JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2025:2689Laag22/100

Hof wijst betalingsvorderingen aannemer af in hoger beroep

ECLI:NL:GHSHE:2025:2689, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-09-2025, 200.352.194_01

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 30 september 2025Publicatie: 30 september 2025
Procedure:Hoger beroep
Zaaknummer:200.352.194_01
Contractenrecht
Civiel recht
Verbintenissenrecht
Aansprakelijkheid
Dienstverlening
Bouw
Hoger Beroep
Meerwerk
Aanneming Van Werk
Factuurgeschil
Bouwwerkzaamheden

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Aanneming van werk, meerwerk. Verrekening.

Kern van de zaak

Een aannemer (geïntimeerde) heeft timmer- en aanverwante werkzaamheden uitgevoerd aan een woning en stuurde meerdere facturen. Appellanten betwistten de openstaande facturen en weigerden betaling van de resterende bedragen. De aannemer vorderde betaling in eerste aanleg en won, waarna appellanten in hoger beroep gingen.

Beslissing van de rechter

Het hof vernietigt het vonnis in eerste aanleg en wijst de vorderingen van de aannemer alsnog af. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. De precieze doorslaggevende reden is uit de beschikbare tekst niet volledig op te maken, maar de betwisting van de factuurhoogte en de onduidelijkheden rondom de afrekening speelden een centrale rol.

22van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een feitelijke geschil over factuurbetaling bij een aannemingsovereenkomst zonder richtinggevende rechtsvragen; de uitkomst is casuïstisch en heeft beperkte precedentwerking. De motivering is bovendien slechts gedeeltelijk beschikbaar.

Belangrijkste punten

  • 1Offerte van 26 november 2021 voor timmer-, loodgieters-, stuc- en schilderwerkzaamheden ter waarde van € 23.025,00 werd geaccepteerd op 24 februari 2022.
  • 2Twee facturen (maart en april 2022, totaal circa € 28.532,50) zijn volledig betaald; de facturen van juli en augustus 2022 bleven (gedeeltelijk) onbetaald.
  • 3Appellanten uitten bezwaren over de hoogte van de afrekening, onder meer over specifieke kostenposten.
  • 4Het hof vernietigt het vonnis in conventie en wijst de vorderingen van de aannemer integraal af.
  • 5Proceskosten worden gecompenseerd; geen kostenveroordeling in eerste aanleg noch in hoger beroep.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat in aannemingsgeschillen de bewijslast voor de verschuldigdheid en hoogte van facturen bij de aannemer ligt, en dat betwisting door de opdrachtgever tot volledige afwijzing van de vordering kan leiden. De motivering is echter slechts gedeeltelijk beschikbaar, waardoor de precieze juridische grondslag met enige onzekerheid omgeven is.

Praktische impact

Appellanten hoeven de openstaande facturen van in totaal circa € 7.017,56 niet meer te betalen en dragen slechts hun eigen proceskosten. De aannemer ontvangt geen verdere vergoeding voor de omstreden werkzaamheden.

Onderwerp-impact

In de bouwpraktijk onderstreept deze uitspraak het belang van heldere en gespecificeerde facturen bij bouwwerkzaamheden; onvoldoende onderbouwde meerwerkclaims of facturen lopen het risico volledig te worden afgewezen.

Samenvatting

In deze zaak voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch staat een geschil centraal over de betaling van facturen voor timmer- en aanverwante werkzaamheden aan een woning. Een aannemer bracht in november 2021 een offerte uit voor een totaalbedrag van € 23.025,00, dat werkzaamheden omvatte zoals loodgieterswerk, een kunststof dak, timmerwerkzaamheden, stucwerk en schilderwerk. De opdrachtgevers (appellanten) accepteerden de offerte in februari 2022. De aannemer stuurde vervolgens vier facturen, waarvan de eerste twee volledig zijn betaald. Op de factuur van 3 juli 2022 werd slechts een gedeeltelijke betaling gedaan, en de factuur van 15 augustus 2022 (€ 6.617,56) bleef volledig onbetaald. Appellanten uitten in juli 2022 al bezwaren over de hoogte en de onduidelijkheden in de afrekening. De rechtbank wees de vorderingen van de aannemer in eerste aanleg toe, maar appellanten gingen met succes in hoger beroep. Het hof vernietigt het vonnis in conventie volledig en wijst alle vorderingen van de aannemer af. Tevens bepaalt het hof dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De volledige motivering van het hof is op basis van de beschikbare tekst niet volledig te reconstrueren, maar de betwisting van de factuurhoogte en de onduidelijkheden rondom de afrekening hebben kennelijk geleid tot het oordeel dat de aannemer zijn vorderingen onvoldoende heeft onderbouwd. De uitspraak illustreert het belang van deugdelijke facturering en transparante meerwerkcommunicatie in de bouwpraktijk.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Contractenrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2308Middel
Contractenrecht
Aansprakelijkheidsrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2308, Gerechtshof Den Haag, 21-07-2026, 200.345.608/01

Gerechtshof Den Haag21 jul 2026SchadevergoedingAansprakelijkheid
38/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1295Hoog
Contractenrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:HR:2026:1295, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/01368

Hoge Raad17 jul 2026DienstverleningTechnologie
62/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2463Laag
Contractenrecht
Huurrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2463, Gerechtshof Den Haag, 16-07-2026, 200.369.723/01

Gerechtshof Den Haag16 jul 2026Financiele DienstverleningVastgoed
28/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2248Middel
Contractenrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2248, Gerechtshof Den Haag, 14-07-2026, 200.355.641/01

Gerechtshof Den Haag14 jul 2026DienstverleningConsumentenrecht
38/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied