JurispRadar
ECLI:NL:GHSHE:2025:2688Laag28/100

Huurder onder bewind verliest woning na aanhoudende overlast

ECLI:NL:GHSHE:2025:2688, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-09-2025, 200.350.908_01

Gerechtshof 's-HertogenboschUitspraak: 30 september 2025Publicatie: 30 september 2025
Procedure:Hoger beroep kort geding
Zaaknummer:200.350.908_01
Huurrecht
Civiel recht
Burgerlijk procesrecht
Arbeidsrelaties
Vastgoed
Ontruiming
Bewindvoering
Sociale Huur
Laatste Kans Huurovereenkomst
Overlast

Inhoudsindicatie

(officieel, Rechtspraak.nl)

Veroordeling in kort geding tot ontruiming van in het kader van een “laatste kans” gehuurde huurwoning, wegens overlast.

Kern van de zaak

Woningcorporatie Laurentius vordert ontruiming van een woning die aan huurder [persoon C] was verhuurd in het kader van een 'laatste kans'-constructie. De bewindvoerders van de huurder verzetten zich hiertegen in hoger beroep. De grond voor ontruiming is structurele overlast veroorzaakt door de huurder, ondanks eerder gemaakte afspraken.

Beslissing van de rechter

Het hof wijst de incidentele vordering van de bewindvoerders tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het kortgedingvonnis af en gaat over tot beoordeling van de hoofdzaak. De doorslaggevende reden lijkt de herhaalde schending van de 'laatste kans'-voorwaarden te zijn, hoewel de uitspraaktekst onvolledig is en de eindbeslissing in de hoofdzaak niet volledig zichtbaar is.

28van 100

Impactscore

Laag

Het betreft een kortgeding in hoger beroep in een individuele huurzaak zonder principieel nieuwe rechtsvragen. De uitspraaktekst is bovendien onvolledig, waardoor de volledige reikwijdte van de beslissing niet kan worden vastgesteld.

Belangrijkste punten

  • 1Huurder [persoon C] huurde een woning op basis van een 'laatste kans'-overeenkomst met woningcorporatie Laurentius.
  • 2De laatste-kansovereenkomst bevatte strikte gedragsvoorwaarden, waaronder geen geluidsoverlast, geweld, afvaldumping of negeren van aanwijzingen.
  • 3Laurentius vorderde ontruiming vanwege door de huurder veroorzaakte overlast in strijd met die voorwaarden.
  • 4De bewindvoerders traden op namens de huurder en probeerden via een incident de tenuitvoerlegging te schorsen, hetgeen werd afgewezen.
  • 5De uitspraaktekst is onvolledig; de definitieve beslissing in de hoofdzaak is niet volledig kenbaar uit de beschikbare tekst.

Impactanalyse

Juridische impact

De uitspraak bevestigt dat een 'laatste kans'-constructie in huurrecht serieuze juridische consequenties heeft bij schending van de voorwaarden, ook wanneer de huurder onder bewind staat. De positie van bewindvoerders als procespartij in ontruimingsprocedures wordt hiermee nader belicht.

Praktische impact

Voor huurders onder bewind en hun bewindvoerders maakt deze zaak duidelijk dat een 'laatste kans'-huurovereenkomst bij overlast kan leiden tot ontruiming, ongeacht de beschermingsconstructie van bewind. Woningcorporaties worden bevestigd in hun bevoegdheid om ook in dergelijke situaties nakoming af te dwingen.

Onderwerp-impact

Voor de vastgoedsector en sociale huisvesting onderstreept deze zaak het belang van duidelijke gedragsafspraken in laatste-kanscontracten en de mogelijkheid deze via de rechter te handhaven, ook ten aanzien van kwetsbare huurders.

Samenvatting

Deze zaak betreft een hoger beroep procedure voor het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in een kortgeding tussen woningcorporatie Laurentius en de bewindvoerders van huurder [persoon C]. De huurder had een woning gekregen in het kader van een zogenoemde 'laatste kans'-overeenkomst, waarbij strenge gedragsvoorwaarden golden: geen geluidsoverlast, geen ruzies of geweld jegens medebewoners, geen afvaldumping en het opvolgen van aanwijzingen van Laurentius. Desondanks zou de huurder deze voorwaarden hebben geschonden, waarop Laurentius ontruiming vorderde. In eerste aanleg wees de kortgedingrechter de vordering van Laurentius toe. In hoger beroep probeerden de bewindvoerders van de huurder de tenuitvoerlegging van dit vonnis te schorsen via een incidentele vordering. Het hof wees dit incident af bij tussenarrest van 15 april 2025 en verwees de zaak naar de rol voor memorie van antwoord. Laurentius diende vervolgens haar memorie van antwoord in, waarna het hof een datum voor eindarrest bepaalde. De kern van het juridische geschil is de vraag of de overlast die [persoon C] heeft veroorzaakt voldoende grond oplevert voor ontruiming, gelet op de bijzondere aard van de laatste-kansovereenkomst. De beschikbare uitspraaktekst is echter onvolledig, waardoor de definitieve beslissing van het hof in de hoofdzaak niet volledig kenbaar is. Op basis van de beschikbare informatie lijkt het hof de lijn van de eerste aanleg te volgen. De zaak is relevant voor de praktijk rondom huurrecht, sociale huisvesting en de positie van kwetsbare huurders met bewindvoerders.

Bron: Rechtspraak.nl Open Data· Geanalyseerd op 1 augustus 2026 met claude-sonnet-4-6
Originele uitspraak

Meer Huurrecht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1980Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:1980, Gerechtshof Amsterdam, 21-07-2026, 200.363.808/01

Gerechtshof Amsterdam21 jul 2026AansprakelijkheidVastgoed
22/100Bekijk
ECLI:NL:HR:2026:1283Laag
Huurrecht
Civiel recht

ECLI:NL:HR:2026:1283, Hoge Raad, 17-07-2026, 25/00796

Hoge Raad17 jul 2026VastgoedRetail
28/100Bekijk
ECLI:NL:RBAMS:2026:7247Hoog
Huurrecht
Burgerlijk procesrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:7247, Rechtbank Amsterdam, 17-07-2026, 10795822 CV EXPL 23-14586

Rechtbank Amsterdam17 jul 2026VastgoedConsumentenrecht
62/100Bekijk
ECLI:NL:GHDHA:2026:2463Laag
Contractenrecht
Huurrecht

ECLI:NL:GHDHA:2026:2463, Gerechtshof Den Haag, 16-07-2026, 200.369.723/01

Gerechtshof Den Haag16 jul 2026Financiele DienstverleningVastgoed
28/100Bekijk
Alle uitspraken in dit rechtsgebied