benadrukt de juridische bescherming van kwetsbare ouderen tegen financieel misbruik door naasten, en de centrale rol van de curator daarin.